Chronisch zieken en Gehandicapten Raad Nederland

wet maatschappelijke ondersteuning

De WMO: nieuwe kans of bedreiging? Speech van Jan Troost tijdens de derde plenaire HMF bijeenkomst op 9 september 2004

Voordat ik helemaal opga in mijn betoog, wil ik allereerst aangeven waar ik het over ga hebben. De vraagstelling waar ik vandaag op inga luidt: Waarom draait het bij de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO)?

Verder ga ik in op de gevolgen van deze wet voor mensen uit de achterban van de Chronisch zieken en Gehandicapten Raad (kortweg de CG-Raad). U bent wellicht ook benieuwd naar mijn reactie op de WMO, de wet die eerst nog als 'het dienstverleningsstelsel' werd betiteld. Ik zal u deze dan ook geven. Tevens wil ik de vraag aan u voorleggen waar een WMO aan moet voldoen, tenminste wanneer een dergelijk concept voor beleid levensvatbaar moet blijven.
Er is immers nog geen enkel formeel besluit over genomen, er liggen op dit moment zelfs nog 366 Kamervragen te wachten op beantwoording

Maar ik zal ook een ander, meer realistisch scenario aan u voorleggen. Tot zover mijn 'uitleg vooraf'.

Ten eerste: Waar gaat om bij de WMO? Allereerst stel ik vast dat hier de positie van mensen met ernstige beperkingen in het geding is. Ik heb grote moeite met de wijze waarop het ministerie van VWS omgaat met de onderhavige terminologie. De CG-Raad gebruikt graag de definitie van de World Health Organisation (WHO). Deze organisatie omschrijft 'mensen met een ernstige beperking' als volgt: 'Mensen die zonder voorzieningen niet in staat zijn de normale dagelijkse activiteiten te verrichten.' In de Internationale Classificatie van het Menselijk Functioneren (ICF) typeert men 'een ernstige beperking' als niveau 3.

Doelen
Zelfstandig functioneren, respect voor iemands persoonlijke situatie en levenssfeer en de mogelijkheden tot het uitoefenen van burgerschap moeten deel uitmaken van een toetsingskader voor de voorzieningen die nu onder de werkingssfeer van de WMO gepland zijn. Dit zijn naar mijn stellige overtuiging waarborgen voor de realisatie van fundamentele individuele rechten.
Het gaat dus om toetsing van hoe het gesteld is met het recht op zelfstandig functioneren, het recht op respect voor iemands persoonlijke mogelijkheden, en het meer algemeen omschreven recht op burgerschap.

Kort samengevat: ik pleit hier voor een concrete invulling van de grondwettelijke plicht die de overheid heeft om toegankelijke en kwalitatieve zorg te waarborgen. De CG-Raad houdt daarnaast een warm pleidooi voor gelijke behandeling van alle burgers evenals voor het strafbaar stellen van discriminatie op welke nader gedefinieerde grond dan ook.

Gevolgen van de WMO
In de bij deze bijeenkomst geleverde documenten worden vooral de praktische gevolgen van de WMO geschetst. Ik onderschrijf die, maar wil zelf toch komen tot een wat principiëlere benadering. Toen ik in oktober van 2003 voor het eerst iets vernam van de gedachten achter de WMO, werd ik kwaad. Ik was ook verbaasd. Hoe haalden ze zoiets in hun hoofd?

Emancipatie
De CG-Raad heeft de afgelopen 15 jaar werk gemaakt van emancipatie van mensen met een chronische ziekte of handicap. Dit proces wordt op de helling gezet. Rechten worden gunsten. Ik kan me geen politieke partij voorstellen die dit als verkiezingsleuze kiest: rechten worden gunsten. Daar win je de kiezer niet mee. Toch is dit wat er gebeurt: rechten worden gunsten. Ons recht op volwaardig burgerschap, onze claim op respect wordt platgewalst door de zogeheten 'civil society'. Dit steekt, dames en heren! Dit doet pijn. Toch zegt de staatssecretaris dat zij het beste met ons voorheeft.

