Ministerie van Buitenlandse Zaken

van 22-23 november 2004

Kamerbrief verslag RAZEB van 22-23 november 2004

Aan de Voorzitter van de

Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag

Directie Integratie Europa

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061

2500 EB Den Haag

Datum

30 november 2004

Behandeld

G.J. Bijl de Vroe

Kenmerk

DIE-626/04

Telefoon

070-348 5005

Blad


1/1

Fax

070-348 6381

Bijlage(n)


2

Betreft

Verslag van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen van 22-23 november 2004

Graag bieden wij u hierbij het verslag aan van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen van 22-23 november 2004.

De Minister De Minister
van Buitenlandse Zaken, voor Ontwikkelingssamenwerking,

Dr. B. Bot
A.M.A. van Ardenne-van der Hoeven

De Staatssecretaris

voor Europese Zaken

Mr. Drs. A. Nicolaï

Verslag van de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen (RAZEB) van 22-23 november 2004

Algemene zaken

Voorbereiding Europese Raad 16-17 december
De Raad wijdde een bespreking aan een eerste versie van de ontwerp-geannoteerde agenda voor de Europese Raad van 16/17 december. Daarbij werd kort stilgestaan bij de onderwerpen uitbreiding, Financiële Perspectieven en terrorisme. Het Voorzitterschap nam goede nota van de diverse opmerkingen van de lidstaten over deze onderwerpen en gaf aan dat bij de bespreking van de ontwerp-conclusies deze onderwerpen meer inhoudelijk aan de orde zouden komen. Enkele lidstaten stelden nieuwe agenda-onderwerpen voor, waarop het voorzitterschap toezegde deze in overweging te nemen.

Financiële Perspectieven 2007-2013
Op aandringen van het Voorzitterschap werd de discussie gericht op de Commissievoorstellen voor het extern beleid. Deze discussie werd gestructureerd aan de hand van een viertal vragen inzake de voorgestelde vereenvoudiging van de instrumenten voor het extern beleid, de reikwijdte en inhoud van de voorgestelde instrumenten, de voorgestelde beheersstructuur en de relatie tussen het voorgestelde crisisinstrumentarium en de doelstellingen van het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid (GBVB). Deze eerste discussie op politiek niveau gaf duidelijk aan dat er brede steun bestond voor de voorgestelde vereenvoudiging (van de huidige 100 naar 6 instrumenten), dat over het algemeen er instemming bestond met richting en invulling van de 6 instrumenten en dat de voorgestelde beheersstructuur een goede basis voor verdere besprekingen vormde. Ten aanzien van deze beheersstructuren (de zgn. comitologie procedure) en de afbakening tussen het crisisinstrumentarium van de Commissie en het GBVB, meende een overgrote meerderheid van de lidstaten daarbij wel dat er een goed evenwicht gevonden moest worden tussen de betrokkenheid van de Commissie en die van de Raad. Sommige lidstaten gaven aan dat een positieve waardering van de voorstellen van de Commissie niet betekende dat men ook instemde met bijbehorende financiële enveloppe. De meeste lidstaten hebben zich tijdens dit eerste debat niet uitgelaten over de financiële gevolgen van de voorstellen van de Commissie.

Externe betrekkingen

Europees Veiligheids- en Defensiebeleid
De Raad bekrachtigde de resultaten van de civiele capaciteitenconferentie die op 22 november jl. en marge van de Raad plaatsvond. Hierbij bevestigden lidstaten hun toezeggingen met betrekking tot civiele capaciteiten op het gebied van politie, rechtsstaat, openbaar bestuur en civiele protectie; tevens werden aanvullende toezeggingen gedaan inzake de nieuwe capaciteitsgebieden `monitoring' en algemene ondersteuning. Ook de nieuwe lidstaten zegden civiele capaciteiten toe. De Raad riep op tot spoedige en adequate actie van het Raadssecretariaat en Commissie respectievelijk op het gebied van planning en ondersteuningscapaciteit voor civiele missies en aanpassing van de regels met betrekking tot aankoop voor crisisbeheersingsoperaties.

