Ministerie van Economische Zaken
Berichtnaam: MEDEDINGINGSWET FUNCTIONEERT GOED

Nummer: 84

Datum: 31-05-2002

Mededingingswet functioneert goed

Demissionair minister Jorritsma van Economische Zaken heeft de evaluatie van de Mededingingswet door Bureau Berenschot naar het parlement gestuurd. De hoofdconclusie van het evaluatierapport is dat de Mededingingswet, die per 1 januari 1998 in werking is getreden, heeft bijgedragen tot het handhaven en verbeteren van effectieve concurrentieverhoudingen en dus goed functioneert. De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) heeft zich naar het oordeel van de onderzoekers weten te ontwikkelen tot een gezaghebbende autoriteit die erin is geslaagd de Mededingingswet op een doeltreffende en doelmatige wijze toe te passen. Het kartelverbod in de Mededingingswet heeft duidelijk bijgedragen tot effectievere concurrentieverhoudingen. Daarbij hebben de onderzoekers de indruk dat de Mededingingswet in het algemeen geen negatieve gevolgen heeft voor het midden- en kleinbedrijf, dat zich overigens de afgelopen periode goed heeft ontwikkeld.Het grootste deel van de afspraken en regelingen die vanuit het midden- en kleinbedrijf ter toetsing bij de NMa is aangemeld, is ongeschonden uit de beoordeling gekomen. Ook het concentratietoezicht heeft goed gefunctioneerd, waarbij de onderzoekers aantekenen dat de recente verhoging van de drempels wordt toegejuicht. De hoeveelheid en de kwaliteit van het werk dat de NMa de afgelopen vier jaar heeft verricht met de beschikbare hoeveelheid mensen noemt het rapport indrukwekkend. De NMa heeft daarbij volgens de onderzoekers de juiste prioriteiten gesteld en een goed evenwicht bewaard tussen haar kern- en nevenactiviteiten.

Het evaluatierapport doet ook een aantal aanbevelingen om het functioneren van de Mededingingswet en de NMa te verbeteren. Enkele daarvan zijn:
- De bagatelvrijstelling moet worden bezien. Naar de opvatting van onder andere groeperingen uit het midden- en kleinbedrijf zijn de drempels te laag, waardoor een te beperkt aantal kartelafspraken onder de bagatelbepaling valt.
- De Mededingingswet zou moeten voorzien in de mogelijkheid dat aan een besluit van de NMa dat voor een gemelde concentratie geen vergunning hoeft te worden gevraagd, beperkingen of voorschriften worden verbonden.
- Onderzocht moet worden of het verbod op misbruik van economische machtspositie moet worden versterkt door preventief toezicht op ondernemingen met zon machtspositie.
- De werking van het artikel van de Mededingingswet op grond waarvan het kartelverbod niet van toepassing is op overeenkomsten die onder overheidstoezicht op basis van andere wetten staan, zou in de toekomst moeten worden beëindigd. Dit hangt samen met het feit dat zodanig overheidstoezicht veelal niet is gericht op het waarborgen van effectieve mededingingsverhoudingen.
- De handhavingsbevoegdheden van de NMa zouden op een aantal punten moeten worden versterkt. In haar begeleidende brief aan de Eerste en Tweede Kamer spreekt minister Jorritsma uit dat het aan het volgende kabinet is om over de aanbevelingen uit het evaluatierapport te oordelen en beslissingen te nemen.