Ingezonden persbericht


1432a0d.gif

Persbericht

Den Haag, 16 september 2004

Hulpverlening in spagaat

Richtlijnen humanitaire hulpverlening onder druk

Het wordt voor hulporganisaties steeds moeilijker om noodhulp te bieden. Steeds vaker is de neutraliteit van hulporganisaties in het geding. Hulpverleners worden bedreigd en soms zelfs vermoord. Hulporganisaties mogen geen werktuig van de regering zijn, maar worden soms wel zo gezien. Deze en andere zaken worden aan de kaak gesteld tijdens de internationale werkconferentie 'Ten Years Code of Conduct: Principles in Practice' op maandag 20 september in Den Haag. Op de werkconferentie zijn hulporganisaties, donoren en denktanks uit de hele wereld bijeen.

In 1994 initieerde het Rode Kruis de ontwikkeling van een gedragscode voor humanitaire hulporganisaties, de Code of Conduct. De code beschrijft tien principes waar hulp aan moet voldoen om effectief en kwalitatief goed te zijn. Het maakt duidelijk dat humanitaire nood op de eerste plaats komt en dat hulp wordt verleend zonder uitsluiting van ras of nationaliteit. Hulp mag niet worden verleend uit religieus of politiek standpunt. Humanitaire hulp moet de situatie van mensen daadwerkelijk verbeteren. Het moet niet zo zijn dat hulp met goede bedoelingen de situatie van mensen eigenlijk verergert.

Inmiddels hebben wereldwijd zo'n 300 organisaties de code ondertekend. Tien jaar na de oprichting van de Code of Conduct zijn de ondertekenaars bijeen om de code te analyseren binnen de veranderde context van de hulpverlening.