European Commission

IP/04/1213

Brussel, 13 oktober 2004

Commissie neemt Witboek aan over lijnvaartconferences

De Europese Commissie heeft een Witboek aangenomen waarin zij voorstelt de zeevervoersector meer voor concurrentie open te stellen, ten voordele van de algemene economie van Europa en de exportbedrijven in het bijzonder. In het Witboek wordt overwogen om de genereuze vrijstelling van de concurrentieregels waarvan de sector al bijna 20 jaar heeft geprofiteerd, in te trekken. Op grond van die vrijstelling kan de sector prijzen vaststellen voor het vervoer van goederen tussen de Europese Unie en het Verre Oosten, respectievelijk de Verenigde Staten, alsook tussen de EU en andere regio's. Belanghebbenden kunnen vóór 15 december hun opmerkingen over dit onderwerp en over mogelijke alternatieven formulieren.

Het commentaar van de commissaris voor Concurrentie, Mario Monti, op het Witboek luidde als volgt: "Scheepvaartondernemingen hebben gedurende zeer lange tijd van een uiterst royale vrijstelling van de concurrentieregels kunnen profiteren. Net zoals de andere mededingingsautoriteiten geloven wij dat deze vrijstelling op een bepaald moment gerechtvaardigd was, maar thans opnieuw moet worden onderzocht gezien de invloed ervan op het concurrentievermogen van de Europese industrie en op de exportbedrijven in het bijzonder". Hij voegde daaraan toe: "De constructieve houding van de scheepvaartondernemingen op dit moment is bemoedigend en ik doe een beroep op hen om na te denken over andere samenwerkingsvormen die zowel in hun belang als in het belang van de Europese verwerkende industrie en andere klanten zijn".

Scheepvaartondernemingen hebben zich van oudsher in lijnvaartconferences georganiseerd waarbij zij eenvormige of gemeenschappelijke vervoertarieven overeenkwamen om verladers en expediteurs geregelde lijnvaartdiensten aan te kunnen bieden.

Lijnvaartconferences genoten in vele rechtsgebieden sinds lang een of andere soort vrijstelling van de concurrentieregels. In de Europese Unie kwam de Ministerraad in 1986 regels overeen waarbij onder strikte voorwaarden vrijstelling van de artikelen 81 en 82 werd verleend voor prijsafspraken, de regeling van vervoerscapaciteit en andere overeenkomsten of vormen van overleg tussen lijnvaartondernemingen. De groepsvrijstellingsverordening voor lijnvaartconferences nr. 4056/86 was gerechtvaardigd door de veronderstelling dat de vaststelling van tarieven en andere activiteiten van lijnvaartconferences tot stabiele vrachttarieven zouden leiden, die op hun beurt een waarborg zouden vormen voor betrouwbare geregelde zeevervoerdiensten aan verladers.

Sindsdien werd deze immuniteit evenwel in verschillende delen van de wereld herzien, waaronder ook in de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling.

Dit Witboek vormt de tweede stap in de herziening door de EU en zou in 2005 moeten uitmonden in concrete regelgevingsvoorstellen. In het Witboek wordt onderzocht of de huidige verordening behouden, gewijzigd of ingetrokken moet worden en, in het bijzonder, of de bestaande zogenaamde groepsvrijstelling vervangen moet worden door andere instrumenten, zoals bijvoorbeeld een reeks richtsnoeren (naast de reeds bestaande samenwerkingsvormen zoals consortia en allianties).

De Commissie zal bij de herziening in gedachten houden dat de lijnvaart een wereldindustrie is die ook van cruciaal belang is voor de wereldhandel, aangezien 75% van het volume (45% in termen van waarde) van de export en import over zee wordt vervoerd.

De herziening moet in de context van de conclusies van de Europese Raad van Lissabon in 2000 worden gezien, waarin de Commissie werd opgeroepen om "de liberalisering te bespoedigen in sectoren zoals gas, elektriciteit, water, postdiensten en vervoer". De herziening was ook ingegeven door een verslag van het OESO-secretariaat waarin werd aanbevolen de antitrustvrijstelling voor prijsafspraken en tariefoverleg in te trekken.

Het Witboek kan worden geraadpleegd op het volgende internetadres:

http://europa.eu.int/comm/competition/index_nl.html

Achtergrond

De herziening startte in maart 2003 met de publicatie van een Consultatie Document (zie IP/03/445).

De Commissie heeft reeds uitgebreide discussies met de Lid-Staten gehouden, die degenen zijn die uiteindelijk de bestaande verordening kunnen intrekken of wijzigen.