Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

De Voorzitter van de Tweede Kamer Postbus 90801 der Staten-Generaal 2509 LV Den Haag Anna van Hannoverstraat 4 Binnenhof 1a Telefoon (070) 333 44 44 DEN HAAG Telefax (070) 333 40 33

Uw brief Ons kenmerk AV/PB/02/81772

Onderwerp Datum algemeen overleg 31 oktober 2002 25 oktober 2002

De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft besloten samen met de vaste commissie voor Financiën op 31 oktober a.s. een Algemeen Overleg te voeren met de minister van Financiën en de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Op de agenda voor dit overleg staat, naast een aantal notities van de minister van Financiën, ook het onderwerp Toezicht op pensioenfondsen geagendeerd.Daarbij staat als noot vermeld dat aan de minister van Financiën en mij verzocht zal worden voorafgaand aan dit overleg de schriftelijke vragen van de heer Vendrik (2020301970, ingezonden 21 oktober jl.) over pensioenfondsen en het dekkingstekort te beantwoorden.
Uiteraard ben ik bereid aanwezig te zijn bij dit overleg. Gelet op de agenda en de daarbij gevoegde noot veroorloof ik mij echter de navolgende kanttekeningen te plaatsen.
1. Het onderwerp Toezicht op pensioenfondsen kan betrekking hebben op de toezegging van mijn ambtsvoorganger om de Tweede Kamer te informeren over een afzonderlijke afweging over de positionering van het toezicht op de pensioensector (Kamerstukken II 2001-2002, 28 122, nr. 2). Hierover heeft een ambtelijke werkgroep, waarbij ook sociale partners en pensioenkoepels waren betrokken, een rapport opgesteld. Over dit onderwerp moet nog politieke besluitvorming plaatsvinden. Ik verwacht het ambtelijke rapport met het kabinetsstandpunt binnen enkele weken aan de Tweede Kamer te kunnen zenden. Over de inhoud daarvan kan ik op dit moment nog geen mededelingen doen.

2. Het onderwerp Toezicht op pensioenen kan ook betrekking hebben op het Financieel Toetsingskader dat te zijner tijd door de Pensioen- en Verzekeringskamer zal worden opgesteld op basis van de randvoorwaarden die in de nieuwe Pensioenwet zullen worden opgenomen, zoals aangekondigd in de notitie Hoofdlijnen voor een nieuwe Pensioenwet (Kamerstukken II 2001- 2002, 28 294, nr 1.) Deze Hoofdlijnennotitie is echter in de procedurevergadering van 23 oktober van de vaste commissie controversieel verklaard.



2


3. Een derde mogelijkheid is dat het onderwerp betrekking heeft op de circulaire die de Pensioen- en Verzekeringskamer op 30 september aan de pensioenfondsen heeft gestuurd. Deze circulaire is op 1 oktober tijdens het vragenuurtje in de Tweede Kamer aan de orde geweest. Aan hetgeen ik daarover toen heb opgemerkt kan ik thans niets toevoegen.
4. Tenslotte de Kamervragen van de heer Vendrik. Ik heb deze vragen ontvangen en zal deze ook binnen de daarvoor gestelde termijn beantwoorden. Het beantwoorden van deze vragen zal, mede omdat deze ook afgestemd moeten worden met de minister van Financiën en de Pensioen- en Verzekeringskamer, echter niet voor 31 oktober kunnen gebeuren. Ik meen er goed aan te doen u van deze kanttekeningen op de hoogte te stellen. De Staatssecretaris van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid,
(M. Rutte)