Ministerie van Buitenlandse Zaken

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Binnenhof 4

Den Haag


- Bureau Secretaris-Generaal

Bezuidenhoutseweg 67

Postbus 20061

2500 EB Den Haag


Datum


- 27 december 2004

Behandeld


- BSG


Kenmerk


- BSG-468/04

Telefoon


- +31 (0)70-3485081


Blad


- 1/1

Fax


- +31 (0)70-3484800


Bijlage(n)


- - christoffer.jonker@minbuza.nl


Betreft


- Uw verzoek inzake de moties begrotingsbehandeling buitenlandse zaken 2005-


-
Graag - bied ik u hierbij- , mede namens de minister voor ontwikkelingssamenwerking, een reactie aan op uw verzoek van - 16 december 2004 met kenmerk - 04-buza-81 inzake - de moties begrotingsbehandeling buitenlandse zaken 2005.

De status van onze reactie op de moties is, dat met uitzondering van de motie Wilders c.s. (TK 29800 V, nr. 47) en de motie Huizinga-Heringa (TK 29800 V, nr. 45) de regering de moties zal uitvoeren, zij het binnen de grenzen van het mogelijke.

Meer in het bijzonder is in de brief van 26 november jl. ten aanzien van de motie Koenders/Van der Laan (TK 29800 V, nr. 21) aangegeven op welke wijze wij ons zullen inspannen om deze motie uit te voeren. Ondanks dat wij moeite hebben met een specifiek onderdeel van de formulering van de motie Van der Laan/Koenders (29800 V, nr. 39), zijn wij van mening dat de motie voldoende elementen bevat die in feite staand beleid zijn.

De motie Wilders c.s. (TK 29800 V, nr. 47) legt de regering op basis van de overwegingen gegeven tijdens het debat en de motivering in de brief van 26 november jl. naast zich neer. De uitvoering van de motie Huizinga-Heringa (TK 29800 V, nr. 45) is technisch onmogelijk, zoals toegelicht in de brief van 26 november jl.


- De Minister van Buitenlandse Zaken,

Dr. B.R. Bot

===