---

Brieven aan de Kamer
---

Nederlandse bijdrage aan NRF 5 en 6 en andere Navo activiteiten

8-11-2004 10:15:00

Zoals toegezegd in het Algemeen Overleg Vredesoperaties van 1 september jl. informeer ik u hierbij, mede namens de minister van Buitenlandse Zaken, uitgebreider over de militaire bijdrage die ons land heeft aangeboden voor deelneming aan de snelle reactiemacht van de Navo in de tweede helft van 2005 (NRF 5) en de eerste helft van 2006 (NRF 6). Tevens informeer ik u over de gang van zaken rondom Nederlandse bijdragen aan de luchtverdedigingstaak voor de Baltische staten (air policing) en de steun aan de binnenlandse veiligheid van bondgenoten in het kader van grote evenementen (high visibility events).

NRF

Op 1 september jl. bent u per brief (Kamerstuk 28 767 nr. 14) geïnformeerd over de Nederlandse bijdrage aan NRF 5 en 6. Voor NRF 5 bestaat het aanbod uit een fregat, de commandant en staf van de maritieme mijnenbestrijdingstaakgroep, een mijnenjager, twaalf F-16 jachtvliegtuigen (incl. beveiligings- en EOD-peloton) en enkele NBC-eenheden. Het totale Nederlandse aanbod bedraagt ongeveer 500 militairen (van de in totaal ongeveer 25.000 militairen).Voor NRF 6 betreft het aanbod een fregat, een mijnenjager, de commandant van een amfibische taakgroep, een mariniersbataljon met een amfibisch transportschip, drie teams speciale eenheden, twaalf F-16 jachtvliegtuigen (incl. beveiligings- en EOD-peloton) en twee Patriot-luchtverdedigingseenheden. Het totale Nederlandse aanbod bedraagt ongeveer 1650 militairen (van de in totaal ongeveer 25.000 militairen). Recentelijk is door de Navo gereageerd op het Nederlandse aanbod. Wegens een soortgelijk aanbod van andere lidstaten zal de Navo geen gebruik maken van het Nederlandse aanbod de commandant van een amfibische taakgroep en een mariniersbataljon met een amfibisch transportschip te leveren. De overige delen uit het Nederlandse aanbod zijn door de Navo geaccepteerd.

De NRF is beschikbaar voor zowel de verdediging van het bondgenootschappelijke grondgebied (artikel 5 van het Noord-Atlantische Verdrag) als voor de handhaving of bevordering van de internationale rechtsorde. Of artikel 100 van toepassing is op de inzet van de eenheden is dan ook pas duidelijk als besluiten over de inzet van de NRF aan de orde zijn. Dat geldt derhalve ook voor het Toetsingskader voor de uitzending van Nederlandse militaire eenheden. Als besluiten over de inzet van de NRF aan de orde zijn en Nederlandse eenheden daarbij overeenkomstig artikel 100 van de Grondwet zijn betrokken, zal de regering de Staten-Generaal voorafgaand aan de inzet inlichten aan de hand van de aandachtspunten in het Toetsingskader (de "Artikel 100 brief"). Ook in het geval dat artikel 100 van de Grondwet niet van toepassing is, zal de regering waar mogelijk de Staten-Generaal tijdig informeren over de betrokkenheid van Nederlandse militaire eenheden bij inzet van de NRF.

Overleg over het besluit tot feitelijke Nederlandse deelname aan de NRF zal zich, vanwege het karakter van de NRF, afspelen binnen een strikte tijdslimiet. De regering is zich hiervan terdege bewust. De ervaringen met de eerste deelname van Nederlandse militairen aan ISAF besluit tot inzet en overleg met de Tweede Kamer binnen twee dagen sterken de regering in de overtuiging dat de geboden spoed niet op gespannen voet behoeft te staan met de parlementaire betrokkenheid.

De regering heeft zich in haar reactie op het advies van de Adviesraad Internationale Vraagstukken over crisisbeheersingsoperaties (Kamerstuk 29 521, nr. 5) bereid verklaard de aandachtspunten in het Toetsingskader niet alleen toe te passen bij de inzet van Nederlandse eenheden, maar voor zover mogelijk ook al bij de toewijzing. Deze toewijzing is immers niet vrijblijvend. Door de aard van de NRF zal over enkele militaire aandachtspunten in het Toetsingskader tevoren duidelijkheid bestaan. Zo is binnen Navo altijd sprake van een heldere bevelsstructuur (waarbij Saceur de verantwoordelijkheid draagt voor de aansturing van de operaties), een uitgewerkt operationeel concept, goed op elkaar ingespeelde hoofdkwartieren, toereikende bewapening die is toegesneden op de missie en eenheden die samen hebben geoefend en die gecertificeerd zijn door de Navo. Ook over een aantal belangrijke politieke aandachtspunten is duidelijkheid. De deelneming van andere landen is verzekerd en Nederland kan in de Navo-Raad invloed uitoefenen op de politieke besluitvorming. Ten aanzien van andere aandachtspunten, zoals risicos, inzetgebied en financiële gevolgen, zal echter pas duidelijkheid ontstaan als een besluit tot inzet aan de orde is.

De regering is voornemens een kwalitatief hoogwaardige bijdrage aan de NRF te leveren, met een wisselende samenstelling en omvang. De bijdrage aan de NRF is proportioneel aan de Nederlandse bijdrage aan het bondgenootschap, maar kan variëren per krijgsmachtdeel en NRF-periode. Bij de samenstelling wordt namelijk mede rekening gehouden met lopende en voorzienbare toekomstige (inter)nationale verplichtingen en toezeggingen, onder meer in het kader van de EU Battle Groups. Over de aanstaande toezeggingen met betrekking tot de EU Battlegroups wordt u binnenkort nader geïnformeerd.

