Provincie Zuid-Holland

Persbericht

12-06-2002
Onvoldoende toezicht bij aanbesteding bouwopdrachten

Naar aanleiding van een door Arthur Andersen Accountants in opdracht van de Provincie Zuid-Holland uitgevoerd onderzoek naar mogelijke betrokkenheid van medewerkers van de Provincie Zuid-Holland heeft het College van Gedeputeerde Staten zich vandaag geschaard achter de belangrijkste conclusies uit het onderzoeksrapport. Deze luiden als volgt:
1. Gedurende de onderzoeksperiode (1994-2001) is geen, of zeer onvoldoende, aandacht geweest voor de administratieve organisatie. De wel aanwezige AO-procedure is feitelijk niet nageleefd. Interne controle heeft onvoldoende plaatsgevonden.
2. Tijdens het onderzoek zijn door de onderzoekers geruchten vernomen die duiden op persoonlijke bevoordeling van individuele medewerkers. Er zijn geen feiten aangetroffen waaruit blijkt dat sprake is van persoonlijke bevoordeling.
3. Het veelvuldig voorkomen van enkelvoudige gunning van bestekken, leidt licht tot de conclusie dat de provincie in belangrijke mate de marktwerking rond aanneming van bestekken te niet heeft gedaan.

Reeds in de zomer van 2001 is een ambtelijke onderzoek uitgevoerd naar de administratieve organisatie en de interne controle bij de directie Ruimte en Mobiliteit. Aanvankelijk bij onderdelen van de directie, later bij de gehele afdeling Beheer en Onderhoud. In februari 2002 zijn Statenleden en medewerkers geïnformeerd over het onderzoek door het Openbaar Ministerie naar de betrokkenheid van de provincie Zuid-Holland bij de zogenaamde bouwfraudezaak. In de afgelopen maanden heeft Arthur Andersen Accountants intensief en forensisch onderzoek gedaan bij Beheer en Onderhoud om te achterhalen of en op welke dossiers ongeoorloofde handelingen hebben plaatsgevonden. De onderzoeksperiode betrof de jaren 1994-2001.

In de media is op 11 en 12 juni gewag gemaakt van mogelijke schade van miljoenen euros
De provincie Zuid-Holland verwijst in dat verband naar de volgende passage uit het onderzoeksrapport:

De vraag ligt voor de hand of de Provincie ook nadeel heeft gehad door de geconstateerde tekortkomingen. Los van het vermoeden dat de Provincie door een gebrek aan marktwerking relatief hoge aannemingsprijzen heeft betaald, is dat nadeel niet betrouwbaar te becijferen. Door het gebrek aan administratieve organisatie sluiten wij niet uit dat van de gelegenheid misbruik is gemaakt.

Het onderzoeksrapport concludeert niet dat er daadwerkelijk sprake is van frauduleus handelen door medewerkers van de Provincie Zuid-Holland.
Het rapport is door de griffier van de Provincie ter beschikking gesteld aan het Openbaar Ministerie. Het OM onderzoekt of er sprake is van onrechtmatig handelen.