Afhankelijkheid
We worden weer afhankelijk. Er is meer werk aan de winkel voor de toch al belaste mantelzorgers en de schaarse vrijwilligers. Dat is nu wel het laatste waar onze achterban op zit te wachten: op meer afhankelijkheid. Je kunt je heden ten dage trouwens afvragen in hoeverre mantelzorg een realistische optie vormt. Veel mensen hebben geen tijd voor het verrichten van mantelzorg, omdat ze vijftig uur per week werken. In grote steden kennen velen hun buren niet eens bij naam Juist nu we op de goede weg waren naar meer onafhankelijkheid en het varen van een eigen koers: door bijvoorbeeld vraagsturing in de modernisering van de AWBZ, door meer mogelijkheden om met een persoonsgebonden budget zelf zorg op maat en naar eigen keuze in te kopen, door flexibilisering, onafhankelijke indicering en keuzevrijheid. We verlaten die ingeslagen goede weg, want de keuzen die in de contouren van de WMO worden gemaakt, staan hier haaks op. Binnen de condities van de WMO gaan we weer terug naar aanbodgestuurde zorg. Iedereen kent daar de gevolgen van, die vooral voor de vragers vervelend uitpakken: wachtlijsten en een verlies aan kwaliteit. Natuurlijk is ook de CG-Raad voorstander van ontschotting, het bundelen van wetten waar nu allerlei schotten tussen zitten. Maar wij houden graag vast aan één duidelijk voordeel van de huidige AWBZ: het vastgelegde recht op aanspraken.

Goede voorzieningen kunnen onze beperkingen in vergaande mate inperken of oplossen en zo bijdragen aan een goede kwaliteit van leven. Hantering van welke kwaliteitscriteria dan ook wordt nu helemaal losgelaten. Praktische extreem domme voorbeelden hiervan zijn er al! Bijvoorbeeld van de scootmobielgebruiker die zijn vervoermiddel moest inleveren voor de winter, en van de scootmobielrijder die moest gaan carpoolen met iemand anders met een loophandicap. Je leent toch ook je benen niet uit aan je buurman! Mij bekruipt steeds meer het onzalige gevoel dat de bereikte zorg, waar we met elkaar zo hard aan hebben gewerkt, verloedert. De kwaliteit ervan komt uiteindelijk terecht op het niveau van een tweedehands markt waar gemeenten voor een dubbeltje op de eerste rij willen zitten. Het risico dat je hierdoor fysieke schade oploopt, of onnodig te maken krijgt met terugval en meer last van je handicap of aandoening krijgt, is in het kader van de Wvg afdoende aangetoond. Hier ziet niemand op te wachten.

De mogelijkheden van de WMO Omdat ik er niet van houd in te gaan op details beperk ik me tot aanspraken op zorg en voorzieningen en het probleem van de doeluitkeringen.

aanspraken
Het fundamentele probleem van de aanspraken schreeuwt allereerst om een oplossing, aldus de CG-Raad. Ik heb hierbij een handige suggestie: laat de Tweede Kamer eerst eens kijken naar andere wetten waarbij individuele voorzieningen toegekend worden, bijvoorbeeld naar de Wet Werk en Bijstand. De suggestie om het Wvg-protocol als leidraad te nemen voor het vastleggen van aanspraken, ondersteun ik graag! Wij willen immers een waarborg op kwalitatief goede en toegankelijke zorg. De vragen van Kamerleden over de kwaliteit en toegankelijkheid van collectieve voorzieningen, stemmen mij hoopvol.

doeluitkering
De betaalbaarheid van voorzieningen is een veel gehoord probleem. De CG-Raad ziet de oplossing ervan in een geoormerkte doeluitkering. Lokale besturen mogen niet worden belast met oneigenlijke keuzen tussen toekenning van individuele zorg en bijvoorbeeld financiering van clubhuizen of lantaarnpalen. Bovendien hebben gemeenten ook al vaak te maken met krappe budgetten. Wij bepleiten in dit kader een kostendekkend en geoormerkt budget. Alleen wanneer dat beschikbaar is, hebben gemeenten alle ruimte en tijd om zich bezig te houden met zaken als rechtmatigheid en kwaliteit en doelmatigheid van de uitvoering van voorzieningenverstrekking. Het is veelbetekenend dat betrokkenen als de VNG en de Raad voor Financiële Verhoudingen ook af en toe de term 'doeluitkering' laten vallen.