Voorts besloot de Raad tot lancering van de EU-geleide operatie `Althea' in Bosnië-Herzegovina (overname van NAVO-operatie SFOR). Op dezelfde dag als de RAZEB aanvaardde de VN-Veiligheidsraad resolutie 1575 die onder meer ingaat op het mandaat voor `Althea'. Conform de toezegging tijdens het Algemeen Overleg over `Althea' op 17 november jl. ontvangt u bij dit verslag de tekst van deze resolutie (zie bijlage).

De Raad sprak tevens over de financiering van militaire EVDB-operaties. Het Voorzitterschap had hierbij ingezet op de instelling van een zogenaamd opstartfonds en de gemeenschappelijke financiering van de transportkosten van militaire snelle reactie-missies. Hierover werd echter geen consensus bereikt en de kwestie werd terugverwezen naar de relevante Raadswerkgroepen voor nadere bestudering.

Ter ondersteuning van capaciteitopbouw van Afrikaanse organisaties voor vredesoperaties keurde de Raad het `Actieplan voor EVDB-steun aan vrede en veiligheid in Afrika' goed, dat is gericht op het steunen van Afrikaanse organisaties om eigen capaciteiten voor vredesoperaties op te bouwen.

Van de eveneens op 22 november gehouden bijeenkomst van de Raad in samenstelling van de ministers van Defensie ontvangt u separaat verslag.

Midden-Oosten
De Hoge Vertegenwoordiger Solana deed verslag van zijn eerste ronde van consultaties met Kwartetleden, Arabische landen en de twee partijen in het Midden-Oosten vredesproces. De vooruitzichten voor een hervatting van het politieke proces waren sinds lange tijd niet zo gunstig geweest. Zowel de Palestijnen als Israël stellen zich constructief op. Het Voorzitterschap werkt in nauw overleg met Solana aan een pakket van directe maatregelen ter ondersteuning van de Palestijnen bij de voorbereiding van presidentsverkiezingen, de verbetering van de veiligheidssituatie in de Palestijnse Gebieden en ter versterking van de financiële positie van de Palestijnse Autoriteit (PA). De EU zal de verkiezingen ondersteunen in financiële en technische zin. De Commissie kondigde aan een waarnemersmissie op te zetten. De EU - verreweg de grootste donor van de PA - zal haar financiële steun voortzetten en waar mogelijk verhogen. Naast de aangekondigde steun van de Verenigde Staten en Saoedi Arabië is het van belang dat ook andere landen, en in het bijzonder de Golfstaten, hun financiële toezeggingen aan de PA nakomen. Voorts verwelkomde de Raad de maatregelen die de PA en Israël hadden genomen om de veiligheidssituatie te verbeteren. Hervatting van het gezamenlijke Israëlisch-Palestijnse veiligheidsoverleg, beëindiging van aanslagen en geweld en terugtrekking van het leger uit Palestijnse centra zijn nodig voor een ordelijk verloop van de verkiezingen. Het Voorzitterschap benadrukte o.a. het belang van eensgezind optreden door de EU in nauw overleg met de overige Kwartet-leden, eerlijke en vrije Palestijnse presidentsverkiezingen en eerbiediging van de vijf parameters van de Unie bij de voorziene Israëlische terugtrekking uit de Gaza-strook.

Oekraïne
De Raad besprak het resultaat van de tweede ronde van de presidentsverkiezingen in Oekraïne van 21 november jl. In de Raad bestond grote zorg en teleurstelling over het verloop van deze ronde, die evenals de eerste ronde niet aan internationale normen heeft voldaan. Tegen deze achtergrond en na ontvangst van de kritische preliminaire bevindingen van de internationale
verkiezingswaarnemingsmissie onder leiding van OVSE/ODIHR - waaronder 25 Nederlandse waarnemers - heeft het Voorzitterschap nog tijdens de Raad een kritische verklaring uitgegeven. Gelet op de door de waarnemers gerapporteerde onregelmatigheden sprak de EU hierin serieuze twijfel uit of het verkiezingsresultaat wel een juiste weergave van de wil van het electoraat is. De EU riep de Oekraïense autoriteiten op in overleg met OVSE/ODHIR het verkiezingsproces en de uitslagen nader te bezien. Tevens werd besloten de Oekraïense ambassadeurs in alle EU-hoofdsteden te ontbieden; dit laatste heeft in Den Haag nog diezelfde dag plaatsgevonden. Voorts riep de EU de Oekraïense autoriteiten op zich terughoudend op te stellen en werden alle partijen opgeroepen zich alleen op niet-gewelddadige wijze te uiten. Het Voorzitterschap zou ook zo snel mogelijk in contact treden met het OVSE-voorzitterschap om verdere stappen te bespreken.

