CDA

Hillen: geen eigenwoningforfait voor hypotheekvrije huizen

De CDA-Tweede Kamerfractie heeft via het lid Hans Hillen een wetsvoorstel ingediend om huiseigenaren die geen hypotheekrenteaftrek meer hebben voor de door hun bewoonde eigen woning ook geen eigenwoningforfait meer te laten betalen. Het voorstel komt vooral ten goede aan oudere echtparen of alleenstaanden die hun hypotheek (bijna) hebben afgelost. Vaak gaat het daarbij om mensen met niet al te hoge inkomens, zoals een klein pensioen. De Tweede Kamer gaat na de verkiezingen over het voorstel stemmen. In de laatste week van zijn parlementaire carrière werd het initiatiefvoorstel van CDA-kamerlid Hans Hillen plenair behandeld. Vanaf de plek waar normaal de ministers zitten, verdedigde hij het voorstel om het eigenwoningforfait nooit meer te laten bedragen dan de aftrekbare hypotheekrente. Dit betekent dat iemand die zijn hypotheek volledig heeft afgelost, geen eigenwoningforfait meer betaalt. Sparen loont dan weer. De drijfveer van Hillen om het voorstel in te dienen is de gevoelde onrechtvaardigheid dat iemand die zijn hypotheek op een eigen woning volledig heeft afgelost - en dus geen gebruik maken van de hypotheekrenteaftrek - nog wel belasting betaalt over die woning in de vorm van het eigenwoningforfait. Zo wordt het maken van zo weinig mogelijk schulden en het zo snel mogelijk keurig weer aflossen door de fiscus ontmoedigd. Betreurenswaardig noemt Hillen het in zijn toelichting bij het voorstel dat burgers die zicht telkens keurig kwijten van hun verplichtingen, en trachten zoveel mogelijk schuldenvrij te leven, voor die inspanningen niet worden beloond.

eigenwoningforfait
De discussie over het eigenwoningforfait hangt samen met de visie op de eigen woning. Het huurwaardeforfait (de oude benaming voor het eigenwoningforfait) was gebaseerd op de veronderstelling dat de woning voor de eigenaar een bron van inkomsten is. Die inkomsten werden belast op basis van een forfait, een percentage van de waarde van de woning in vrije staat. De eigen woning wordt in deze visie gezien als een belegging, waarvan het rendement belast is. Echter vanuit het perspectief dat de eigen woning primair in behoefte aan huisvesting voorziet, gaat het om een duurzaam verbruiksgoed. Het bestedingsaspect is dan belangrijker dan het inkomenskarakter van de eigen woning. Deze laatste visie doortrekkend, kan gezegd worden dat, hoewel de rente op consumptief krediet niet aftrekbaar is, er een speciale faciliteit is voor de rente op hypotheek in samenhang met een forfait. Hieruit volgt dat dan ook geen forfait past als er geen hypotheekrenteaftrek meer is.

kamerdebat
Het debat in de kamer werd door sommige partijen aangegrepen om de hypotheekrente an sich ter discussie te stellen. Daarbij werd teruggegrepen op het door Hillen zelf gelegde politieke verband tussen hypotheekrente en eigenwoningforfait. Oorspronkelijk bestond er geen fiscale relatie tussen de hypotheekrenteaftrek en het huurwaardeforfait. In de loop jaren is echter een politieke koppeling gelegd tussen het eigenwoningforfait en de hypotheekrenteaftrek. Beide worden in samenhang gepresenteerd en het eigenwoningforfait heeft feitelijk heeft het karakter gekregen van een saldopost voor de hypotheekrenteaftrek. Wat voor PvdA, Groenlinks en Christenunie reden was om de hypotheekrente te willen inperken, was voor de VVD juist reden om te vrezen dat het voorstel het begin van het einde van de hypotheekrente betekende. Wanneer het eigenwoningforfait wordt beperkt, dan zou wel eens een juridische steen uit de muur kunnen worden getrokken. Hillen poogde deze vrees weg te nemen met de uitleg dat het in het voorstel om een vrijstelling gaat en niet om een principiële beperking van het eigenwoningforfait. De vrijstelling geldt alleen die groep die geen hypotheekrente meer aftrekt. Omdat het voorstel niet over de hypotheekrente ging, typeerde Hillen de wet als een "naveegwetje" bij de wet inkomstenbelasting 2001, daarmee gelijk de kritiek ondervangend dat het voorstel niet gedekt was. Bij eerdere naveegwetten werd de budgettaire dekking gevonden in de marges van de totale wet. Volgens staatssecretaris Bos was die analyse weliswaar correct, maar waren de marges nu opgebruikt. Dit gold niet voor de alternatieve dekking die Hillen vervolgens presenteerde. De Christenunie had moeite met het financiële voordeel voor vermogende huishoudens. Hier bleek een fundamenteel verschil van inzicht. Hillen wees Van Dijke van de Christenunie erop dat we het kennelijk redelijk vinden van mensen die netjes hun hypotheek hebben afgelost nog een extra bijdrage te vragen, wanneer ze door eigen toedoen een sterkere positie hebben verkregen dan diegenen die met een gelijk inkomen die inspanningen niet hebben opgebracht. Het voorstel wil niet zozeer inkomensverbetering geven, maar aansluiten bij waarden als spaarzaamheid en eigen verantwoordelijkheid. Bovendien bleek tijdens het debat uit berekeningen van het ministerie van Financiën dat het geschetste beeld niet klopt: een derde van de profiterende huishoudens heeft een inkomen van onder of rond het sociale minimum, veelal zijn dit ouderen. Daarmee is een principieel punt dat lastenverlichting wordt gegeven aan mensen die het niet nodig hebben, feitelijk ontkracht.

groot dictee
D'66 en VVD toonden zich, hoewel gecharmeerd van het voorstel, uiteindelijk aarzelend. D'66 vanwege het eigen idee van de conserverende heffing; de eigen woningbezitter krijgt dan de mogelijkheid om het eigenwoningforfait pas te betalen als hij de woning verkoopt. De VVD omdat ze niet gerust waren op de uitstraling naar de hypotheekrenteaftrek. Andere partijen waren verbaasd dat het voorstel niet in het verkiezingsprogram van het CDA stond. Daarom nam Hillen een groot dictee der Nederlandse taal af. In het program is het plan namelijk letterlijk terug te vinden. Omdat het wetsvoorstel al is ingediend, is het niet meegenomen in de doorrekening door het Centraal Planbureau. Als het wordt aangenomen, is het immers bestaand beleid voor een nieuw parlement. Zover is het echter nog niet. Het voorstel is nog niet in stemming gebracht; dat zal gebeuren na de verkiezingen.