Wageningen Universiteit

Persbericht

22 april 2004, nr. 043

Afscheidscollege prof.dr. Aede de Groot

Is natuurlijk goed genoeg?

"'Natuurlijk is goed', is een stelling waarmee je voorzichtig moet omgaan, ook al zit de natuur fantastisch in elkaar", aldus prof.dr. Aede de Groot in zijn rede die hij op donderdag 22 april uitspreekt bij gelegenheid van zijn afscheid van Wageningen Universiteit.

De titel van zijn afscheidsrede Is natuurlijk goed genoeg?, suggereert dat er twijfel is aan de kwaliteit van de schepping. "Dat is echter niet het geval. Bijna elke dag zie je wel iets verbazingwekkends in de natuur", aldus de hoogleraar Bio-organische chemie. "Er zijn veel mensen die daarom de natuur kritiekloos verheerlijken. Alleen al omdat iets natuurlijk is, is het goed."

De Wageningse hoogleraar adviseert om een beetje op te passen met alles wat als `natuurlijk en dus goed' aangeprezen wordt. Volgens De Groot is het verstandiger om te denken: `Wees voorzichtig, het komt uit de natuur'. Platitudes als `Baat het niet het schaadt ook niet' kunnen met betrekking tot natuurgeneesmiddelen gevaarlijk zijn. Mogelijke interacties met reguliere geneesmiddelen zijn lang niet altijd bekend.

Natuurstoffen worden het meest geproduceerd door planten, micro-organismen, schimmels en door vastzittende organismen zoals sponzen. Dit zijn organismen die zich met deze natuurstoffen, dus met chemische wapens, verdedigen omdat weglopen of vechten voor hen geen optie is. Deze natuurstoffen worden in een plant of een ander organisme vaak door toeval gevormd en door het organisme behouden als het er zelf voordeel van heeft. In zo'n geval dient de natuurstof vaak ter verdediging van dat organisme. Een natuurstof zit niet in de eerste plaats in een plant om een andere gebruiker, zoals de mens, er beter van te laten worden.

Inspiratiebron
Natuurstoffen zijn echter ook een grote bron van inspiratie voor de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen, aldus prof, De Groot. Veel natuurstoffen worden getest op hun fysiologische activiteit en nieuwe activiteiten en werkingsmechanismen worden op deze manier ontdekt. Ruim dertig procent van onze huidige reguliere geneesmiddelen is gebaseerd op of ontleend aan een natuurstof, maar slechts vier procent is werkelijk een natuurstof. Het blijkt dat de natuurstof vaak wel een aanwijzing kan opleveren in welke richting het gewenste geneesmiddel is te vinden, maar ook, dat er aan de natuurstof zoals die geïsoleerd wordt uit de natuur nog een en ander verbeterd moet worden voordat hij als geneesmiddel bij de apotheker over de toonbank kan.

Natuurstoffen vervullen een zeer belangrijke rol bij de interactie tussen soorten en individuen en ze kunnen een grote invloed hebben op het gedrag van dieren en planten. Er kan van al deze interacties een nuttig gebruik gemaakt worden in milieuvriendelijke vormen van gewasbescherming. Natuurstoffen zoals feromonen, vraatremmers en afweerstoffen kunnen een gedragspatroon bij het pestinsect opwekken dat het gemakkelijker maakt het insect op te sporen, te verdrijven of te vernietigen.

De natuur kan ook een direct bruikbaar eindproduct leveren dat alleen maar geïsoleerd hoeft te worden, maar ook uitgangsstoffen voor de productie van andere nuttige stoffen zoals geneesmiddelen en kleur-, geur- en smaakstoffen. In de laatste tien jaar van het natuurproductenonderzoek in Wageningen is veel aandacht besteed aan het gebruik van natuurstoffen als uitgangsstof in de organische synthese. Er is vooral gekeken naar de mogelijkheden van carvon, een stof die uit karweizaad gewonnen kan worden.

Prof. Aede de Groot studeerde vanaf 1957 in Groningen Organische chemie en promoveerde op een onderwerp in de organische synthese. Als postdoc introduceerde prof. Van Tamelen hem in Groningen in de chemie van natuurproducten. Een leerzame periode was de research bij DSM waar hij zich in 1969 toelegde op de organische synthese. In 1972 werd hij lector aan de toenmalige Landbouwhogeschool Wageningen waar hij enige jaren later hoogleraar werd. Hij concentreerde zich aanvankelijk op de milieuvriendelijke gewasbescherming, later op isolatie en identificatie van nuttige stoffen uit planten, en op de enzymchemie.