Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzittervan de TweedeKamerderStaten-Generaal

Binnenhof4

Den Haag


-

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061

2500 EB Den Haag


Datum


- 13 oktober 2004

Behandeld


- Anja Roelofs


Kenmerk


- DVF/AS ­232/04

Telefoon


- 070 - 348.6767


Blad


- 1/4

Fax


- 070 - 348.4803


Bijlage(n)


- 1


- anja.roelofs@minbuza.nl


Betreft


- Uw verzoek inzake- OESO/DAC bijstelling ODA-criteria veiligheidssector

Als vervolg op mijn brief van 10 mei jl. (29200 V, nr.80) en in antwoord op uw verzoek tijdens hetAlgemeen Overleg van 2 september jl. om nadere informatie te verschaffen over de voortgang en planning ten behoeve van de discussie binnen de OESO/DAC over de ODA-registratie van vrede- en veiligheidsgerelateerde uitgaven bericht ik u als volgt.

Stand van zaken na HLM 2004
Na de High Level Meeting 2004 informeerde ik u over de uitkomsten van deze bijeenkomst van het Ontwikkelingscomité van de OESO (DAC). De belangrijkste uitkomsten waren enerzijds brede consensus over het doorslaggevende belang van vrede en veiligheid voor ontwikkeling, en anderzijds overeenstemming over de ODA-registratie van een aantal civiele activiteiten. De specifieke activiteiten hebben betrekking op het managen van uitgaven ten behoeve van de veiligheidssector, het versterken van de rol van civiel maatschappelijke organisaties in de veiligheidssector, en het terugdringen van de rekrutering van kindsoldaten.Tevens werd tijdens deze ministeriële bijeenkomst overeengekomen dat de discussie over resterende veiligheidsgerelateerde activiteiten zou worden voortgezet met het oog op verdergaande besluitvorming tijdens de eerstvolgende HLM (2-3 maart 2005). Op de Senior Level Meeting op 8-9 december a.s. zal er een tussentijdse rapportage plaatsvinden.

Nederlandse inzet
Conform het regeerakkoord bepleit Nederland bij de OESO dat een groter deel van de kosten van vrede- en veiligheidsgerelateerde activiteiten in ontwikkelingslanden onder de ODA-definities worden gebracht. Nederland zet zich dan ook onverminderd in om activiteiten die ontwikkelingsrelevant zijn op de nexus vrede, veiligheid en stabiliteit, positieve effecten sorteren voor DAC-I landen en waarvoor bij de ODA-toerekening een kunstmatige scheiding tussen civiele en militaire organisaties in stand wordt gehouden, volledig onder ODA te kunnen brengen.

Binnen de OESO dringt Nederland in dit verband aan op een beleidsmatige, meer fundamentele discussie waarbij de samenhang in beleid en uitvoering tussen de verschillende betrokken ministeries centraal staat.

Voortgang sinds HLM 2004: DAC-workshop op 8 september jl. Deze DAC-workshop werd georganiseerd om de resterende ODA-kwesties op de nexus vrede, veiligheid en stabiliteit te behandelen. Hiertoe is door Nederland een zogenaamde room document getiteld 'Towards consistency of ODA-eligibility in relation to conflict prevention, peace-building and security-related activities' opgesteld, dat u hierbij aantreft. Tijdens de workshop kon het document worden toegelicht. Nederland benadrukte dat de discussie over ODA-biliteit gezien moet worden als onderdeel van een bredere discussie over coherentie. Ontwikkelingssamenwerking evolueert geleidelijk richting internationale samenwerking waarbij nieuwe beleidsterreinen in beeld komen die van groot belang zijn voor de ontwikkeling van landen, maar niet primair de verantwoordelijkheid van OS zijn. Door andere delegaties werd de noodzaak van een brede benadering en van geïntegreerd beleid algemeen onderschreven, ook door delegaties die terughoudend zijn op het gebied van ODA-registratie van vrede- en veiligheidsgerelateerde activiteiten.

