Ministerie van Buitenlandse Zaken

Ministerie vanBuitenlandse ZakenMinisterie van Defensie Postbus 20061Postbus 20701
2500 EB 's-Gravenhage2500 ES 's-Gravenhage
Telefoon 070-3486486Telefoon 070-3188188Aan:
de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 4
's-GravenhageI.a.a.:
de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal Binnenhof 22
's-Gravenhage

Uw brief Uw kenmerk Ons nummer Datum
DVB/CV ­ 389/04 12 november 2004

Ten vervolge op eerdere brieven aan uw Kamer over de ontwikkelingen in Irak en de Nederlandse militaire bijdrage aan de multinationale troepenmacht in Irak informeren wij u hierbij over de Nederlandse bijdrage tot medio maart 2005. De minister van Defensie zegde tijdens het debat met uw Kamer op 22 juni jl. over de verlenging van de bijdrage toe om na vier maanden te bezien in hoeverre de Nederlandse militaire presentie in al-Muthanna geleidelijk kan worden verminderd in verband met de opbouw van de Iraakse veiligheidsorganisaties, en u hieromtrent te zullen informeren. Tevens wordt in de brief ingegaan op de NAVO-trainingsmissie en de mogelijk EU-missie in Irak.

Gronden voor deelname aan de multinationale troepenmacht

In de brief aan uw Kamer van 11 juni jl. is gemeld dat het kabinet besloot tot verlenging van de Nederlandse militaire bijdrage aan de multinationale troepenmacht in Irak voor de duur van acht maanden, tot en met medio maart 2005. Dit besluit was gebaseerd op een verzoek van de Iraakse premier Allawi aan de voorzitter van de VN-Veiligheidsraad d.d. 5 juni jl. om blijvende aanwezigheid van de multinationale troepenmacht voor de handhaving van de veiligheid in Irak, alsmede op een verzoek van het Verenigd Koninkrijk.

Veiligheid en stabiliteit in Irak zijn niet alleen belangrijke voorwaarden voor de politieke en economische wederopbouw van het land, maar zullen tevens hun uitwerking hebben op de stabiliteit in de regio. Een veilige en stabiele omgeving stelt het Iraakse volk in staat zo snel mogelijk over zijn eigen toekomst te beslissen en alle daarbij behorende verantwoordelijkheden op zich te nemen. De overdracht van bestuursverantwoordelijkheden aan de Iraakse interim-regering (IIG) en de ontbinding van de Coalition Provisional Authority (CPA) op 28 juni jl. was evenals de Nationale Conferentie die van 15 tot en met 18 augustus in Bagdad werd gehouden, een belangrijke stap in het politieke proces in Irak. De verkiezingen in januari 2005, die de eerste democratisch gekozen Iraakse (overgangs)regering aan de macht zullen brengen, zijn eveneens een cruciale stap op weg naar een veilig, stabiel en democratisch Irak.

Het kabinet besloot tot verlenging met de duur van acht maanden tot en met medio maart 2005 zodat het Nederlandse contingent in de provincie al-Muthanna een bijdrage zou leveren aan de stabiliteit en veiligheid tot en met de verkiezingen in januari 2005. Consolidatie van de vorderingen die als gevolg van de inspanningen van het Nederlandse contingent zijn gemaakt op het gebied van de opbouw van lokaal bestuur, herstel van infrastructurele basisvoorzieningen en de opbouw van de Iraakse veiligheidsorganisaties vormden daarnaast belangrijke overwegingen bij het besluit tot verlenging van de militaire presentie. De inspanningen van het Nederlandse contingent waren en zijn gericht op het creëren van omstandigheden waarin de Irakezen zelf het politieke en economische wederopbouwproces verder ter hand kunnen nemen.

Opbouw Iraakse veiligheidsorganisaties

Als onderdeel van de multinationale troepenmacht ondersteunt het Nederlandse contingent de Iraakse autoriteiten bij het creëren van een veilige en stabiele omgeving in de provincie al- Muthanna. Een belangrijke taak van het Nederlandse contingent die hieruit voortvloeit is de Iraakse interim-regering te assisteren bij de opbouw van de Iraakse veiligheidsorganisaties in al-Muthanna. Tot op heden heeft het detachement ongeveer 2800 veiligheidsfunctionarissen opgeleid.