EU - China
De Raad besprak de betrekkingen tussen de EU en China met het oog op de EU-China Top van 8 december a.s. Tijdens deze Top zal gesproken worden over een breed scala van onderwerpen als mensenrechten, HIV/AIDS, non-proliferatie, handelsaangelegenheden, sectorale dialogen en regionale ontwikkelingen (bv. in Iran, Afghanistan, Birma en Korea). Er zullen concrete nadere afspraken worden gemaakt op terreinen als douane-samenwerking, non-proliferatie, sociale zekerheid en wetenschap en technologie. Tevens zal een eerste bespreking plaatsvinden van de mogelijkheid van het sluiten van een nieuwe kaderovereenkomst tussen de EU en China.

Het Voorzitterschap heeft de vraag opgeworpen hoe bij deze Top moest worden omgegaan met de kwestie van het EU-wapenembargo tegen China. Besluitvorming hierover was, net als bij de Raad in oktober, niet aan orde. Het Voorzitterschap constateerde consensus onder de lidstaten om tijdens de Top richting China een positief signaal af te geven over verdere besluitvorming omtrent het embargo. Tegelijkertijd waren de lidstaten het eens dat alvorens besluitvorming aan de orde kon zijn sprake moest zijn van aanscherping van de toepassing van de EU-gedragscode betreffende Wapenuitvoer (inclusief afronding van een set maatregelen die in aanvulling op de Gedragscode van toepassing zullen zijn op wapenexporten naar post-embargo-landen). Bovendien dienden voor besluitvorming eerst de zorgen van de Unie t.a.v. de mensenrechtensituatie en de regionale stabiliteit (relatie met Taiwan) adequaat geadresseerd te worden.

Iran
De Raad verwelkomde de uitkomst van de onderhandelingen die het VK, Duitsland, Frankrijk en het Raadssecretariaat - met steun van de Raad
- de afgelopen weken met Iran hebben gevoerd over diens nucleaire programma. Ingevolge de op 14 november jl bereikte overeenkomst heeft Iran ingestemd met volledige opschorting van alle verrijkings- en opwerkingsgerelateerde activiteiten voor de duur van onderhandelingen over een wederzijds acceptabele lange termijnovereenkomst. Ook zal Iran het Additioneel Protocol vrijwillig blijven toepassen in afwachting van ratificatie door het Iraanse parlement. De Raad beschouwde handhaving van de opschorting, zoals in de overeenkomst vastgelegd, essentieel voor de voortgang van het algehele onderhandelingsproces. Van Iran werd verwacht dat het de noodzakelijke stappen zou ondernemen die Directeur-Generaal van het Internationale Atoomenergieagentschap (IAEA) El Baradei tijdens de IAEA Bestuursraad op 25 november a.s. in de gelegenheid zou stellen volledige opschorting te rapporteren. Tevens onderstreepte de Raad het belang van de onderhandelingen over een lange termijn-akkoord. Een dergelijk akkoord zal objectieve garanties moeten bieden dat het nucleaire programma van Iran uitsluitend vreedzame doeleinden nastreeft. De Raad bevestigde de bereidheid van de EU om te bestuderen op welke wijze politieke en economische samenwerking met Iran gestalte zou kunnen krijgen. Iran diende daartoe evenwel meer aandacht te schenken aan de overige zorgpunten van de Unie. De onderhandelingen over een Handels- en Samenwerkingsakkoord met Iran konden worden hervat zodra opschorting van Iran's nucleaire verrijkingsactiviteiten door het IAEA was geverifieerd.

