Ingezonden persbericht


Eenderde van de 10-14 jarigen kan zich geen leven zonder mobiele telefoon voorstellen

89% van de Nederlandse ´tweenies´ heeft mobieltje

"Mijn vriendje mag mij 's nachts wakker bellen. Ik heb hem nog niet, maar dat zal binnenkort wel gebeuren!"

Amsterdam, 22 september 2004 - Bijna alle Nederlandse kinderen tussen de 10 en 14 jaar hebben een mobieltje. Eén op de drie kinderen kan zich zelfs geen leven meer zonder mobieltje voorstellen. En sms'en heeft de traditionele functie van de mobiele telefoon voor hen overgenomen. Dit zijn enkele uitkomsten van het 'tweeniesonderzoek' dat IPM KidWise in opdracht van Orange heeft uitgevoerd onder kinderen van 10 tot en met 14 jaar.

Het 'tweeniesonderzoek' is in augustus uitgevoerd onder 400 kinderen. Er is onderzocht hoe zij tegen het hebben en gebruiken van een mobiele telefoon aankijken. Aanleiding voor het onderzoek is het 'Kids & Telecom congres' van de gemeente Den Haag, waar Orange vandaag spreekt. Steeds meer kinderen hebben een mobiele telefoon en ook Orange wil graag hier haar verantwoordelijkheid in nemen. "Tot nu toe hebben we ons altijd gericht op volwassenen. Dit onderzoek maakt het voor ons duidelijk, dat wij ons ook op kinderen moeten gaan richten. Samen met de ouders willen wij deze kinderen leren om bewust om te gaan met hun mobieltje. Niemand is erbij gebaat, dat jongeren in de problemen komen. Als de ouders, de kinderen zelf en de mobiele telefonieaanbieders dit samen oppakken, dan zien wij een hele goede en mooie toekomst voor de nieuwe generatie bellers", zegt Bruno Michieli, Head of Acquisition Marketing bij Orange.

Een aantal van de belangrijkste uitkomsten van het onderzoek Maar liefst 9 van de 10 kinderen in de leeftijd van 10 tot en met 14 jaar hebben een mobiele telefoon (89%). Van de 14-jarigen heeft zelfs bijna iedereen een mobieltje (98%); van de 10-jarigen al meer dan driekwart (79%).

Opmerkelijk is dat tweenies minder bellen dan sms'en. Bijna de helft (49%) sms't het meest met zijn telefoon, daarna komt bellen (35%) en spelletjes spelen (25%). De traditionele functie van de telefoon - iemand bellen - heeft dus bij deze leeftijdscategorie plaats gemaakt voor een andere functie.

De meeste kinderen krijgen hun eerste mobieltje als ze 9 of 10 jaar zijn. Op die leeftijd willen vooral de ouders graag dat hun kinderen bereikbaar zijn. Slechts 36% van de kinderen betaalt de rekening zelf, 13% doet het samen met de ouders, en bij 49% van de ondervraagden betalen de ouders de kosten van de mobiele telefoon. Naarmate de kinderen ouder worden, zie je dat kinderen vaker zelf de kosten van hun mobiel betalen.

Kinderen bellen het meeste naar hun moeder (37%), vooral om te vertellen waar zij zijn (31%). Vriendjes en vriendinnetjes komen op de tweede plaats (31%), pas op de derde plaats gevolgd door vader (11%). De meeste kinderen verbellen zo'n 5 -10 euro per maand. 'Grootverbruikers' zijn de meisjes op de middelbare school, zij verbellen tussen de 10 - 20 euro per maand. Op de basisschool hebben bijna alle kinderen een prepaid (97%). Op de middelbare school hebben wat meer jongeren een abonnement, maar ook daar heeft nog 88% een prepaid mobieltje.

Do's & don'ts
Ook is er onderzoek gedaan naar de normen en waarden omtrent het bellen met mobiele telefoons. Bellen in de bioscoop, je mobieltje in de klas aan laten staan en hard praten in het openbaar vervoer worden als 'not done' aangegeven. Kinderen hebben bovendien vaak een persoonlijke visie op wat 'echt niet kan'. Van "roddelen via mobiel", "sekslijnen bellen en bejaarden stalken" tot aan "verkering uitmaken of mensen uitschelden", of zelfs "in je broek laten zitten in de wasmachine!"

's Nachts zet bijna de helft zijn telefoon dan ook uit voor het slapengaan. 18% wil absoluut niet gestoord worden. Alleen een heel speciaal persoon mag ze wakker bellen, zoals Anky van Grunsven "om te vragen of ik voor haar paarden kan zorgen", de frietman, want "die friet is heel lekker" of "mijn moeder, waarom, dat maakt niet zoveel uit".

Jongens versus meisjes
Bij het gebruik van de telefoon blijkt een opvallend verschil tussen jongens en meisjes. Terwijl spelletjes spelen een typische jongensaangelegenheid is, is sms'en het populairst bij de meisjes. 60% van de meisjes vindt zichzelf een 'sms-type', bij de jongens is dat 43%. 15% van de jongens noemt zich liever 'belgek'. Meer meisjes dan jongens kunnen zich geen leven zonder mobiel voorstellen (37% versus 28%). Gek genoeg zijn juist weer meer jongens (28%) van plan om geen vaste lijn te nemen dan meisjes (19%). 4 op de 10 meisjes zijn van mening dat zij "liever een week geen zakgeld hebben dan geen mobieltje", terwijl de jongens hier significant minder scoren (29%). Jongens geven echter weer vaker aan "liever hun portemonnee verliezen dan hun mobieltje". Hun percentage is daarbij 41% ten opzichte van 32% bij de meisjes.

Vandaag en morgen
Mobiele telefonie heeft onomstotelijk een vaste plaats in het wereldbeeld van de tweenies gekregen. Eenderde van deze kinderen (32%) zegt zich zelfs geen leven zonder mobiele telefoon te kunnen voorstellen.

En de toekomst? The sky is the limit, volgens de tweenies. Van "skateboarden en surfen" met je mobiele telefoon, tot aan toekomstvisies "dat er dan een landkaart op zit en een kompas" of "dat ie leeft en dat ie met je kan praten". Veel kinderen noemen nieuwe accessoires en diensten zoals een cd-romfunctie met extra spelletjes, met meerdere mensen tegelijk praten en elkaar zien terwijl je met elkaar praat. Eén ding staat in ieder geval vast bij drie van de vier kinderen: in de toekomst hebben mensen aan slechts 1 mobieltje niet genoeg. Ook denkt gemiddeld 23% later geen vaste telefoonlijn te nemen.

Over het onderzoek
De steekproef bestond uit 100 jongens en 100 meisjes op de basisschool en 100 jongens en 100 meisjes op de middelbare school. Er deden 400 kinderen in de leeftijd van 10 tot en met 14 jaar mee. Uit het onderzoek blijkt dat met betrekking tot regio, sociale klasse en opleidingsniveau slechts sporadisch verschillen te zien zijn.

Een samenvatting van het onderzoek is te vinden op de volgende locatie: http://www.persinfo.nl/upload/1095863486.pdf