Ministerie van Justitie


http://www.justitie.nl

MIN JUST: Meer toezicht op betalingen aan advocaten

Wiebe Alkema
070 370 7225

4591
27.12.04

MEER TOEZICHT OP BETALINGEN AAN ADVOCATEN

Minister Donner wil dat er een onafhankelijke toetsingscommissie komt die controleert of betalingen aan advocaten voor rechtsbijstand volgens de regels zijn gedaan. Dit staat in een brief van de bewindsman die naar de Tweede Kamer is gestuurd.

De brief is een reactie op voorstellen van een werkgroep die de zogeheten Bruyninckx-richtlijnen uit 1995 heeft geëvalueerd. In dat jaar heeft de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA) betalingsvoorschriften opgesteld om te voorkomen dat advocaten betrokken raken bij criminele handelingen zoals medewerking aan witwassen.

Volgens de werkgroep dragen de huidige richtlijnen wel bij aan goed en zorgvuldig betalingsverkeer, maar moet er meer duidelijkheid komen over de naleving en handhaving van de betalingsvoorschriften en de positie van de advocaat. De bestaande situatie verschaft de advocaat onvoldoende helderheid over de vraag in welke gevallen betalingen acceptabel zijn en dus niet leiden tot strafrechtelijke vervolging. Daar komt bij dat de positie van de advocaat in de afgelopen jaren onzekerder is geworden door strengere wetgeving op het gebied van witwassen. De kans op strafvervolging is daarmee groter geworden ook als de betaling op zichzelf als een redelijke vergoeding voor verleende rechstbijstand kan worden beschouwd.

Ook stellen de onderzoekers vast dat nauwelijks informatie beschikbaar is om een goed beeld te krijgen van de toepassing van de Bruyninckx-richtlijnen door de advocatuur. Zo zijn de dekens in de verschillende arrondissementen nauwelijks op de hoogte van 'twijfelachtige' betalingen en zijn strafklachten uitgebleven. De werkgroep sluit niet uit dat informatie over het niet naleven van de richtlijnen wel voorhanden is, maar binnen de vertrouwelijkheid blijft van het advocatenkantoor.

De werkgroep vindt de huidige situatie onwenselijk omdat de geloofwaardigheid van de advocatuur in het geding kan zijn. Minister Donner deelt deze conclusie en is het met de onderzoekers eens dat een onafhankelijke toetsingscommissie een oplossing kan bieden voor de bestaande praktijk.
De deken wordt in het voorstel nadrukkelijker betrokken bij de controle op naleving van betalingsvoorschriften door de advocaat. Dit gebeurt bij concrete aanwijzingen of aan de hand van steekproeven. Mocht de deken niet overtuigd zijn van de juiste gang van zaken dan vraagt hij de toetsingscommissie om een oordeel over de rechtmatigheid en de redelijkheid van de betaling aan de hand van het declaratiegedrag van de advocaat. Als de commissie vindt dat de regels zijn overtreden dan meldt zij dit aan de deken. De deken kan in dat geval een klacht indienen bij de tuchtrechter. Bij een redelijk vermoeden van schuld aan een misdrijf schakelt de toetsingscommissie het openbaar ministerie in.

Verder wil minister Donner dat de Bruyninckx-richtlijnen worden aangepast en omgezet in een verordening van de NOvA. Zo worden advocaten voortaan verplicht relevante betalingsgegevens toe te voegen aan het financiële deel van het dossier van hun cliënten. Daarmee kunnen zij aantonen dat zij zorgvuldig hebben gehandeld.

Neemt een advocaat geld aan en is het van een misdrijf afkomstig dan wordt dit door het openbaar ministerie vrijwel altijd gezien als een gevoelige zaak. Een extra zorgvuldige behandeling is in die gevallen gewaarborgd.
Als het gaat om betalingen aan advocaten is er een spanningsveld tussen bestrijding van criminaliteit en het recht op rechtsbijstand door een advocaat voor een ieder. Dat recht op rechtsbijstand wordt uitgehold als de verlener van de rechstbijstand het risico loopt voor zijn inspanningen ofwel niet adequaat te worden gehonoreerd ofwel te worden vervolgd wegens handelen in strijd met de wet.