Gemeente Rotterdam

Nr. 139
26 oktober 2004 .

College reageert op rapport Rekenkamer

Het College van B en W heeft kennisgenomen van de contra-expertise op het rapport-Lemstra, uitgevoerd door de Rekenkamer Rotterdam.

Vastgesteld wordt dat het onderzoek van de Rekenkamer geen nieuwe feiten aan het licht heeft gebracht en de belangrijkste conclusies van de eerdere onderzoeken bevestigt. Het College neemt afstand van de bewering dat het stadsbestuur met een tijdig verscherpt toezicht zijn verantwoordelijkheid "waar had moeten kunnen maken".

Centraal staat de conclusie: "De keuzes die de voormalige directeur van het Havenbedrijf heeft gemaakt vormen de kern van het probleem." Hiermee is opnieuw bevestigd dat het afgeven van de vermeende garanties uitsluitend het werk van de directeur Scholten is geweest. Scholten heeft bewust aangestuurd op het verbergen van de vermeende garanties.

Terecht constateert de Rekenkamer een storende rekenfout in de rapportages. De juiste omvang van het maximale risico valt niettemin uit de cijfers te herleiden die in het rapport-Lemstra vermeld staan.

De Rekenkamer onderschrijft eerdere bevindingen dat het systeem van 'checks & balances' goed in elkaar zit. Wel is de Rekenkamer kritischer dan professor Lemstra over de hantering van dit systeem. Het College toont in zijn reactie begrip voor dit standpunt: aan de werking van ieder systeem valt in beginsel a ltijdietsteverbeteren.

Het College neemt afstand van de conclusie: "Met een tijdig verscherpt toezicht had het bestuur naar de mening van de Rekenkamer zijn verantwoordelijkheid zeker waar moeten kunnen maken". Deze zin gaat er namelijk van uit dat er vier signalen zijn geweest op basis waarvan een verscherpt toezicht had kunnen worden ingesteld. Deze vier signalen waren er wel, maar slechts twee daarvan bereikten het stadsbestuur. Het eerste signaal betrof een gerucht dat circuleerde op het ministerie van Defensie. Dit gerucht is nagetrokken en kon niet worden bevestigd. Het tweede signaal betrof de brief van de Commerzbank, gedateerd op 4 mei 2004. Op dat signaal is, zoals de Rekenkamer opmerkt, adequaat gereageerd door onmiddellijk financieel-juridisch onderzoek te gelasten.

In zijn reactie weerlegt het College dat er sprake zou zijn van signalen die "sterker werden". Het door de Rekenkamer genoemde verhoogd risico kan hooguit met de kennis van vandaag en dus achteraf worden geconstrueerd. Naar het oordeel van het College blijft de conclusie uit het rapport-Lemstra onverkort van kracht: door onjuist, inadequate en niet-tijdige informatievoorziening heeft de gemeente Rotterdam zijn verantwoordelijkheid niet waar kunnen maken.

Noot voor de redactie/