Voor geheel Irak is het streven per 31 december 2004 de overgang te bewerkstelligen naar de fase van lokale controle door de Iraakse veiligheidsorganisaties en per 31 juli 2005 naar de fase van regionale controle. In de provincies in het noorden en het zuiden van Irak is de fase van lokale controle door de Iraakse veiligheidsorganisaties reeds bereikt. Bij lokale controle treden zij zelfstandig op als het gaat om kleine operaties. Bij regionale controle treden de Iraakse veiligheidsorganisaties zelfstandig op en is er slechts sprake van bijstand door de multinationale troepenmacht op verzoek van de Irakezen. Naar verwachting zal medio maart 2005 regionale controle in al-Muthanna zijn bereikt.

Zoals in juni uiteengezet, is beëindiging van de Nederlandse militaire presentie voorzien medio maart 2005; de afbouw zal daarna nog enige tijd in beslag nemen. De beëindiging van de Nederlandse presentie past in het proces waarbij de omvang van de multinationale troepenmacht wordt verminderd in relatie tot de aanwezigheid en het in toenemende mate zelfstandig functioneren van de Iraakse veiligheidsorganisaties die voorzien in stabiliteit en veiligheid.

Naar verwachting zullen medio maart 2005 de Iraakse veiligheidsorganisaties in staat zijn regionale controle uit te oefenen, de daaropvolgende internationale militaire presentie in de provincie kan dan beperkt van omvang zijn. De verantwoordelijkheid voor opvolging ligt bij het Verenigd Koninkrijk, dat de leiding heeft over de sector waaronder al-Muthanna valt.

De regering gaat er op basis van informatie van de Independent Electoral Commission of Iraq (IECI), de Iraakse interim-regering en het VN-verkiezingsteam vanuit dat de verkiezingen in Irak, zoals vastgelegd in Veiligheidsraadresolutie 1546, in januari 2005 zullen worden gehouden. De logistieke en organisatorische voorbereidingen voor de verkiezingen liggen op schema. Op 1 november jl. is met de registratie van kandidaten en partijen begonnen. Het tellen van de stemmen zal plaatsvinden in de periode dat de Nederlandse eenheden nog aanwezig zijn. Het is van groot belang dat stabiliteit en veiligheid gegarandeerd blijven tijdens de verkiezingen.

Nederlandse activiteiten ten behoeve van de opbouw van de veiligheidsorganisaties

De basisopleiding van de Iraakse veiligheidsfunctionarissen in al-Muthanna is grotendeels voltooid. Om in maart 2005 de fase van regionale controle te bereiken heeft het Nederlandse detachement zijn inspanningen geïntensiveerd met betrekking tot de opbouw van de Iraakse veiligheidsdiensten. Deze aanvullende inspanningen zijn bedoeld om de kwaliteit van de Iraakse politie en de Iraakse nationale garde te verhogen en de door de autoriteiten in Bagdad geautoriseerde uitbreiding van deze organisaties te ondersteunen.

De Nederlandse bataljonscommandant heeft in samenwerking met de gouverneur van al-Muthanna en de politiecommandant daartoe een plan voor aanvullende inspanningen opgesteld. Op de politiebureaus ontbreekt een duidelijke organisatie en structurering van de werkprocessen. De Iraakse politiecommandant en zijn Nederlandse mentor zullen de organisatie, taken en werkwijzen van de politie uitwerken en vastleggen. Daarnaast zal materieel worden aangeschaft dat een verbeterde taakuitvoering van de Iraakse politie ondersteunt, zoals computers, bureaus en diverse technische hulpmiddelen. Gelet op de gewelddadigheden tegen de Iraakse veiligheidsorganisaties zullen de politiebureaus beter worden beveiligd. Op bestuurlijk vlak zal in overleg met de gouverneur een aantal personen uit zijn staf worden geselecteerd voor een kortlopende opleiding op het gebied van bestuurlijke processen.

Om de Iraakse politie in al-Muthanna op adequaat niveau zelfstandig te kunnen laten functioneren, is het ook noodzakelijk de vakkennis en de managementvaardigheden van het hogere politiekader te verbeteren. Derhalve is besloten ongeveer twintig politie-officieren en acht officieren van de Iraakse nationale garde een extra opleiding van een aantal weken te geven.

De totale kosten van deze aanvullende inspanningen zullen naar schatting 1 miljoen euro bedragen.

