Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

MinBZK.nl

Van Boxtel wil informatie van gemeenten over acties richting imams

18 juni 2002

Minister Van Boxtel voor Grote Steden- en Integratiebeleid heeft de burgemeesters van Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Tilburg een brief gestuurd waarin hij onder meer vraagt welke acties zijn of worden ondernomen richting de imams die tijdens gebedsdiensten laakbare uitlatingen hebben gedaan. Volgens Van Boxtel zijn de uitlatingen als ophitsend ervaren, staan ze op gespannen voet met de Nederlandse wetgeving en is een adequate actie vanuit de gemeentebesturen noodzakelijk.

Hieronder treft u de volledige tekst van de brief aan.

In het televisieprogramma NOVA op 13 en 14 juni 2002 is een aantal door imams tijdens gebedsdiensten gedane uitlatingen van ten dele politieke aard bekend geworden, die algemeen als ophitsend zijn ervaren, en werd een uitleg gegeven aan koranteksten die op gespannen voet staat met de Nederlandse wetgeving. Onder de geciteerde imams is er één die werkzaam is in een moskee in uw gemeente.

Op basis van de uitgezonden teksten kan ik niet anders oordelen dan dat deze imams laakbaar gehandeld hebben. Niet alleen stellen zij zich kennelijk vijandig op ten opzichte van onze democratische rechtsorde; maar ook geven deze imams hun volgelingen in, zich afzijdig te houden van deelname aan onze samenleving. Over de strafrechtelijke aspecten laat ik het oordeel over aan het Openbaar Ministerie.

Deze berichten beperken zich tot enkele personen en moskeeën. Ik ga er daarom van uit dat actie vanuit de gemeentelijke overheid vooralsnog toereikend is om deze imams en de voor hun optreden verantwoordelijke moskeebesturen ter verantwoording te roepen. Naar mijn oordeel is een adequate actie vanuit uw gemeentebestuur nochtans geboden. Hun zullen de grenzen van de vrijheid van meningsuiting en van godsdienst en levensovertuiging duidelijk gemaakt moeten worden.

De meesten van hen zijn reeds langere tijd in Nederland en beschikken, naar het zich laat aanzien, over de Nederlandse nationaliteit. Zij vallen dus niet onder de per 1 januari 2002 voor geestelijke bedienaren verplicht geworden inburgering. De eerste centraal aangeboden cursus voor geestelijke bedienaren, die aansluit op een voorafgaand regulier inburgeringsprogramma in of nabij de eigen woonplaats, start dit najaar voor de eerste groep van de in de loop van dit jaar binnengekomen imams.

Ik verzoek u mij te informeren over de stappen die u terzake hebt genomen of voornemens bent te nemen. In het bijzonder ontvang ik graag antwoord op de volgende vragen:

1.


welke actie ten aanzien van de desbetreffende imam en/of het moskeebestuur als diens werkgever heeft u ondernomen, of bent u voornemens te ondernemen en welk doel stond u daarbij voor ogen;
2.


kunt u mij berichten over het resultaat van deze actie;
3.

wat bleek het standpunt te zijn van de desbetreffende imam en/of het moskeebestuur ten aanzien van de in de NOVA-uitzending gedane uitlatingen;

4.

welke opvattingen blijken de desbetreffende imam en/of het moskeebestuur te huldigen ten aanzien van de democratische rechtsorde en de vrije uitoefening van burgerrechten en plichten;
5.

blijken de desbetreffende imam en/of het moskeebestuur bereid, ten overstaan van hun geloofsgemeenschap eventuele misinterpretaties en misverstanden publiek recht te zetten;

6.

zijn u soortgelijke situaties in andere geloofsgemeenschappen, al dan niet van islamitische signatuur, bekend; zo ja, bent u op overeenkomstige wijze tot actie overgegaan;

7.

hebben u reacties bereikt vanuit andere kringen met betrekking tot de in de NOVA-uitzending gedane uitlatingen; heeft zich op enigerlei moment een gevaar voor de openbare orde voorgedaan.

Naast deze vragen van feitelijke aard verneem ik graag uw opvatting over de volgende onderwerpen:

1.


onder welke omstandigheden is een eventueel tijdelijke- sluiting van een moskee of ander gebedshuis geboden;

2.


acht u het wenselijk, dat in aansluiting op door u genomen actie, de desbetreffende imams en hun moskeebestuurders worden geconvoceerd voor een gesprek in uw aanwezigheid met mij als coördinerend minister voor het integratiebeleid, eventueel vergezeld van de minister van Justitie. Bij zon gesprek zal ik dan eveneens de heer M. Sini uitnodigen, die voorzitter is van de werkgroep Islam en Burgerschap en van de commissie ter voorbereiding van de totstandkoming van een Contactorgaan Moslims-Overheid.

Ik zie uw bericht gaarne binnen tien dagen na dagtekening van deze brief tegemoet. Aan de hand van de van u ontvangen informatie zal ik nagaan of een ondersteunende activiteit mijnerzijds geboden is. In het positieve geval zal ik u daarvan vanzelfsprekend vooraf in kennis stellen.

Ik heb deze brief gericht aan de burgemeesters van Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Tilburg. Afschrift ervan zond ik toe aan de voorzitter van de Tweede Kamer en aan de heer M. Sini, voorzitter van de commissie ter oprichting van een Contactorgaan Moslims-Overheid.

DE MINISTER VOOR GROTE STEDEN- EN INTEGRATIEBELEID,

R.H.L.M. van Boxtel

---