Voorbereiding EU-RF top
Het Voorzitterschap deed kort verslag van de stand van zaken bij de voorbereiding van de EU-Rusland Top op 25 november a.s. Daarbij werd het belang benadrukt van het verder ontwikkelen van het strategische partnerschap met dit land in brede zin en derhalve van het bereiken van overeenstemming over alle vier de Gemeenschappelijke Ruimten als een samenhangend pakket. Tegelijkertijd zal worden bezien in hoeverre op eenmaal overeengekomen deelterreinen een begin kan worden gemaakt met uitvoering van de gemaakte afspraken. Het Voorzitterschap kreeg brede steun voor deze aanpak.

Wit-Rusland
In verband met het uitblijven van verbeteringen op de terreinen van democratisering, rechtsstaat en mensenrechten in Wit-Rusland besloot de Raad tot verschillende maatregelen die zijn gericht op het verhogen van de druk op de Wit-Russische autoriteiten en het versterken van de democratische krachten in Wit-Rusland. Zo zal de EU een visumrestricties instellen tegen een aantal Wit-Russische autoriteiten die o.a. verantwoordelijk worden gehouden voor de vervalsing van de resultaten van de parlementsverkiezingen en het referendum van 17 oktober jl. Ook verzocht de Raad de Commissie een bijeenkomst te organiseren met als doel het coördineren van de steun aan democratisering en het maatschappelijk middenveld in Wit-Rusland. Het Voorzitterschap drong erop aan hierbij aandacht te besteden aan de zichtbaarheid van het EU-beleid bij de Wit-Russische bevolking.

Afrika

Ivoorkust
De Franse minister van Buitenlandse Zaken omschreef de situatie als zeer instabiel en wees op de gevaren voor de gehele regio. Hij prees de goede Europese samenwerking tijdens de evacuatie van buitenlanders uit Ivoorkust. De Raad verwelkomde resolutie 1572 van de VN-Veiligheidsraad, waarin de Akkoorden van Linas-Marcoussis en Accra III zijn bekrachtigd. Tevens ondersteunde de Raad de inzet van de Afrikaanse staten in het kader van de Afrikaanse Unie (AU) en ECOWAS gericht op een politieke oplossing van de crisis. De EU zal hun initiatieven ten behoeve van vrede in Ivoorkust en voorkoming van verdergaande destabilisering van de regio blijven steunen. De Unie zal eveneens alle noodzakelijke maatregelen nemen om bij te dragen aan een volledige en succesvolle implementatie en monitoring van het wapenembargo tegen Ivoorkust. De Unie riep alle relevante Ivoriaanse partijen en personen op om onmiddellijk alles te doen waarvoor zij onder Linas-Marcoussis en Accra III verplicht zijn. Indien zij dit nalaten, zal de EU vanaf 15 december de sancties tegen hen toepassen die worden genoemd in de Veiligheidsraadresolutie.

Grote Meren
Het Voorzitterschap deed verslag van de EU-trojka reis naar de eerste Top voor staatshoofden van de AU-VN internationale conferentie voor vrede en veiligheid in de Grote Meren. Deze vond plaats op 19 en 20 november jl. te Dar es Salaam. De Conferentie heeft de basis gelegd voor wat een keerpunt in de conflicten in de regio van de Grote Meren kan worden. De EU-trojka had en marge van de Conferentie gesprekken met de presidenten van Burundi, de Democratische Republiek Congo (DRC), Rwanda en Oeganda. Daarnaast vond een gesprek plaats met de SGVN en AU-voorzitter Obasanjo. Deze ontmoetingen hebben duidelijk gemaakt dat de kansen op toenadering tussen de vier Grote Merenlanden lijken toe te nemen. De Raad verwelkomde de uitkomsten van de Top die resulteerde in een verklaring van principes die werd ondertekend door de elf kernlanden binnen de Conferentie. De verklaring wordt gezien als een belangrijke gebeurtenis en als duidelijk bewijs dat de landen in de regio bereid zijn tot consultatie en samenwerking in plaats van confrontatie. De Raad herbevestigde de bereidheid van de EU om via de groep van vrienden van de Grote Meren het vervolgtraject van de Conferentie te ondersteunen tot aan de tweede en laatste top voor staatshoofden in 2005.