Eveneens wordt de bouw verzorgd van een Politietrainingschool in al-Muthanna. Deze school dient ongeveer 1400 politiefunctionarissen van de Iraakse politie bij te scholen op het gebied van elementaire alsmede specialistische vaardigheden. Het project zal naar verwachting op 1 maart 2005 zijn voltooid; op dat moment is voorzien in volledige overdracht van de school aan de lokale gezagsdragers. Coördinatie van het project vindt plaats op zowel

lokaal als centraal niveau. De totale kosten liggen eveneens rond de 1 miljoen euro en komen ten laste van de aanvullende begrotingsmiddelen van de minister van Buitenlandse Zaken (Programma Ondersteuning Buitenlands Beleid; POBB).

Ter bevordering van de wederopbouw in de provincie al-Muthanna heeft de minister voor Ontwikkelingssamenwerking aan de minister van Defensie reeds eenmalig twee miljoen euro aan ODA-middelen ter beschikking gesteld. Deze fondsen worden ingezet om de voortzetting en/of afronding van de CERP-projecten (Commanders Emergency Relief Projects) van civiel-militaire aard gedurende de Nederlandse militaire aanwezigheid zeker te stellen. De projecten richten zich op ondersteuning van de landbouw- en veeteeltsector, gezondheidszorg, wegen- en bruggenbouw, elektriciteitsvoorziening en watervoorziening. De besteding van deze gelden vindt plaats overeenkomstig het beleidskader civiel militaire samenwerking.

Deelname aan de NAVO-trainingsmissie in Irak

In Veiligheidsraadresolutie 1546 is aan regionale organisaties een mogelijke rol in Irak toegeschreven. Op de Top van Istanboel heeft de NAVO besloten gehoor te geven aan het verzoek van de Iraakse interim-regering om ondersteuning bij de opbouw van de Iraakse veiligheidsorganisaties.

In dat kader is besloten tot een NAVO-trainingsmissie. De Navo-missie zal uit maximaal 1700 personen gaan bestaan, en staat onder bevel van de Amerikaanse generaal Petraeus, die tevens verantwoordelijk is voor het trainingsprogramma ten behoeve van de opbouw van Iraakse veiligheidsorganisaties van de multinationale troepenmacht in Irak. Nederland levert hieraan reeds een bijdrage door generaal majoor Hilderink ter beschikking te stellen als hoofd van de NAVO-trainingsmissie. De NAVO-trainingsmissie assisteert de IIG bij het trainen van diverse nationale hoofdkwartieren van het Iraakse ministerie van Defensie, ondersteunt de IIG bij het opzetten van diverse cursussen voor opleiding van het kader voor de Iraakse veiligheidsorganisaties, en ondersteunt de IIG bij het opzetten van een 'training, education and doctrine centre' dat uiteindelijk de taken gaat overnemen van de NAVO-trainingsmissie. Ook worden opleidingen verzorgd op NAVO-locaties buiten Irak. Voorts zal de NAVO een coördinerende rol op zich nemen ten aanzien van trainingsinspanningen van de bondgenoten en de IIG assisteren bij het vervullen van behoeftes op het gebied van materieel. De regering is voornemens proportioneel bij te dragen aan deze NAVO-missie. Het vertrek van het Nederlandse contingent uit al-Muthanna betekent derhalve niet het einde van de Nederlandse militaire betrokkenheid in Irak.

Deelname aan EU-missie Irak

Ter intensivering van de betrekkingen tussen de EU en Irak is premier Allawi tijdens de Europese Raad van 5 november jl. een pakket maatregelen aangeboden. Dit pakket omvat financiële en technische ondersteuning van de verkiezingen door de Commissie en de lidstaten; een bijdrage aan de financiering van de VN-Protectiemacht; een politieke intentie-verklaring inzake versterking van de betrekkingen met de EU, waaronder economische assistentie in de vorm van handelspreferenties, het perspectief op een Handels- en Samenwerkingsakkoord, politieke dialoog en, met inachtneming van de veiligheidssituatie, de opening van een Commissie-delegatie in Bagdad. Ook zal de EU voor eind november a.s. een expert-team uitzenden dat de planning op zich zal nemen van een mogelijke geïntegreerde politie- en 'rule of law'-operatie in Irak na de verkiezingen in januari 2005.Nederland zal de mogelijkheden bezien proportioneel bij te dragen aan deze geïntegreerde operatie, die naar verwachting beperkt van omvang zal zijn.

De Minister van Buitenlandse Zaken De Minister van Defensie Dr. B. R. Bot H. G. J. Kamp

De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking
A. M. A. van Ardenne - Van der Hoeven

===