Ministerie van Algemene Zaken

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Persbericht ministerraad
23 april 2004

ARTIKEL 23 GW: VRIJHEID ZONDER VRIJBLIJVENDHEID

Het kabinet vindt dat gemeenten en scholen afspraken moeten maken over een evenwichtiger verdeling van achterstandsleerlingen en over het terugdringen van segregatie. De inspectie gaat strenger toezicht houden op scholen die te weinig doen aan bevordering van integratie. Er komen aanvullende eisen voor het stichten van scholen. Het kabinet vindt dat artikel 23 (vrijheid van onderwijs) voldoende flexibel en vitaal is om hedendaagse problemen aan te pakken en ziet dan ook geen reden om dit artikel aan te passen. Het kabinet is geen voorstander van de invoering van een algemene acceptatieplicht van leerlingen. De ministerraad heeft op voorstel van minister Van der Hoeven ingestemd met toezending van een brief aan de Tweede Kamer waarin deze maatregelen worden toegelicht. De brief is ook de reactie van het kabinet op drie rapporten van de Onderwijsraad: `Vaste grond onder de voeten'(juli 2002), `Samen leren leven'(december 2002) en het advies `Onderwijs en burgerschap' (september 2003).

Het kabinet houdt onverkort vast aan het recht van burgers met een bepaalde levensbeschouwing of godsdienstige overtuiging een nieuwe school te stichten. Het kabinet meent dat een verbod op de stichting van islamitische scholen wel eens contraproductief kan werken. Wel bepleit het kabinet een door de sector zelf gedragen gedragscode voor goed bestuur en zullen er cursussen worden opgezet om de deskundigheid van het bestuur te verbeteren. De Islamitische Scholen Besturen Organisatie (ISBO) ontwikkelt een op de Nederlandse context toegesneden leermethode voor het islamitisch godsdienstonderwijs.

Aan het stichten van scholen worden aanvullende eisen gesteld. Het is de bedoeling dat alle bestuursleden van de school over de Nederlandse nationaliteit moeten gaan beschikken. Daarnaast wordt bij de aanvraag voor het stichten van een nieuwe school een schoolplan gevoegd waarin onder meer staat op welke wijze de school bijdraagt aan burgerschapsvorming. Ook moet de school bij stichting minimaal 20 procent leerlingen hebben zonder achterstand.

Het kabinet wil dat er meer scholen komen met een gemengde samenstelling. Het aantal zwarte scholen met meer dan 70 procent achterstandsleerlingen groeit, terwijl het totale aantal achterstandsleerlingen de laatste jaren stabiel blijft. Dat betekent dat de concentratie van deze groep leerlingen toeneemt. Daarom wil het kabinet dat gemeenten en scholen afspraken maken over een evenwichtigere verdeling van achterstandsleerlingen en over het terugdringen van segregatie.

Voor alle scholen geldt dat er meer aandacht voor burgerschapsvorming moet komen. Van scholen, niet in het minst van `witte' scholen, mag worden verwacht dat zij bijdragen aan de ontmoeting tussen kinderen van verschillende afkomst, bijvoorbeeld door leerlingen uit te wisselen of gezamenlijk aan sport en cultuur te doen. Het kabinet kiest er niet voor burgerschap als apart vak verplicht te stellen. Het wordt wel opgenomen in de kerndoelen in het basisonderwijs. Daarnaast stimuleert het kabinet experimenten met maatschappelijke stages in het voortgezet onderwijs.

Zowel de gewichtenregeling als het onderwijsachterstandenbeleid ­ beide bedoeld om leerlingen met een achterstand extra aandacht te geven - worden aangepast. De verantwoordelijkheid voor het onderwijsachterstandenbeleid komt vanaf 2006 hoofdzakelijk bij de scholen te liggen, zonder tussenkomst van de gemeenten. De gemeente blijft een belangrijke rol spelen bij het jeugdbeleid, bij de voor- en vroegschoolse opvang, bij de opzet van schakelklassen en bij de voorzieningen rond de school. Het geld van de gewichtenregeling komt voortaan ten goede aan leerlingen met een feitelijke achterstand.

RVD, 23.04.2004