Leefbaar Nederland

Keywords:

Onderwijsplan

Inleiding

Het kabinet zegt de afgelopen jaren een nieuwe koers te hebben uitgezet voor onderwijs en wetenschappen. Kwaliteit, variëteit en toegankelijkheid staan daarin centraal. Kwaliteit, omdat de ontwikkeling van de samenleving gebaat zou zijn bij goed onderwijs, goed onderzoek en goede voorzieningen. Sinds 1998 heeft de regering structureel 2 miljard extra in de meerjarenraming uitgetrokken. In de begroting voor 2002 komt daar nog eens 1 miljard bovenop. Dit extra geld komt onder meer beschikbaar voor de arbeidsvoorwaarden van docenten en onderzoekers, voor leerlingen met een handicap of een achterstand, voor onderhoud en schoonmaak van gebouwen en voor voorzieningen in het beroepsonderwijs.

Voor Leefbaar Nederland is dit nog niet voldoende. Zij vindt dat de veel te ver doorgeschoten bureaucratisering sterk moet worden teruggebracht door ongeveer 25% van het budget van het departement zelf en van de diverse adviesorganen gefaseerd over te hevelen naar de werkvloer. Ook 25% van de huidige management- en overheadkosten voor de diverse onderwijsinstellingen, van basis tot en met WO, zijn te gebruiken voor de voorgestelde verbeteringen.

Het kernprobleem:

Behalve het lerarentekort, de hoge werkdruk voor docenten, de kwaliteit van de lerarenopleidingen, de onderwijsachterstanden en de herinrichting van het hoger onderwijs behoort ook de mislukte invoering van de tweede fase in het voortgezet onderwijs tot de grote problemen. Dit gaat ten koste gaat van de inzet en arbeidsvreugde van docenten en de motivatie van leerlingen en hun ouders. Bovendien komt de kwaliteit van het onderwijs in gevaar. Onderwijs is in de eerste plaats een zaak van de meest betrokkenen: leerkrachten, leerlingen en ouders. Daar moet het zwaartepunt liggen - bottom up - en daar komen de beste impulsen vandaan om het onderwijs up to date te houden en de bestaande problemen op te lossen.

De Doelstelling:

In het onderwijs dienen kwaliteit, afwisseling en openheid voorop te staan. Geen kind is hetzelfde en geen school is hetzelfde. Scholen moeten daarom meer 'maatwerk' bieden: onderwijs dat aansluit bij de interesses en mogelijkheden van individuele kinderen. Zo krijgen kinderen onderwijs dat het beste bij hen past. Scholen moeten een veilige en stimulerende leeromgeving bieden, waar kinderen een goede basis kunnen leggen voor hun latere leven en werk.

Daarnaast dienen we het beroep docent te herwaarderen, niet alleen financieel, maar ook wat betreft maatschappelijk aanzien.

Schaalverkleining:

Leefbaar Nederland vindt ook dat het beleid meer gericht moet zijn op schaalverkleining: kleinere scholen en kleinere groepen.

In minder omvangrijke scholen, kunnen leerlingen meer betrokken worden bij de school en kan worden verhinderd dat zij tot een nummer worden. Scholen worden daardoor overzichtelijker en de afstand tussen de besturen, de docenten en de leerlingen kleiner. Leefbaar Nederland is wel voor meer bestuurlijke efficiency door middel van concentratie van besturen voor meerdere scholen.

De groepsgrootte in het basisonderwijs wil Leefbaar Nederland verder verlagen, de materiële voorzieningen (leermiddelen, onderhoud van gebouwen, computers, e.d) en de arbeidsvoorwaarden sterk verbeteren
-om op die manier het ziekteverzuim tot een aanvaardbaar niveau terug brengen- en het lerarentekort op te heffen.

Bijzonder onderwijs:
* Leefbaar Nederland is voor handhaving van het bijzonder onderwijs, mits het onderwijsprogramma geen onderdelen bevat die een bedreiging vormen voor de integratie.

