Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Kamerstuk, 10-9-2004

IGZ rapport "Verpleeghuizen garanderen minimale zorg niet"

Met deze brief biedt de staatssecretaris u het rapport "Verpleeghuizen garanderen minimale zorg niet" van de Inspectie voor de Gezondheidszorg aan.

PDF
IGZ rapport "Verpleeghuizen garanderen minimale zorg niet (nieuw venster)

Kamerstuk, 10-9-2004 (3 pag., 41 kB)

Brief
PDF
IGZ rapport "Verpleeghuizen garanderen minimale zorg niet (nieuw venster)

Kamerstuk, 10-9-2004 (3.720 kB)

Rapport

Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Postbus 20350
2500 EJ DEN HAAG
Telefoon (070) 340 79 11
Fax (070) 340 78 34
Bezoekadres:
Parnassusplein 5
2511 VX DEN HAAG
Correspondentie uitsluitend
richten aan het postadres met
vermelding van de datum en
het kenmerk van deze brief.
Internetadres:
www.minvws.nl
De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
Ons kenmerk Inlichtingen bij Doorkiesnummer Den Haag DVVO-ZA-U-2516019
Onderwerp Bijlage(n) Uw brief
IGZ rapport "Verpleeghuizen garanderen
minimale zorg niet"
Met deze brief bied ik u het rapport "Verpleeghuizen garanderen minimale zorg niet" van de Inspectie voor de Gezondheidszorg aan.
Inhoud van het Rapport
Naar aanleiding van signalen in de media over tekortschietende zorg in verpleeghuizen heeft de IGZ een onderzoek gedaan naar de minimale zorg in 60 verpleeghuizen. Hierbij zijn de 60 verpleeghuizen getoetst aan de hand van de eisen voor de minimale noodzakelijke zorgverlening zoals deze in 2001 door de IGZ, Arcares, LOC en AVVV zijn opgesteld. De algemene conclusie is dat in 22 procent van de onderzochte verpleeghuizen voldaan wordt aan alle tien getoetste criteria en dat in de overige gevallen aan één of meerdere criteria niet wordt voldaan. Er is sinds 2000 sprake van een verbetering, echter nog steeds heeft eenderde van de verpleeghuizen niet vastgelegd waaraan het minimum niveau van de zorgverlening moet voldoen.
Op de diverse te onderscheiden onderdelen van de zorg concludeert de IGZ dat permanent toezicht voor psychogeriatrische bewoners en voldoende hulp en tijd voor de maaltijden het grootste knelpunt is. Ook wordt er tekort geschoten op dagelijkse verzorging zoals wassen, toiletgang, en mobiliserende activiteiten.
In zijn algemeenheid concludeert de IGZ dat in twee van de drie verpleeghuizen de minimale normen niet zijn vastgelegd. Er wordt niet systematisch gemeten en de alarmbellen hebben ook niet gerinkeld.
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Blad
2
Kenmerk
DVVO-ZA-U-2516019
Te ondernemen acties
1. Ik ga er vanuit dat instellingen die volgens de IGZ onvoldoende scoren op de onderzochte 'alarmbellen' voor het einde van het jaar verbeterplannen hebben opgesteld om de minimaal noodzakelijke zorg te garanderen. Daartoe heeft de inspectie de verpleeghuizen opdracht gegeven.
2. De instellingen zijn nu aan zet om kwaliteitsverbetering tot stand te brengen. De verzekeraars zullen bij het contracteren van verpleeghuiszorg op kwaliteit moeten letten. Een aantal verzekeraars, bijvoorbeeld Achmea, voert daar al expliciet beleid op in samenspraak met de cliëntorganisaties.
3. Ik zal samen met het LOC en Arcares afspraken maken over hoe we op korte termijn de goede voorbeelden kunnen verspreiden. Ook wil ik in samenspraak bezien hoe we kwaliteitsverbetering en kwaliteitstoetsing tot stand gaan brengen. Ik weet dat de organisaties daar zelf ook al mee bezig zijn.
4. Samen met de inspectie, de brancheorganisaties en de cliëntorganisaties wil ik tevens bezien op welke manier de kwaliteit (in brede zin) voor iedereen inzichtelijk kan worden gemaakt.
5. Ik zal samen met de cliëntorganisaties en met Arcares bezien of en welk onderzoek verder nodig is.
Reactie op het rapport
Het rapport van de IGZ schetst een beeld van de kwaliteit van zorg in de onderzochte verpleeghuizen zoals herkenbaar is uit recente incidenten. De incidenten mogen en zijn wat mij betreft niet de norm voor de zorg in de verpleeghuizen. Zoals u weet is bij ieder signaal over een slecht functionerende instelling de IGZ door mij verzocht om te kijken wat er aan de hand is. En wat mij betreft blijft dat ook zo, telkens als er iets mis is stuur ik de IGZ erop af. Ik beschouw kwaliteit van zorg van groot belang. In de brief aan de Tweede Kamer van 4 december 2002 heb ik duidelijk aangegeven dat de zorg beter kan en beter moet. In mijn brief heb ik de opgelopen achterstanden al onaanvaardbaar genoemd. Ik heb geschetst dat veranderingen op het terrein van kwaliteit en innovatie te lang op zich laten wachten. Het rapport is een signaal dat de zorg niet in alle instellingen op niveau is en dat baart mij zorgen. In het Convenant AWBZ zijn nu afspraken gemaakt om innovatie, ICT en ontbureaucratisering te bevorderen. De opgave heeft lang -en terecht- in het teken gestaan van volume en wachtlijstvermindering. De aandacht moet méér gericht zijn op kwaliteit. Hierbij wil ik behalve op de 10 'alarmbellen' de nadruk leggen op kwaliteit van leven: bejegening, de leefomgeving en huisvesting wordt door cliënten als zeer belangrijk ervaren. De bevindingen van Cliënt en Kwaliteit over goede kwaliteit van zorg en de tevredenheid van cliënten zelf laten dit zien. Het gaat om de erkenning van de autonomie van de cliënt en het daarop afstemmen van de zorg.
Kwaliteit van zorg is wat mij betreft een onderdeel van kwaliteit van leven. Verbeteringen als de afbouw van meerbedskamers waartoe samen met het College Bouw initiatief is genomen en verandering van zorgconcepten zoals het kleinschalig verblijfsvormen voor dementerenden zijn voor mij belangrijk.
Het rapport constateert dat in 22 procent van de onderzochte verpleeghuizen de zorgverlening niet ter discussie staat. Goede praktijk zal dan ook uitgewisseld dienen te worden. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Blad
3
Kenmerk
DVVO-ZA-U-2516019
De Staatssecretaris van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,
drs. Clémence Ross-van Dorp