Ingezonden persbericht


Persbericht

Inkrimping hiv-preventie in Amsterdam dreigt

Aandeel onveilige seks onder homomannen zorgelijk

Het aandeel onveilige sekscontacten onder homomannen is zorgelijk. Dit blijkt uit het Monitoronderzoek Amsterdam 2004 uitgevoerd door Schorer en Universiteit Maastricht. Het beeld dat uit het onderzoek naar voren komt, vertoont op veel punten overeenkomst met het in 2003 uitgevoerde landelijke Monitoronderzoek onder homomannen. Toch dreigt in Amsterdam een forse inkrimping van de hiv-preventie activiteiten voor homomannen. Wethouder Belliot lijkt niet bereid om voldoende geld ter beschikking te stellen om de preventie op peil te houden.

Een ruime meerderheid van de homomannen rapporteert altijd veilige seks te hebben. Van de mannen met losse sekspartners heeft een substantiële minderheid (28%) de voorgaande 6 maanden wel eens onbeschermde anale seks gehad. Een belangrijk deel van deze mannen beoordeelt hun gedrag echter als veilig. Hieruit komt duidelijk naar voren dat de inschatting van de gelopen risico's in veel gevallen niet overeenkomt met de werkelijkheid.

Een aantal factoren blijken samen te hangen met het hebben van onveilige seks. Zo blijken bezoekers van darkrooms vaker onveilig te vrijen, slagen gebruikers van de drug GHB er minder vaak in om het veilig te houden en rapporteren hiv-positieve mannen vaker onveilige seks. Uit het eerder uitgevoerde landelijke onderzoek bleek ook dat jongeren relatief vaak moeite hebben om seks consequent veilig te houden. De toename van onveilige seks wordt vaak in verband gebracht met het voorhanden zijn van behandelingsmethoden voor hiv-positieven. Uit het onderzoek blijkt dat vrijwel alle mannen weinig optimistisch zijn hierover. Van hiv-optimisme blijkt geen sprake te zijn onder de overgrote meerderheid.

De onderzoeksresultaten geven belangrijke informatie om de preventie te verbeteren. Duidelijk is dat met de veelal gebruikte middelen niet alle homomannen voldoende worden bereikt. In de preventie en voorlichting moeten nog meer dan tot nu tot de risico's van onbeschermde anale seks worden benadrukt opdat mannen vaker een correcte risico-inschatting maken van hun gedrag. Hiv-positieve mannen zullen met op hun situatie toegesneden boodschappen en campagnes moeten worden gestimuleerd om verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen gezondheid en die van anderen. Daarnaast zal het verder stimuleren van testen op hiv een hoofdpunt moeten zijn. Met de in 2003 gestarte campagne "Steeds meer mannen weten het' en de vervolgcampagne 'Weet jij het al' is Schorer hier al volop mee bezig. Ook voor jongeren en lager opgeleiden zullen aangepaste boodschappen en campagnes moeten worden ontwikkeld.

Ondanks dat de onderzoeksresultaten glashelder de noodzaak aantonen van voortzetting van preventie-inspanningen, is wethouder Belliot niet bereid om in 2005 voldoende geld ter beschikking te stellen om de hiv-preventie voor homomannen in Amsterdam op peil te houden. Schorer heeft een dringend beroep gedaan op de Amsterdamse gemeenteraad om te zorgen dat een behoorlijk peil van preventie-activiteiten kan worden gehandhaafd. De feiten laten zien dat dit hard nodig is. Van de homomannen die meewerkten aan het onderzoek was 1 op de 5 hiv-positief. Jaarlijks komen er in Amsterdam 200 homomannen en -jongens met hiv bij.

De rapporten van het Monitoronderzoek 2004 en van het in 2003 uitgevoerde landelijke Monitoronderzoek zijn te vinden op www.monitoronderzoekonline.nl. Ook zijn hier een zevental factsheets te downloaden. Noten voor de redacties:

- In de bijlage staan de belangrijkste onderzoeksresultaten op een rij.
-