Soedan
De Raad sprak zijn grote zorg uit over de bevindingen van de SGVN ten aanzien van de verslechterende veiligheids- en humanitaire situatie in de provincie Darfur, als gevolg van schendingen van het staakt-het-vuren door alle partijen. De Soedanese regering heeft geen overtuigende stappen genomen om de Janjaweed-militias te neutraliseren en te ontwapenen. De Raad riep alle partijen op om samen met de AU de humanitaire en veiligheidsprotocollen uit te voeren en om hoge prioriteit te geven aan het vinden van een politieke oplossing in het kader van de vredesbesprekingen in Abuja. De Raad zou de druk op alle partijen handhaven en sloot daarbij het gebruik van sancties niet uit. Voorts verwelkomde de Raad de start van de werkzaamheden van de internationale commissie die onderzoek doet naar de schendingen van de mensenrechten en het internationale humanitaire recht met inbegrip van genocide in Darfur en riep alle partijen op om hiermee volledig samen te werken.

Tevens werd de ontplooiing van de militaire elementen van de uitgebreide waarnemersmissie van de AU in Darfur (AMIS II) verwelkomd en sprak de Raad steun uit voor de leidende rol van de AU. De Raad bevestigde zijn voortgezette steun aan de AU en zal overwegen, in overleg met de AU, om eventueel steun te geven ten bate van de uitvoering van de politiecomponent van AMIS II.

De Raad verwelkomde resolutie 1574 die de VN-Veiligheidsraad op 20 november jl. unaniem in Nairobi aanvaardde en drong erop aan dat de Soedanese regering en de SPLM zonder vertraging een alomvattend vredesakkoord tussen noord en zuid tekenen. Een dergelijk akkoord kan dienen als een politiek platform voor een vreedzame oplossing van de crisis in Darfur.

De Raad toonde zich bezorgd over de afhankelijkheid van éénderde van de bevolking van Darfur van humanitaire assistentie en het nog steeds toenemende aantal ontheemden. De EU heeft reeds meer dan 325 miljoen Euro aan humanitaire hulp bijgedragen. De Raad zal overwegen om meer humanitaire hulp te geven en riep andere donoren op tot het geven van additionele bijdragen.

Somalië
De Raad was van mening dat de bescherming van mensenrechten en het herstel van rechtsstaat, democratie en goed bestuur in Somalië de enige effectieve manier is om sociaal en economisch herstel te bevorderen en de terrorismedreiging tegen te gaan. Steun van de internationale gemeenschap is essentieel om de situatie in Somalië te stabiliseren. De rol van de `Intergovernmental Authority on Development' (IGAD) en omringende landen is van bijzonder belang, mede met het oog op het bereiken van regionale stabiliteit. De Raad bevestigde bereid te zijn mogelijkheden te onderzoeken om een waarnemingsmissie van de AU te steunen, indien de AU daarom vraagt. De Raad benadrukte dat een veilig Somalië alleen kan worden bereikt door middel van het instellen van een effectief en internationaal verifieerbaar staakt-het-vuren. In dit kader verwelkomde de Raad de openbare verklaring van alle kandidaatpresidenten om hun wapens te overhandigen. De Raad vroeg de Commissie en de Hoge Vertegenwoordiger actief betrokken te blijven in het steunen van Somalië tijdens de transitieperiode en te voorzien in alle mogelijke middelen om het instellen van de `Transitional Federal Institutions' te bewerkstelligen. De EU zal steun blijven bieden in rustige gebieden. Hierbij zal nauw worden samengewerkt met andere donoren en instituties om maximale impact van de EU-hulpmiddelen tijdens de wederopbouw te bewerkstelligen.

Guinee Bissau
De Raad stond kort stil bij de recente ontwikkelingen in Guinee-Bissau, in het bijzonder bij de bedreiging van de stabiliteit in het land door de politieke inmenging van de strijdkrachten. De Portugese minister van Buitenlandse Zaken bracht de Raad op de hoogte van het recente besluit van de ministers van Buitenlandse Zaken van de Gemeenschap van Portugeessprekende landen (CPLP) om een missie naar het land te sturen. De Commissie informeerde de Raad over de stand van zaken met betrekking tot de steun van de Europese Gemeenschap aan Guinee-Bissau.

