Partij van de Arbeid


Den Haag, 28 april 2004


Vragen van de leden Timmermans, De Vries en Leerdam (allen PvdA) aan de minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksaangelegenheden en de staatssecretaris van Europese Zaken


over de mogelijke Ultraperifere Status van de Nederlandse Antillen en Aruba in de Europese Unie


1. Herinnert u zich het amendement dat door de Nederlandse parlementaire leden van de Europese Conventie is ingebracht, met als doel de mogelijkheid te openen voor het verkrijgen van de status van Ultraperifere Gebieden (UPG) voor de Nederlandse Antillen en Aruba in de Europese Unie?


2. Wordt deze mogelijkheid nog steeds door de Nederlandse regering binnen de Intergouvernementele Conferentie bepleit? Zo ja, op welke wijze gebeurt dit? Zo nee, waarom niet?


3. Welke afspraken zijn inmiddels met de Franse regering gemaakt om te komen tot een gemeenschappelijke inzet voor de UPG-status? Wordt de uitbreiding van de UPG-status door de Franse regering bepleit in de IGC, al dan niet in samenwerking met Nederland?


4. Deelt u de analyse dat niet eerst gewacht kan worden op de uitkomsten van de Commissie-Van Beuge voordat de mogelijkheid van verkrijging van de UPG-status met kracht wordt bepleit in de IGC, omdat dit bij voorkeur moet worden geregeld voordat de onderhandelingen over de Europese Grondwet zijn afgerond?


5. Wat zijn de gevolgen voor de Nederlandse onderhandelingspositie indien pas na de afronding van de IGC zou worden overgegaan tot het bepleiten van de UPG-status? Kunnen er dan nog toevoegingen plaatsvinden aan het afgeronde verdrag, dan wel kan het uitonderhandelde verdrag dan nog aan de Nederlandse wensen worden aangepast? Welke inspanningen en termijnen zijn daarmee dan gemoeid?


---

Tweede Kamer der Staten-Generaal

www.tweedekamer.nl