Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Ministerie van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer Postbus 90801 der Staten-Generaal 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Binnenhof 1a Telefoon (070) 333 44 44 2513 AA `s-GRAVENHAGE Telefax (070) 333 40 33

Uw brief Ons kenmerk 26 juli 2002 SV/R&S/02/56747 nr. 2010213050
Onderwerp Datum Kamervragen van het lid van de Tweede 12 september 2002 Kamer Van der Vlies (SGP)

./. Hierbij zend ik u mede namens de Minister van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen de antwoorden op de vragen van het lid Van der Vlies (SGP) over de gevolgen van de premiekorting in de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (REA). De Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid,
(mr. A.J. de Geus)
Antwoorden van het lid Van der Vlies (SGP) over de gevolgen premiekorting in de Wet Rea Vraag 1
Bent u op de hoogte van het feit dat de premiekorting in de Wet Rea, die in de plaats is gekomen van het plaatsingsbudget, negatieve gevolgen kan hebben voor de instroom van arbeidsgehandicapten op de arbeidsmarkt?
Antwoord op vraag 1.
Bij het belastingplan 2002, deel V, zijn de plaatsingsbudgetten vervangen door een premiekorting voor werkgevers die een arbeidsgehandicapte in dienst nemen. Achtergrond van deze wijziging is dat de voordien bestaande regeling als ingewikkeld werd ervaren en bovendien bij de evaluatie REA is gebleken dat subsidies niet doorslaggevend zijn voor werkgevers in hun reïntegratiebeleid1. De wijziging beoogde tevens om de werkgever via zijn premienota te confronteren met de gevolgen van zijn verzuim- en reïntegratiebeleid. Zowel de verhoging bij instroom van werknemers in de WAO als de vermindering wegens reïntegratie van arbeidsgehandicapten worden zichtbaar gemaakt op de nota. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat


1 TK 2001-2002, 28016, nrs. 1-2, pag.3.





2

de wijziging heeft geleid tot negatieve gevolgen voor de instroom van arbeidsgehandicapten op de arbeidsmarkt.
Vraag 2
Is, gelet op het feit, dat met name kleine bedrijven extra terughoudend worden, omdat de plaatsing van arbeidsgehandicapten voor hen weinig financieel voordeel oplevert, terwijl grote bedrijven van de maximale premiekorting kunnen profiteren, naar uw oordeel sprake van rechtsongelijkheid? Antwoord op vraag 2.
Voor grote en voor kleine werkgevers is de premiekorting afhankelijk van het aantal arbeidsgehandicapten dat in dienst wordt genomen doordat de premiekorting direct is gekoppeld aan de hoogte van het premieplichtige loon van de arbeidsgehandicapte werknemer. Alleen indien de totale verschuldigde premie van de werkgever geringer is dan de premiekorting kan het voorkomen dat niet het gehele bedrag van de premiekorting wordt genoten. De premie wordt immers niet verder teruggebracht dan tot nihil. Dit kan zich voordoen indien de verschuldigde premie voor het Algemeen Werkloosheidsfonds door toepassing van de franchise een relatief gering bedrag is. Dit kan zich bij kleine werkgevers met werknemers met een laag loon eerder voordoen dan bij grote werkgevers. Van rechtsongelijkheid is echter geen sprake. Vraag 3
Bent u bereid om aan de negatieve gevolgen van de wijziging van de Wet Rea, met name voor scholen in het praktijkonderwijs voor wat betreft de plaatsing van hun leerlingen op de arbeidsmarkt, tegemoet te komen? Antwoord op vraag 3
Gelet op het antwoord op de vragen ad 1 en 2 is er naar mijn oordeel geen aanleiding om over te gaan tot maatregelen waarmee scholen voor praktijkonderwijs tegemoet worden gekomen.