Westelijke Balkan Forum
En marge van de Raad vond de tweede ministeriële ontmoeting plaats in het kader van het Westelijke Balkan Forum. Hierbij werd door de ministers van de lidstaten en de Westelijke Balkan de voortgang besproken die de landen uit de regio maken in het proces van verdere toenadering tot de EU. De deelnemers onderschreven hierbij dat verdere vooruitgang tot de Unie afhangt van het tempo waarin de noodzakelijke hervormingen worden doorgevoerd, waaronder volledige samenwerking met het Joegoslavië-Tribunaal (ICTY). Tijdens de bijeenkomst werden overeenkomsten ondertekend waarmee de landen in de regio toegang krijgen tot gemeenschapsprogramma's op diverse terreinen, waaronder onderwijs, technologie en consumentenbescherming.

Effectiviteit EU extern beleid
Tijdens het jaarlijkse Oriëntatiedebat besprak de Raad de effectiviteit van het externe beleid van de EU. Het was de eerste keer dat dit debat in het najaar plaatsvond, als onderdeel van een jaarlijkse planningscyclus waarin budgetmanagement, programmering, uitvoering, verslaglegging en evaluatie met betrekking tot de buitenlandse hulp beter op elkaar aansluiten.

In lijn met het debat dat onder Iers voorzitterschap werd gehouden, lag het accent van het Oriëntatiedebat op de effectiviteit van de Europese hulpinspanningen. In de Raadsconclusies die werden aangenomen, wordt ingegaan op de thema's Millennium Development Goals (MDG's), effectief multilateralisme en de effectiviteit van de EG-hulp (beleid, uitvoering, middelen).

De Raad besloot dat de EU extra inspanningen zal leveren om de MDG's te realiseren, onder andere op het terrein van coherentie. Na een intensief debat bereikte de Raad overeenstemming over het voornemen om in april 2005, ter voorbereiding van de VN High Level Event in september 2005, een besluit te nemen over nieuwe interim ODA-doelstellingen voor 2009/2010 op basis van voorstellen die de Commissie hiertoe zal doen.

Op het gebied van effectief multilateralisme wordt in de Raadsconclusies met name ingegaan op de samenhang tussen vrede en veiligheid enerzijds en ontwikkeling anderzijds. Ook wordt het belang benadrukt van een pro actieve EU-aanpak van internationale dreigingen, zoals massavernietigingswapens, terrorisme, armoede, HIV/aids en milieudegradatie.

Ten aanzien van de effectiviteit van de hulp verklaarde de Raad zich voorstander van een herziening van de Algemene Beleidsverklaring Ontwikkelingssamenwerking uit 2000, waarbij armoedebestrijding en ownership van partnerlanden als uitgangspunten gehandhaafd dienen te blijven. De Raad sprak zich positief uit over de verbeteringen met betrekking tot het beheer van de hulp (betere planning en programmering, simpelere procedures en snellere uitvoering). De Commissie werd verzocht om voor juli 2005 een kwalitatieve evaluatie uit te voeren van het hervormingsproces van het beheer van de hulp, dat in 2000 werd opgestart en inmiddels vrijwel geheel is doorgevoerd, en aanbevelingen te doen voor consolidatie en verdere verbeteringen.

De Raad verwelkomde de voorstellen die de Commissie in het kader van de nieuwe Financiële Perspectieven heeft gedaan voor een stroomlijning van de begrotingsstructuur voor het extern beleid. Het belang van een coherent ontwikkelingsbeleid van de EG, met als centrale doelstelling armoedebestrijding, werd door de Raad benadrukt. Na een lang debat onderstreepte de Raad tevens de noodzaak de EG-inspanningen ten aanzien van de armste landen, in het bijzonder in Afrika, te vergroten.

