Ministerie van Buitenlandse Zaken

inzake maatregelen tegen UNRWA

Beantwoording kamervragen inzake maatregelen tegen UNRWA

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag

Directie N-Afrika en Midden-Oosten

Afdeling Midden-Oosten

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061

2500 EB Den Haag

Datum

18 oktober 2004

Behandeld

M.J. van Deelen

Kenmerk

DAM-584/04

Telefoon

070-3485185

Blad


1/3

Fax

070-3486639

Bijlage(n)

DAM@minbuza.nl

Betreft

Beantwoording vragen van het lidVan Bommel over maatregelen tegen UNRWA

Graag bied ik u hierbij de antwoorden aan op de schriftelijke vragen gesteld door het lid Van Bommel over maatregelen tegen UNRWA. Deze vragen werden ingezonden op 30 september 2004 met kenmerk 2040500750.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

Dr. B.R. Bot

Antwoorden van de heer Bot, minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van het lid Van Bommel (SP) over maatregelen tegen The United Nations Relief and Works Agency for Palestine Reugees in the Near East- personeel bij de grens van Gaza.

Vraag 1
Wat is uw oordeel over de maatregelen van de Israelische autoriteiten tegen personeel van de UNRWA in Gaza waarbij reizen naar en vanuit Gaza bemoeilijkt wordt of wordt verboden ? Kunt u uw oordeel toelichten ?

Antwoord
Ik betreur het dat de verscherpte veiligheidsmaatregelen waaraan internationale hulpverleners, inclusief UNRWA-medewerkers, aan de grensovergang bij Eretz worden onderworpen de verlening van humanitaire hulp ernstig belemmeren. Het is van belang dat humanitair personeel ongehinderd zijn werk kan doen. Israël dient zich hiertoe aan de internationale verplichtingen te houden.

Vraag 2
Bent u bereid bij de Israëlische autoriteiten aan te dringen op opheffing van deze reisbeperkende maatregelen ? Indien neen, waarom niet ?

Antwoord
Via een aantal duidelijke verklaringen heb ik namens de EU bij de Israëlische autoriteiten aangedrongen op ongehinderde toegang voor humanitair personeel tot de Gaza-strook. Meest recent zijn de conclusies van de RAZEB van 11 oktober jl. en de verklaring die Nederland heeft afgelegd tijdens de spoedzitting van de VN Veiligheidsraad op 4 oktober jl. Nederland neemt thans deel aan overleg ter plaatse waarin deze kwestie nader wordt besproken.

Persbericht UNRWA dd 24 september 2004