---

Toespraken
---

Opening van de Historische Vaarroute Maastricht-Vlaanderen, Sluis 19

04-09-2002

Toespraak van Cees van der Knaap, Staatssecretaris van Defensie, bij de opening van de Historische Vaarroute Maastricht-Vlaanderen, Sluis 19, 7 september 2002

Dames en Heren,

Staatssecretarissen van Defensie hebben iets met Maastricht. Of misschien is het wel andersom. Baron Van Voorst tot Voorst, uw gouverneur, heeft die functie bekleed en zowel mijn ambtsvoorganger als ikzelf hebben hier in de buurt een tweede huisje. Ik stel het dan ook buitengewoon op prijs hier in ´t Bassin de opening te mogen verrichten van de Historische Vaarroute Maastricht - Vlaanderen.

Maastricht geeft mij altijd aan de ene kant een beetje het gevoel van thuiskomen en aan de andere kant van vakantie. Dat laatste geldt zeker hier op een boot als deze, varend door de stad van Sint Servaes, van het Onze-lieve-vrouwen-plein, het Vrijthof, de hoofdwacht, het Bonnefantenmuseum en natuurlijk de stad van culinaire hoogstandjes. Het is de ambiance die deze stad zo bijzonder maakt. Of zoals Lodewijk van Deyssel het ooit gezegd zou hebben: Schuif Maastricht tegen Parijs aan en geen Parijzenaar zal t merken. Maastricht is een ontmoetingsplaats van culturen, Maastricht is Europa in al zijn facetten, Maastricht is een knooppunt, een grensstad. Dat bepaalt de sfeer en het is die sfeer die mij en die elke toerist zo bekoort.

Maar net als u ben ik geen echte toerist en dus kijk ik verder dan de terrasjes op de kade, verder dan de boetiekjes met de laatste mode uit Milaan en Parijs. Want een toerist ziet niet alles. Een toerist blijft aan de oppervlakte. Een toerist heeft vaak de neiging over het hoofd te zien dat de vakantie-bestemming geen speciaal voor hem of haar aangelegd lusthof is, maar vooral een plaats waar mensen wonen, waar mensen werken. Achter de vakantiekiekjes, achter de mooie doorkijkjes, de exquise restaurants en de gemoedelijke sfeer gaat vaak een andere werkelijkheid schuil en die is niet altijd zonder problemen. Zo is het ook in Maastricht. Zoals in zoveel grote steden is er ook in uw stad onveiligheid, drugsoverlast en werkloosheid. En ondanks alle chique kampt Maastricht bovendien met een laag gemiddeld inkomen.

Een toerist hoeft dat gelukkig ook niet allemaal te weten, maar u weet het wel. En ik kan u verzekeren, in Den Haag en zelfs in Brussel weten ze het ook. Daarom is het zogeheten grote stedenbeleid ook voor het nieuwe Kabinet een belangrijk aandachtsgebied. En daarom ook heeft de Europese Unie dit beleid een belangrijke plaats op de agenda gegeven. Sinds 1994 krijgt Nederland een Europees duwtje in de rug. De stad als onderwerp is inmiddels niet meer weg te denken uit het Europese structuurbeleid. Het gaat daarbij zowel om de vergroting van de economische en sociale cohesie binnen de Unie, als om het terugbrengen van de sociaal-economische verschillen tussen de verschillende lidstaten, regio´s en steden.

Het blijft daarbij gelukkig niet bij het schuiven met papier, met ingewikkelde nota´s en goede bedoelingen. Het beleid is helder, concreet en gaat over veel geld. Tot 2006 stelt de EU 199 miljoen euro beschikbaar aan elf gebieden en negen steden, waaronder Maastricht. Met Europees geld wordt hier een keur aan projecten opgezet. Projecten op het gebied van ondernemerschap, van ICT, van cultuur en van veiligheid. En toerisme dus.

Daarmee is de Historische Vaarroute een schoolvoorbeeld van grote stedenbeleid. Het gaat hier om een concreet en integraal project dat past in de stad. Het effect beperkt zich niet tot de toeristische aantrekkingskracht. Immers al die bezoekers die rechtstreeks naar Vlaanderen zullen varen, die genieten van de omgeving, die de oude vestingwerken bewonderen zorgen bovenal voor werkgelegenheid. En daar heeft de hele stad baat bij. Bovendien geven zij het noorden van Maastricht een heel andere uitstraling. Er zijn simpelweg veel meer mensen op straat en dat komt de veiligheid ten goede. Zo kan het project Historische Vaarroute uitgroeien tot de motor achter de ontwikkeling van het hele stadsdeel Belvédère. Dat alles en dat mag best eens worden gezegd heeft u voor een belangrijk deel aan Europa te danken. En terecht. Want wat is toepasselijker in de bakermat van Europese eenwording, wat is toepasselijker in een stad die door ligging, cultuur en geschiedenis wellicht Europeser is dan Europa zelf.

Dames en heren,

Het was koning Willem I die zo´n tweehonderd jaar geleden een enorme impuls gaf aan het bouwen van wegen, spoorlijnen en kanalen. Zo ook de naar hem vernoemde Zuid-Willemsvaart. Één van zijn vele bijnamen luidde dan ook kanalen-koning. Vandaag blijkt de scherpe blik van de eerste Nederlandse koning als het om economische ontwikkeling ging. U geeft blijk van historisch besef én van toekomstvisie dat u dit kanaal in de eenentwintigste eeuw in zijn oude glorie herstelt.

Dat is goed voor het vakantiegevoel van ons allemaal. De historische vaarroute is een extra toeristische trekpleister voor deze stad, die toch al zo rijk is bedeeld op dit gebied. Maar daar blijft het niet bij. Zoals gezegd, juist door het ontwikkelen van dat toeristisch aspect krijgen de omliggende wijken een belangrijke duw in de rug wat betreft werkgelegenheid en veiligheid. Kortom twee vliegen in één klap. Zonder meer een felicitatie waard.

Nieuws Ministerie van Defensie