Door de constructieve sfeer tijdens deze bijeenkomst heeft het onderhandelingsproces momentum verkregen en dit leidde ertoe dat er een aantal verdere stappen is gezet die de kans op verruiming van ODA-registratie tijdens de 2005 HLM vergroten. Tegelijkertijd dient opgemerkt te worden dat een groot aantal delegaties zich nog steeds zeer terughoudend of afwijzend opstelt zodra het gaat om het onder ODA brengen van activiteiten waarbij militairen betrokken zijn en/of als het gaat om activiteiten die het risico van wapengeweld inhouden.

Tijdens de workshop zijn de volgende stappen gezet:


1.Er kon voorlopige overeenstemming bereikt worden over de ODA-registratie van niet-militaire activiteiten in het kader van de hervorming van de veiligheidssector (Security Sector Reform ­ SSR). Nieuw in dit verband is dat activiteiten gericht op ministeries van Defensie niet langer worden uitgesloten, maar onder bepaalde voorwaarden (onder andere toestemming door het ministerie dat in het betrokken partnerland verantwoordelijk is voor coördinatie van externe hulp) als ODA geregistreerd kunnen worden.

2.Er werd voorlopige overeenstemming bereikt over ODA-registratie van activiteiten ter ondersteuning van civiele activiteiten in het kader van conflictpreventie en vredesopbouw.
3.Er bleek voorlopige overeenstemming te bestaan over de opname van een toelichtende clausule waarbij wordt bepaald dat de steun op het gebied van vrede en veiligheid ook als ODA geregistreerd kan worden, als deze wordt gegeven aan regionale en internationale organisaties. Als voorbeeld van een dergelijke organisatie kan de OVSE worden genoemd. Eerdere pogingen steun aan deze organisatie onder ODA te registreren strandden, omdat de OVSE niet voldeed aan de ontwikkelingsdoelstellingen zoals deze toen golden. Dit zou nu kunnen veranderen, omdat nu ook de activiteiten van de OVSE op het gebied van conflictpreventie en vredesopbouw relevant geacht worden voor ontwikkeling.
4.Ook is er gesproken over de controle op c.q. het voorkomen of verminderen van de proliferatie van kleine en lichte wapens. Er bestaat voorlopige consensus voor zover het activiteiten op dit terrein betreft die aansluiten bij het Small Arms and Light Weapons-programma van de Verenigde Naties. Nog geen overeenstemming kon echter worden bereikt over de registratie van dit type activiteiten als ODA, indien deze verricht worden door militair personeel uit de donorlanden.

Het betreft hier voorlopige overeenstemming op ambtelijk niveau omdat deze consensus is bereikt tijdens een technische bijeenkomst die bekrachtigd dient te worden op politiek niveau tijdens de HLM op 2-3 maart 2005.

Wegens tijdgebrek kon er tijdens de workshop niet gesproken worden over de hervorming en niet-militaire training van strijdkrachten en activiteiten op het gebied van vredeshandhaving.

Nabije toekomst: Senior Level Meeting op 8-9 december a.s. Tijdens de OESO/DAC-Senior Level Meeting (SLM) die op 8 en 9 december a.s. in Parijs zal worden gehouden, zal een beleidsmatige discussie zoals door Nederland wordt voorgestaan, worden gevoerd over de nog uitstaande punten van de workshop van 8 september. Het secretariaat zal hiertoe binnenkort een document opstellen.

Afhankelijk van de geboekte vooruitgang tijdens de SLM, zal mogelijkerwijs een tweede technische workshop volgen. Het totale pakket van wijzigingen waarover binnen het DAC consensus bestaat en mogelijk andere beslispunten op dit terrein zullen ter beslissing worden doorgeleid naar de Ministeriële vergadering in maart 2005.

Volledigheidshalve laat ik u tenslotte weten dat ik mij heb voorgenomen naast de discussies in OESO/DAC-kader, ook tijdens de informele OS-Raad van 26 en 27 oktober a.s. aandacht te schenken aan de nexus vrede, veiligheid en ontwikkeling. Immers, niet alleen op nationaal, maar ook op Europees niveau zou het geïntegreerd beleid moeten leiden tot operationalisering van een multidisciplinaire samenwerking.


- De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,

A.M.A. van Ardenne-van der Hoeven

===