Millennium Development Goals
De Raad besprak de voortgang ten aanzien van de MDG's, waarbij tevens vooruitgeblikt werd naar het VN High Level Event in het najaar van 2005 en de bijdrage die de EU hieraan zal leveren. Over de EU bijdrage aan de VN top werden korte, procedurele conclusies aangenomen. In de interventies werd veelal zorg uitgesproken over de beperkte vooruitgang die tot nu toe is geboekt en werd onderstreept dat de EU in september 2005 beslagen ten ijs dient te komen. Het EU-synthese rapport, dat de Commissie opstelt op basis van bijdragen van de lidstaten en dat ter bespreking zal voorliggen in de Raad van april, zal hierbij een belangrijke rol spelen. Het voorstel van de Commissie om in dit rapport bij de uitwerking van verdere maatregelen met name aandacht te besteden aan de financiering van ontwikkeling, OS-beleidscoherentie en de situatie in Afrika, werd breed door de lidstaten onderschreven. Verschillende lidstaten gingen daarnaast in op innovatieve financieringsmechanismen en de noodzaak tot nieuwe initiatieven op het gebied van schuldverlichting. Ook werd aandacht gevraagd voor het belang van gender-mainstreaming en van democratisering, respect voor mensenrechten en goed bestuur. De relatie tussen de MDG's en een succesvolle uitkomt van de WTO Doha ronde werd door diverse delegaties onderstreept.

De Commissie gaf aan dat inmiddels reeds 21 lidstaten hun nationale rapportages hebben ingediend. Ten aanzien van de maatregelen ter intensivering van de hulpinspanningen, zal de Commissie een coherente Roadmap opstellen, die als onderdeel van het synthese rapport in april ter bespreking in de Raad zal voorliggen.

Follow-up International Conference on Population and Development De Raad nam conclusies aan waarin het commitment van de EU aan de afspraken gemaakt tijdens de International Conference for Population and Development (ICPD) in Caïro in 1994 wordt hernieuwd. De Raadsconclusies borduren voort op de Voorzitterschapsconclusies van de Informele Bijeenkomst van OS-ministers in St. Gerlach (26/27 oktober). Ze bevestigen het internationale acquis ten aanzien van seksuele en reproductieve rechten in het licht van MDG's en gaan daarnaast in op nieuwe uitdagingen. Zo wordt opgeroepen tot groter politiek en financieel commitment van de Commissie en de lidstaten en meer aandacht voor de kwaliteit van de implementatie in het licht van nieuwe hulpinstrumenten. Ook wordt ingegaan op de noodzaak van preventie en informatie voor jongeren, empowerment van vrouwen, de koppeling van de Caïro-agenda aan aidsbestrijding (80% van HIV/Aids besmetting wordt seksueel overgedragen) en reproductieve gezondheid en rechten in conflictsituaties. Daarnaast wordt de Commissie opgeroepen om in de context van het MDG synthese rapport aandacht te besteden aan de voortgang ten aanzien van reproductieve gezondheid en rechten. In het debat werd het belang onderstreept van de Raadsconclusies en van de continuering van een progressief EU beleid op dit terrein. De Commissie pleitte daarnaast voor grotere betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij de uitvoering van de Caïro-agenda.

EU actieplan inzake HIV/Aids, malaria en tuberculose De Raad aanvaardde conclusies over de Mededeling van de Commissie inzake een coherent Europees beleidskader ten aanzien van HIV/Aids, malaria en tuberculose. De Mededeling vormt een herziening en aanscherping van de in 2000 gepubliceerde Mededeling voor versnelde actie ter bestrijding van de belangrijkste infectieziekten in het kader van armoedebestrijding en het daarmee samenhangende Actieprogramma. De nieuwe Mededeling evalueert de implementatie van het Actieprogramma. De inzet op de bestaande terreinen (o.a. toegang tot en onderzoek naar vaccins en geneesmiddelen) dient te worden voortgezet en waar nodig geïntensiveerd. Daarnaast wordt aangegeven dat additionele aandacht nodig is voor de veiligheidsaspecten van de Aids-epidemie (variërend van individuele veiligheid en veiligheid op gemeenschapsniveau tot internationale veiligheid en stabiliteit) en voor de snel toenemende epidemieën van Aids en tuberculose in Europa en de nabuurlanden.

In de Raadsconclusies wordt de Commissie verzocht op basis van de Mededeling in april 2005 een nieuw Actieprogramma te presenten, waarin ook aandacht besteed wordt aan de benodigde financiële middelen. Daarnaast worden de lidstaten en de Commissie opgeroepen samenwerking en coördinatie ter bestrijding van HIV/Aids, malaria en tuberculose te versterken en hiervoor voldoende financiële middelen ter beschikking te stellen.

