Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Speech ongewenst zwanger

Speech van de staatssecretaris Clémence Ross-van Dorp, voor de Expertmeeting preventie ongewenste zwangerschap. Apollozaal van het ministerie van VWS, 6 december 2002.

Speech ongewenst zwanger 1. Speech ongewenst zwanger

Speech van de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Clémence Ross-van Dorp, voor de

Expertmeeting preventie ongewenste zwangerschap.
Apollozaal van het ministerie van VWS, 6 december 2002.

Dames en heren,
Hartelijk welkom. Ik vind het heel bijzonder om zoveel mensen uit allerlei verschillende achtergronden en disci- plines welkom te mogen heten. Uit het onderwijs, het onderzoek en de hulpverlening. Het is belangrijk dat u elkaar treft en zo praktisch mogelijk bezig bent, profiteert van elkaars expertise.
Een bijzonder welkom voor Silvie Raap van de Stichting

Steady, die ik al een keer bij een werkbezoek ben tegen- gekomen, en Saïda el Hantali van Spiegelbeeld. Jullie hebben onlangs de Joke Smit prijs, de tweejaarlijkse

emancipatieprijs, gekregen. Ik wil jullie daar alsnog van harte mee feliciteren.

Korte uiteenzetting trends

Het aantal abortussen in Nederland stijgt sinds de jaren negentig. Als je kijkt naar de leeftijdscategorie van 15 - 44

jaar dan is het aantal abortussen gestegen van 5,2 per

2

1.000 vrouwen begin jaren negentig tot 8,4 in 2001. Het aantal abortussen stijgt ook en datzelfde geldt voor tiener-

zwangerschappen en seksueel overdraagbare aandoe-
ningen, de soa's. Een groot deel van de stijging van het

aantal abortussen en ongewenste zwangerschappen doet zich voor onder de allochtone vrouwen. Dat weten we

wel, dat hebben we ook kunnen lezen in het rapport.

Ook zijn er aanwijzingen dat sommige vrouwen minder effectief met anticonceptiemiddelen omgaan. En jongeren

vertonen veel vaker risicovol seksueel gedrag. Dit leidt tot wat ik daarnet al zei, een stijging van het aantal abor-

tussen en zwangerschappen onder jongeren, en er komen ook vaker seksueel overdraagbare aandoeningen voor.

Ik ben daar heel erg bezorgd over! Het is eigenlijk onbegrijpelijk dat de seksuele gezondheid onder jonge- ren af lijkt te nemen. In een land waar je zou mogen veronderstellen dat alles op orde is, een land dat vanzelfsprekend koploper moet zijn. Internationaal gezien doen we het nog steeds goed maar we beginnen onze koppositie ­ internationaal gezien ­ kwijt te raken. Nederland stond bekend als een land met een open seksueel klimaat. Dat is goed ook, dat moeten we zo

3

houden. Veel mensen vrijden `double dutch' zoals dat heet: zowel met condoom als met de pil. Veiliger dan

dat kan haast niet.
Uit eigen ervaring als ouder weet ik dat er in de praktijk

toch nog heel wat te bepraten is, ook al zijn kinderen, ook door contacten met vrienden en vriendinnen, van

alles op de hoogte.

Ik wil niet zeggen dat het in Nederland nou ineens alle- maal heel slecht gaat, hoor. Maar de signalen wijzen er

wel duidelijk op dat er een kentering is ontstaan.

Korte toelichting huidig beleid ­ wat doen we al?
Ik maak me zorgen om deze ontwikkelingen. Daarom

bracht ik begin oktober een werkbezoek aan Rotterdam. Ik ben bij de Stichting Steady geweest en heb daar met Silvie Raap en een aantal tienermoeders gesproken over het `tienermoeder zijn'. Hun verhalen hebben grote indruk op mij gemaakt. Hoe gelukkig of ongelukkig zijn ze? Hoe heeft het zo kunnen komen? Wat ontbreekt er aan wat wij als samenleving doen? Allemaal vragen die dan de revue passeren. Bijvoorbeeld ook van kinderen die hun eerste sexuele ervaringen in groep 8 of de brugklas hebben en