De vraag sturen
Daarnaast moet de lijn van modernisering, zoals ingezet met de veranderingen in de AWBZ, worden doorgetrokken in de WMO. Vraagsturing en de mogelijkheid om met een persoonsgebonden budget (pgb) zelf naar eigen inzicht zorg in te kopen, het zijn allemaal zaken die een positieve impuls geven aan zelfstandigheid. Het feit dat een pgb-houder geen overheadkosten maakt, moet toch iedereen warm kunnen maken voor uitbreiding van de mogelijkheid een pgb te krijgen. Vraagsturing houdt ook in: zorg op de eigen maat en naar eigen wens, waarbij iedere vorm van - vaak bureaucratische - verspilling wordt voorkomen. Het inzetten en gebruik maken van de ervaringskennis van mensen met ernstige beperkingen bespaart weer hoge advieskosten. Daar kan toch niemand tegen zijn? Ik doe u de suggestie gratis aan de hand.

Wetgeving
Tenslotte een praktijkvoorbeeld ter ondersteuning van mijn stelling dat wetgeving alleen keiharde garanties biedt voor aanspraken. Het platform Emmen heeft een proces tegen de gemeente verloren. Inzet was de zorgplicht van de gemeente, zoals die is vastgelegd in het Wvg-protocol. De centrale Raad van beroep stelde echter vast dat een dergelijk protocol geen verplichting oplegt aan een gemeente. Het platform heeft hiermee alleen aan inzicht gewonnen. Want het platform heeft nu duidelijkheid verkregen over de noodzaak van een regeling waarbij bij wet wordt bepaald hoe zaken in het publieke domein worden uitgevoerd. Er is niets tegen het zelf bedenken van oplossingen door de VNG en landelijke branche organisaties van gebruikers en aanbieders. Deze inspanning kan onder meer leiden tot nadere definities van de invulling van aanspraken, de omschrijving van prestatievelden, de criteria en meting, maar ook van monitoring, evaluatie en de rol van lokale belangenbehartigers. Het resultaat van deze denkexercitie moet wel een politieke toets kunnen doorstaan.

Kunnen we zonder de WMO? Wat opvalt is het feit dat het ministerie van VWS zich nooit de vraag heeft gesteld of de nagestreefde doelen wel bereikt kunnen worden zonder extra en bijzonder complexe wetgeving.

Regeling van individuele voorzieningen Mijn suggestie: via een betrekkelijk eenvoudige aanpassing van de Wvg zou deze geschikt gemaakt kunnen worden voor verstrekking van álle individuele voorzieningen. Er ligt al een voorstel bij de Tweede Kamer dat beoogt meer zekerheid te bieden over aanspraken. Ook is er een toezegging van zowel de Regering, de Eerste als de Tweede Kamer om het budget aan te passen aan het structurele uitgavenniveau. De Raad voor de Volksgezondheid heeft hiervoor al een goed advies uitgebracht.

Regeling van Collectieve voorzieningen De Welzijnswet kan uitstekend worden gebruikt voor alle vormen van collectieve dienstverlening. De wet Werk en Bijstand is een goede richtlijn voor inkomensbeleid, zeker nu een collectieve regeling voor chronisch zieken en gehandicapten op dit punt, door de Kamer is goedgekeurd. Het is bijzonder wenselijk dat gemeenten ook werk gaan maken van reïntegratie en bemoeienis met werkgelegenheid in het algemeen.
De Wet Collectieve Preventie vraagt om invulling van de keten tussen 'wonen' en 'zorg'. Ik denk dat gemeenten goed in staat zijn tot beleid voor de invulling van de hele zorgketen die op individueel niveau nodig is. Een betere samenhang in het aanbod kan ook door de gemeenten worden gerealiseerd. Uitgangspunt daarbij is dat iedere buurt een eigen basispakket aan voorzieningen kan bieden. Waar dat gezien de omvang van de vraag nodig is, kan dat aanbod op maat en naar behoefte worden uitgebreid. Gemeenten beschikken over voldoende instrumenten om op het terrein van wonen goede randvoorwaarden te scheppen, zodat mensen zo min mogelijk gebruik te hoeven maken van het welbekende alternatief voor wonen: de intramurale voorziening.

Tenslotte
Waar nu behoefte aan is: aan lokale bestuurders met visie, die het als een missie zien alle burgers van hun lokale samenleving tot hun recht te doen komen. Zij moeten een vooruitziende blik hebben en een oog voor het voorkomen van problemen. Wonen, werken en meedoen door mensen met beperkingen moet zo normaal worden dat we er gek van opkijken als daar speciale aandacht aan wordt besteed.

Jan Troost,
Voorzitter Chronisch zieken en Gehandicapten Raad

(Geplaatst: 13 september 2004)
---