Follow-up Monterrey: harmonisatie en coördinatie De Raad aanvaardde het rapport van de Ad Hoc Working Party on Harmonisation, die tijdens de RAZEB van 26 en 27 april jl. werd ingesteld om vooruitgang te boeken op het gebied van coördinatie en harmonisatie van de ontwikkelingsactiviteiten van de lidstaten en de Commissie. In het rapport van de werkgroep wordt voorgesteld om per land een zogenaamde Roadmap op te stellen. Een dergelijke Roadmap bestaat uit een menu van mogelijkheden, die afhankelijk van de situatie in een land kunnen worden ingezet, zoals gezamenlijke meerjaren programmering, monitoring en evaluatie, gezamenlijke financiële arrangementen, nadere werkverdeling tussen donoren (complementariteit) en gezamenlijke beleidsformulering. Het is de taak van EU vertegenwoordigers in een specifiek land om te bepalen of en hoe de Roadmap zal moeten worden uitgewerkt. Naast de introductie van de Roadmap worden in het rapport algemene voorstellen gepresenteerd ten aanzien van gezamenlijke uitvoeringsmodaliteiten, gezamenlijke meerjaren planning en programmering, en een verdergaande afstemming van beleidsuitgangspunten.

Het rapport werd door diverse lidstaten verwelkomd, waarbij het belang werd benadrukt van implementatie op landenniveau, aansluiting bij systemen en instanties van het ontvangende land (zogenaamde alignment) en versterking van het ownership van de overheden van de partnerlanden. Ook werd onderstreept dat waar mogelijk aansluiting gezocht dient te worden bij reeds bestaande initiatieven (zoals momenteel gaande binnen de DAC).

Het onderwerp coördinatie en harmonisatie is een van de prioriteiten van de EU voorzitterschappen van 2004-2006 (Ierland, Nederland, Luxemburg, VK, Oostenrijk en Finland) en de inkomende voorzitterschappen zullen monitoring van de gemaakte afspraken ter hand moeten nemen.

Jaarverslag 2004 van de Commissie over het OS-beleid en de buitenlandse hulp in 2003
De Raad nam conclusies aan over het Jaarverslag dat de Commissie eind juli uitbracht over het OS-beleid en de externe hulp in het jaar 2003. In de Raadsconclusies worden de verbeteringen ten aanzien van eerdere Jaarverslagen verwelkomd (een meer resultaat gerichte aanpak, meer nadruk op monitoring en evaluatie en op de effectiviteit van de hulpinspanningen van de EG). Ook wordt met instemming geconstateerd dat het hervormingsproces van het beheer van de hulp vruchten af begint te werpen. Het Jaarverslag is echter beschrijvend van aard en zou gebaat zijn met een uitgebreidere analyse van vooruitgang ten aanzien van strategische beleidsdoelstellingen van het OS-beleid van de EG (armoedebestrijding, de MDG's en de Algemene Beleidsverklaring uit 2000). De Commissie wordt verzocht hieraan in het Jaarverslag 2005 meer aandacht te besteden. Ook wordt de Commissie uitgenodigd het Jaarverslag publiekvriendelijker te maken, selectiever te zijn in de presentatie van kerngegevens en financiële informatie te stroomlijnen en dusdanig te presenteren dat een meerjarig overzicht verkregen wordt. Tijdens het debat onderstreepten diverse lidstaten het belang van een uitgebreidere analyse van de geboekte vooruitgang, met name ten aanzien van de MDG's. Op basis hiervan zou ook bekeken kunnen worden welke partnerlanden `overbedeeld' zijn en welke buiten de boot dreigen te vallen. Een aantal sprekers pleitte voor het uitbrengen van separate Jaarverslagen gericht op beschrijving (met kwantitatieve informatie) en analyse (met trends, ontwikkelingen en conclusies). De Commissie zegde toe de suggesties van de Raad ter harte te zullen nemen en te streven naar een verdere stroomlijning van het Jaarverslag en verbetering van de publieksvriendelijkheid.