Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen

logoocw

De voorzitter van de Tweede Kamer

der Staten-Generaal

Postbus 20018

2500 EA Den Haag

Den Haag Ons kenmerk 8 maart 2004 ASEA/DIR/04/11067

Onderwerp
onderzoeksrapport regeldruk OCW-instellingen

Hierbij bied ik u mede namens de staatssecretarissen ter kennisname het onderzoeksrapport "regeldruk OCW-instellingen" aan.
Dit onderzoek brengt 3 vormen van regeldruk in kaart te weten: de potentiële regeldruk (welke regelingen kunnen in beginsel op de instellingen neerslaan?), de feitelijke regeldruk (de kosten die voortvloeien uit informatieverplichtingen) en de gepercipieerde regeldruk (hoe wordt wet- en regelgeving door instellingen zelf ervaren?).

Het onderzoek is uniek in opzet in de zin dat niet alleen de OCW wet- en regelgeving en subsidies zijn onderzocht, maar ook die van alle mede-overheden. Opgemerkt dient te worden dat dit onderzoek betrekking heeft op een deel van de OCW-sectoren te weten het Primair Onderwijs (PO), Beroepsonderwijs en Volwasseneducatie (BVE), Wetenschappelijk Onderwijs (WO), Onderzoek en Wetenschapsbeleid (OWB) en de podiumkunsten. Eerdaags zal een uitbreiding van het onderzoek naar de overige sectoren plaatsvinden.

De belangrijkste uitkomsten van het onderzoek tonen aan dat:
1. Er in totaal zo'n 1000 regelingen zijn die op de gezamenlijke OCW-instellingen kunnen neerslaan. Van deze potentiële regelingen is 31% afkomstig van OCW zelf, 17% van SZW en 14% van de gemeenten. Deze drie zijn dus goed voor 62% van de geïnventariseerde regelingen.
2. De feitelijke regeldruk1 381 miljoen bedraagt, waarvan 39% afkomstig is van OCW, 21% van SZW en 16% van de gemeenten. Het cijfer van 381 miljoen is een middenvariant; de bandbreedte waarbinnen de onderzoekers zich bewegen ligt tussen 329 en 434 miljoen.
3. De meeste irritatie wordt opgeroepen door algemene regelingen van SZW, maar op de irritatie top 10 staan de OCW-bekostigingsbesluiten op de eerste plaats.


1 Dit zijn niet alle kosten die voortvloeien uit het beleid, maar wel dat deel dat de meeste irritatie oproept. Overigens is de gehanteerde methodiek bij dit onderzoek een stuk ambitieuzer dan hetgeen normaal gebruikelijk is en hebben we hierdoor ook aannemelijk meer kosten in kaart kunnen brengen.

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Rijnstraat 50, Postbus 16375, 2500 BJ Den Haag T +31-70-412 3456 F +31-70-412 3450 W www.minocw.nl

blad 2/2

Overigens dient bij de resultaten te worden aangemerkt dat er sterke verschillen per sector bestaan. Zo is het OCW-aandeel in de potentiële regeldruk voor de podiumkunstensector slechts 3% en voor OWB maar 7%.
Bij de feitelijke regeldruk varieert het OCW-aandeel van 25% in de WO-sector tot 78% in de OWB- sector. Ten slotte blijkt in de perceptie van de regeldruk dat de grootste irritatie zich in het PO en podiumkunstensector zich concentreert op de SZW en in de BVE-sector op de OCW wet- en regelgeving.

De uitkomsten van dit rapport zullen als input gebruikt worden voor het project "OCW ontregelt" dat met ingang van 1 maart jl. bij ons ministerie in het leven is geroepen. Doel van dit project is te komen tot vereenvoudiging en vermindering van het aantal regels dat op OCW-instellingen van toepassing is. Een interdepartementale aanpak ter reductie van de regeldruk van OCW-instellingen maakt deel uit van de projectopdracht. In het najaar van 2004 zal ik u informeren over het eerste pakket van reductiemaatregelen.

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

(Maria J.A. van der Hoeven)