De bijdrage van de Koninklijke landmacht concentreert zich in de periodes dat het Duits-Nederlandse hoofdkwartier, één van de zes High Readiness Headquarters van de Navo, leiding geeft aan de landcomponent. Uit het oogpunt van operationele effectiviteit is een koppeling tussen de nationaliteiten van het hoofdkwartier en de militaire eenheden namelijk gewenst. Voor de Koninklijke luchtmacht en de Koninklijke marine wordt zoveel mogelijk gestreefd naar een gelijkmatige bijdrage over de diverse NRF-periodes. De huidige voorziene bijdrage is beperkt tot die bijdragen waarvoor ten tijde van de selectie voldoende planningsflexibiliteit bestond (bijvoorbeeld het fregat en de jachtvliegtuigen), alsmede tot eenheden waarvoor deelneming kan leiden tot vergroting van de operationele vaardigheden, zoals de recent opgerichte NBC-compagnie.

Air policing

Bij de toetreding van de nieuwe Navo-lidstaten in april 2004 dreigde een gat te ontstaan in de luchtverdediging van de Navo. Onder meer de Baltische staten beschikken niet over jachtvliegtuigen om hun luchtruim en daarmee het Navo-luchtruim te bewaken. Voor toetreding van deze landen bevestigde de Navo dat air policing een bondgenootschappelijke verantwoordelijkheid betreft. De Navo had de Baltische staten in de fase voor toetreding bovendien geadviseerd niet in jachtvliegtuigen te investeren, omdat de Navo er daarvan voldoende heeft. De regering onderschrijft dat luchtruimbewaking een bondgenootschappelijke verantwoordelijkheid betreft, zoals gemeld aan de Kamer in antwoord op vragen van de leden Blom, Koenders en Wilders over problemen rond de toetreding van de Baltische staten (nr. 916).

De regering is van mening dat een structurele oplossing voor het air policing probleem moet worden gevonden. Tijdens de informele defensie ministeriële vergadering in Roemenië wees de SG Navo erop dat de air policing taak in de huidige vorm vanwege de gewijzigde veiligheidssituatie fundamenteel ter discussie kan worden gesteld. Vooruitlopend op een structurele oplossing heeft de Navo gekozen voor een interim oplossing. Deze interim oplossing bestaat erin dat Navo-bondgenoten bij toerbeurt jachtvliegtuigen voor een periode van drie maanden stationeren in Litouwen, voor de bewaking van het luchtruim van de Baltische staten. België en Denemarken hebben reeds een rotatie vervuld en momenteel draagt het Verenigd Koninkrijk zorg voor de air policing taak. De regering is van mening dat zoveel mogelijk landen een rotatie op zich moeten nemen, om de financiële en operationele lasten zoveel mogelijk te spreiden. De landen die deelname reeds hebben toegezegd, zijn Noorwegen, Duitsland, de VS en Polen. Ook Nederland zal een rotatie voor zijn rekening nemen. De Nederlandse bijdrage zal in de periode april tot en met juni 2005 geconcretiseerd worden. Buiten deze periode is het mogelijk dat Nederland assistentie verleend aan de invulling van het rotatieschema, echter zonder jachtvliegtuigen. In overeenstemming met de door Navo gevraagde militaire capaciteit (in het statement of requirements) zal de bijdrage bestaan uit minimaal vier vliegtuigen.

De interim oplossing voldoet aan de voorwaarden die de regering eerder had gesteld, zoals het bestaan van een rotatieschema met deelneming van een groot aantal landen (waaronder ook grote bondgenoten), waardoor de lasten worden verdeeld. Ook hebben de Baltische staten te kennen gegeven dat ze bereid zijn ruime host nation support toe te kennen, waardoor de aanvullende kosten die samenhangen met de air policing taak beperkt blijven.

Grote evenementen

Na de aanslagen van 11 september wilde het bondgenootschap zijn vermogen versterken om op verzoek steun te kunnen verlenen aan bondgenoten ten behoeve van de bescherming van de burgerbevolking tegen terroristische aanslagen. Zoals gemeld in de brief van 11 mei 2004 (Kamerstuk 28 676, nr. 11) heeft de Navo in dat kader bij diverse grote evenementen, waaronder de Olympische Spelen in Griekenland en het EK voetbal in Portugal, steun verleend.

Bij verzoeken tot steunverlening betreft het in beginsel een verzoek van een Navo-bondgenoot in het kader van de verdediging van het Navo-grondgebied, in casu tegen een terroristische dreiging. Zoals vermeld in de brief van de minister van Buitenlandse Zaken van 21 mei 2004 (Kamerstuk 28 676, nr. 12) plaatst de regering Nederlandse bijdragen aan Navo-bondgenoten in dit kader primair onder de doelomschrijving voor inzet van de krijgsmacht ter verdediging en ter bescherming van de belangen van het Koninkrijk. De regering is daarbij niet gehouden aan artikel 100 eerste lid van de Grondwet. De regering is evenwel bereid de Kamer (indien mogelijk vooraf) in te lichten over bijdragen van de Nederlandse krijgsmacht aan Navo-steun bij grootschalige evenementen.

DE MINISTER VAN DEFENSIE

Nieuws Nieuwsberichten