4

van hun moeder dan gewoonweg `nee' krijgen te horen op de vraag of ze de pil mogen gebruiken. Dan komt er geen

gesprek op gang. En als je dan niet naar de huisarts durft, dan houdt het op. Maar ook: condooms kosten geld, abor-

tus is gratis. Er valt in de praktijk nog veel te doen. Daarna was ik op mijn werkbezoek te gast bij een Antilli-

aanse welzijnsorganisatie en heb daar een voorlichtings- bijeenkomst voor Antilliaanse vrouwen bijgewoond.

Aan het einde van de dag heb ik met abortushulpverleners gesproken over de huidige ontwikkelingen en de aanko-

mende evaluatie van de Wet Afbreking Zwangerschap. Er gebeurt al veel.

Maar: we moeten niet wachten tot de evaluatie er is. In preventieve zin en met begeleiding kunnen we ook eerder

wel zaken bedenken om verbeteringen te bereiken. Het is goed dat u daarmee aan de slag gaat.

VWS financiert organisaties zoals de Stichting SOA bestrij- ding, NIGZ, Rutgers Nisso Groep. Daarnaast is VWS
betrokken bij verschillende voorlichtingscampagnes, zoals de Veilig Vrijen Campagne van de Stichting SOA bestrij- ding, en het lespakket Lang Leve de Liefde. Ook hebben we de afgelopen jaren een project gefinancierd dat gericht

5

is op preventie van ongewenste zwangerschap bij speci- fieke groepen allochtone vrouwen.

Verder zal ik bij de evaluatie van de WAZ niet alleen kijken naar de technische en morele aspecten van de wet, maar

zal ik vooral ook proberen meer inzicht te krijgen in de achtergronden, ook na de evaluatie, en uit de feiten die uit

de evaluatie naar voren komen.

Maatregelen ­ wat moet er gebeuren?
We moeten in actie komen. Niet alleen met onderzoek (dat

moet ook, het laatste is al van heel lang geleden), maar ook vooral praktisch kjken wat er valt te verbeteren. Ik

ben niet van plan om de koppositie die we altijd hadden zomaar prijs te geven. Vandaag gaat u samen bespreken

hoe de preventie van ongewenste zwangerschap, abortus en soa vormgegeven kan worden. En hoe gezond seksueel gedrag onder jongeren bevorderd moet worden.

We beleven op dit moment financieel minder aangename tijden, dus we moeten ons zoveel mogelijk binnen huidige financiële kaders bewegen. Het is heel lastig om extra middelen vrij te spelen; de vraag is: hoe kunnen we zo creatief mogelijk omgaan met de bestaande middelen. Ik

6

denk dat we het moeten zoeken in bijvoorbeeld aanpas- sing van huidige campagnes en betere samenwerking

tussen de verschillende organisaties. Ik denk dat er bijvoorbeeld in de netwerken rond de school, in de sfeer

van acties voor betere veiligheid, nog veel te bereiken is. De drempel is laag, je zit dicht bij de jongeren. Als je toch

bezig bent, zorg dat ze daar dan ook met vragen over seksualiteit terecht kunnen.

Andere prioriteiten stellen is ook een mogelijkheid. En het blijft natuurlijk van het grootste belang dat ieder van u in

uw eigen organisatie kijkt wat u kunt verbeteren.

Tot slot: ik hoop dat u vandaag een goede discussie hebt en moet goede voorstellen komt. Voorstellen voor de korte

termijn, waar we zonder meer mee aan de slag kunnen. De voorstellen voor de langere termijn, waar mogelijk ook extra middelen dan voor nodig zijn, zijn een zaak van een nieuw kabinet. Daar kan ik niet op vooruitlopen. In ieder geval zeg ik u toe dat ik de aanbevelingen van vandaag zal verwerken in een plan van aanpak dat in januari 2003 naar de Tweede Kamer gaat.

Dank u wel en veel succes vandaag.

7


-0-0-0-