Actueel

Raad van State vernietigt besluit geluidszones vliegveld Maastricht Aachen Airport

Bron: Projectbureau Bistro Utrecht

Datum actualiteit: 12-09-2002

Na bespreking van alle bezwaargronden komt de Raad van State tot de volgende conclusie:

De besluitvorming omtrent Maastricht Aachen Airport (MAA) is door verweerders (de Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu) niet voortvarend ter hand genomen. Eerst ongeveer 15 jaar nadat de wetgever op 7 juni 1978 een zoneringsverplichting in het leven had geroepen, is MAA op 25 oktober 1994 gezoneerd. Deze zonering was wat betreft de bestaande noordzuid-baan tijdelijk zodat op basis daarvan geen aanspraak bestond op geluidwerende voorzieningen. Het aan dit besluit ten grondslag liggende regeringsbeleid, zoals dat is neergelegd in het Structuurschema burgerluchtvaartterreinen (SBL), stamt uit 1988 en dat besluit is, nadat de Afdeling had geconstateerd dat het SBL zijn rechtskracht had verloren, bij wet met terugwerkende kracht verlengd tot 31 december 2003. Voorts zijn verweerders gedurende de besluitvorming van inzicht veranderd en van mening geraakt dat de aanleg van een oostwest-baan niet gewenst is. Ondanks de lange duur van de besluitvorming is het aan het IA-besluit ten grondslag liggende onderzoek, in het bijzonder ten aanzien van de externe veiligheid en de gezondheidseffecten, niet diepgaand.
(het IA-besluit is een vergaande wijziging op het A-besluit van 25 oktober 1994, waarin de geluidszones eerder bepaald waren)

De Afdeling is hiervoor tot het oordeel gekomen dat de beslissingen op de bezwaren tegen het IA-besluit dienen te worden vernietigd wat betreft de 35 Ke-zone, aangezien deze in strijd met artikel 27, tweede lid, van de Lvw niet in overeenstemming is met het SBL en wat betreft de belasting kleine luchtvaart-zone, aangezien deze in strijd met artikel 25 van de Lvw niet in het IA-besluit is opgenomen. Voorts komt de beslissing op bezwaar ten aanzien van het IA-besluit voor vernietiging in aanmerking aangezien daarin onvoldoende is gemotiveerd waarom geen tolerantiegebieden in het verticale vlak van uitvliegroutes zijn vastgesteld, daarin geen rekening is gehouden met de in de periode vanaf 1 oktober 1998 tot 12 mei 2000 op eigen kosten aangebrachte geluidwerende voorzieningen en niet is voorzien in een billijke tegemoetkoming in de door appellanten sub 27 ten gevolge van het afzien van de aanleg van de oostwest-baan geleden schade.

Uit het voorgaande volgt voorts dat de beroepen van appellanten tegen de beslissing op bezwaar ten aanzien van het A-besluit, wegens het ontbreken van procesbelang, niet ontvankelijk zijn. Het A-besluit is immers door het IA-besluit vervangen.

De beroepen tegen de beslissing op bezwaar ten aanzien van het RO-besluit zijn tenslotte ongegrond.

Ga naar betreffende uitspraak met nummer: AE7405
(Zie het originele bericht)