Partij van de Arbeid

Den Haag, 17 december 2002

Vragen van de leden Tichelaar en Hamer (beiden PvdA) aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, mw. Nijs


1.


Op basis van Uw uitspraken in De Volkskrant is onze vraag of U er niet van houdt als mensen zich erover verbazen dat U afspraken nakomt en of U van mening bent dat afspraken, bijvoorbeeld in de Kamer vastgelegd sowieso worden nagekomen, tenzij er gemeld wordt dat dit om één of andere reden niet haalbaar of mogelijk is?


2.


Welke consequenties verbindt U aan de toezegging van Uw ambtsvoorganger, minister Hermans, dat de studentenorganisaties (LSVb en ISO) zouden worden betrokken bij de benoeming van de leden van de Nederlandse Accreditatie Organisatie (NAO) en dat een student zitting zou hebben in de NAO en het amendement Hamer/Eurlings dat de Kamer heeft aangenomen en vastlegde dat twee leden zouden worden benoemd gehoord de gezamenlijke studentenorganisaties?


3.

Hoe verenigt U deze toezegging met het gegeven dat pas in november j.l. bekend werd dat de voltallige NAO per 1 januari zou zijn benoemd, maar de LSVb pas op 11 december een brief ontving waain het voornemen kenbaar werd gemaakt tot benoeming van een lijst van personen in het bestuur van de accrediteringsorganisatie, waarvan geen bekend was bij de LSVb?


4.

Onderkent U dat studentenorganisaties op reële wijze gelegenheid moeten krijgen om een constructieve bijdrage te leveren aan de accreditatie in het hoger onderwijs, dit conform de afspraken zoals gemaakt bij de behandeling van het wetsvoorstel accreditatie?


5.

Op grond van welke overwegingen zijn noch de LSVb noch de ISO noch de door hen voorgestelde kandidaten, na juli 2002 geïnformeerd over enige voortgang, laat staan dat er enige motivatie of achtergrond werd gegeven van de beslissing om deze mensen niet te benoemen?


6.

Heeft U deze genoemde kandidaten voor het bestuurslidmaatschap van de NAO serieus in overweging genomen? Waaruit blijkt dat? Op welke wijze bent U de door Uw voorganger gemaakte afspraken nagekomen?


7.

Bent U bereid de reactietermijn voor de studentenorganisaties te verlengen tot na 16 december j.l. opdat deze organisaties een serieuze gelegenheid krijgen te reageren en daartoe de benoemingsdatum van 1 januari 2003 van de leden van de NAO uit te stellen? Zo ja, wanneer zult U dit aan de betrokkenen laten weten? Zo neen, waarom dan niet?