Integratie en taalachterstand:
* Om de taalachterstand bij jonge kinderen van verschillende groepen zo snel mogelijk te verminderen, dient het bezoek aan een peuterspeelzaal verplicht te worden.
* De frequentie: twee dagdelen per week.
* Het bezoek is kosteloos.
Basisonderwijs:
* Schoolzwemmen moet verplicht worden gesteld vanaf groep 3.
* Elke basisschool c.q. groep basisscholen dient vanaf groep 3 te beschikken over een gekwalificeerde gymnastiekdocent voor alle gymnastieklessen.
* Meer financiële middelen voor onderhoud en schoonmaak van de gebouwen.
* Kleinere klassen, zodat de er meer en betere contacten tussen docent en leerling mogelijk zijn. Meer aandacht voor de individuele leerling.
* Goed bereikbare en goed aangegeven nooduitgangen.
* Jaarlijks een verplichte brandoefening voor elke school
* Streng toezicht op het naleven van de Arbo-wet
* Elke basisschool dient te beschikken over een conciërge voor toezicht en onderhoud

Middelbaar onderwijs:
* Fouten, gemaakt bij de invoering van de Tweede Fase in het voortgezet onderwijs, moeten direct worden hersteld.
* Van boven opgelegde innovaties dienen voortaan achterwege te blijven.
* Alleen vernieuwingen die komen vanuit de praktijk van het onderwijs mogen een kans krijgen.
* Verbetering van de kwaliteit van de docentenopleidingen en meer mogelijkheden tot bij- en nascholing van docenten.
* Betere primaire arbeidsvoorwaarden voor het onderwijzend- en onderwijsondersteunend personeel.
* Verlaging van de lestaak tot 22 uur per week (conform andere Europese landen).
* Alle docenten één dag per week (verschillend per vak) uitroosteren voor overleg, nascholing en voorbereiden, zonder aan de mogelijkheden tot flexibele tijdsindeling afbreuk te doen.
* Elke leerling de beschikking over een laptop of pc.
Tweede Fase
* Grondige hervorming van Het Studiehuis en de Tweede Fase en indien nodig zal zelfs afschaffing niet uit de weg worden gegaan.
* Mogelijk gevolg: de vreemde talen dienen weer een volwaardig vak te worden.
* Mogelijk gevolg: grotere keuzevrijheid voor leerlingen bij het samenstellen van hun vakkenpakket. Hiertoe dienen de profielen te worden opgebroken.

Beroepsonderwijs:
* Het beroepsonderwijs moet worden versterkt en gemoderniseerd en de aansluiting op de arbeidsmarkt verbeterd.
* De nadruk op theoretische vakken is te groot. Het hoogtheoretische gehalte van de basisvorming is een belangrijke oorzaak van negatieve leerervaringen en hoge uitval in het VMBO.
* De 'kloof' die nu nog bestaat tussen voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs en speciaal onderwijs moet worden verkleind, door de laagste leerweg nog meer praktisch en beroepsgericht te maken.

Studiefinanciering:


* De studiefinanciering blijft gehandhaafd, maar wel met strengere controle of de toekenning terecht is.
* Studieschulden moeten ook afbetaald kunnen worden door vrijwilligerswerk.

Hoger onderwijs:
* Meer prioriteit voor de kwaliteit van het hoger onderwijs. Meer aandacht voor didactiek en doceermethoden. Stimulering van excellent onderzoek
* Verbetering van de carrièremogelijkheden van jonge onderzoekers.
* HBO en Universiteit dienen gescheiden te blijven. Het HBO voor beroepsopleidingen en de Universiteit voor opleidingen tot wetenschapsbeoefenaar en beroepen waarvoor een universitaire opleiding onontbeerlijk is.
* Verhoging van de salarissen van wetenschappelijk personeel (aio's en medewerkers) om het werken in het hoger onderwijs weer aantrekkelijk te maken en te voorkomen dat personeel naar het bedrijfsleven of het buitenland vertrekt.
* Meer beleidsruimte hogescholen en universiteiten met verantwoording achteraf: overbodige regels moeten worden geschrapt.

De Financiën:

Vergeleken met de ons omringende landen geeft Nederland veel minder uit aan onderwijs.

Leefbaar Nederland wil rekening houdend met de Zalmnorm- de uitgaven voor het departement, management en bestuur en de diverse adviesorganen aanzienlijk (met 25 %) verlagen, zodat deze gelden in totaal 5,75 miljard- geoormerkt kunnen worden besteed aan de oplossing van de (meest nijpende) problemen. Leefbaar.nl > Home > Onderwijsplan Omhoog © 2001-2002 Duidelijk Nieuwe Media, RoosIT (hosting) & Leefbaar Nederland. Alle rechten voorbehouden.