Gemeente Utrecht

2004 SCHRIFTELIJKE VRAGEN
113 Vragen van de heer A. Taskan
(ingekomen 21 december 2004)

De initiatiefgroep "houd de conciërge op school" vraagt deze dagen aandacht voor het feit dat vele conciërges en klassenassistenten per 1 januari 2005 ontslag krijgen aangezegd uit hun ID baan. Bekend is dat 46 van deze banen worden omgezet in reguliere banen. Voor meer banen was geen geld beschikbaar.

Blijkbaar is het de schoolbesturen niet gelukt om meer banen regulier te maken, gezien de actie van de initiatiefgroep. Het CDA betreurt dit ten zeerste, aangezien wij steeds hebben gesteld bij het regulier maken van ID banen prioriteit zou moeten worden gegeven aan ID banen in veiligheid, zorg en onderwijs.

Het CDA begrijpt de onrust bij schooldirecties, personeel en ouders en ziet het grote belang van conciërges en klassenassistenten op de basisscholen en heeft daarom de volgende vragen aan het college:


1. Hoeveel banen staan er op de tocht op hoeveel basisscholen? Speelt deze problematiek ook in het voortgezet onderwijs en zo ja, om hoeveel banen op hoeveel scholen gaat het in het voortgezet onderwijs?


2. Is het college met ons van mening dat functies als conciërge en klassenassistent voor de meeste (basis)scholen van groot belang zijn? En bent u met ons van mening dat op scholen waar deze functies hard nodig zijn, moet worden getracht deze banen voor de scholen te behouden?


3. Is het college op de hoogte van de redenen om niet méér ID banen regulier te maken dan nu blijkbaar gebeurd is? Heeft het college overleg gevoerd met de schoolbesturen over het eventuele aantal extra regulier te maken ID banen (bovenop de 46)? Zo nee, waarom niet?


4. Kan het college aangeven of de bereidheid er is en het mogelijk is om, in overleg met de schoolbesturen, te bezien of niet meer van dergelijke banen behouden kunnen blijven? Zo ja, welke acties denkt het college daartoe precies te ondernemen? Zo nee, waarom niet?

Antwoorden van burgemeester en wethouders
(verzonden op 18 januari 2005)


1. In het Utrechtse onderwijs zijn 293 ID-ers (personen) werkzaam. Van de 293 zitten er 247 in het basisonderwijs en 46 in het voortgezet of hoger onderwijs. Tot nu toe hebben 43 personen een reguliere baan aangeboden gekregen; drie aanvragen zijn nog niet definitief regulier gemaakt als gevolg van onduidelijkheid ten aanzien van naamswijziging . Als gevolg van de rijksbezuinigingen op gesubsieerde arbeid is er dus voor 250 personen geen werk meer in het Utrechtse onderwijs. Van deze 250 zitten er 212 in het basisonderwijs en 38 in het voortgezet of hoger onderwijs.


2. Ja om meer dan één reden. Door de inzet van conciërges en klassenassistenten wordt de werkdruk van leerkrachten verminderd. De conciërge heeft ook een belangrijke functie als het gaat om de veiligheid in en rondom de school. Tenslotte levert de conciërge een bijdrage aan de binding van de school met de omgeving. Getracht moet worden om zoveel mogelijk van deze banen voor de scholen te behouden. Daarbij moet worden aangetekend dat niet alle ID-ers conciërgetaken uitvoeren en dat een aantal ID-ers naar de mening van de schoolbesturen niet naar tevredenheid functioneert. Verder geldt dat bij het regulier maken van de functie er een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd gaat ontstaan. Schoolbesturen kunnen/willen die verplichting niet voor iedereen nemen.


3. Het College heeft meerdere keren overleg gevoerd met de schoolbesturen over de gevolgen van de ingrijpende bezuinigingen op de gesubsidieerde arbeid. Inzet daarbij was om zoveel mogelijk ID-banen regulier te maken. Van meet af aan hebben de schoolbesturen aangegeven dat zij over onvoldoende middelen beschikken om de ingrijpende terugval van ID-banen te kunnen opvangen. Daar komt bij dat de scholen naast het verlies van ID-banen ook nog te maken kregen met de bezuinigingen op OALT waardoor rond de 70 OALT-leerkrachten op straat kwamen te staan. De schoolbesturen hebben aan ruim eenderde van de Oalt-leerkrachten regulier werk kunnen aanbieden.


4. Om de maatschappelijke consequenties van het stopzetten van de ID-banen enigszins te kunnen ondervangen, heeft de gemeente met de schoolbesturen gesproken over het aangaan van een arrangement. Het arrangement heeft twee belangrijke pijlers: de veiligheid op school en de vermindering van de werkdruk bij leerkrachten (één van de speerpunten uit het Collegeprogramma).De gedachte is een 60-tal conciërges aan het werk te houden door ze onder te brengen bij een werkgever voor een vorm van gesubsidieerde arbeid. Deze 60 komen bovenop de 43 personen die een reguliere baan hebben aangeboden gekregen. De nieuwe werkgever detacheert de conciërges vervolgens bij scholen. De schoolbesturen betalen dan een inleenvergoeding voor de inzet van conciërges. Zo hoeven schoolbesturen zelf niet het werkgeverschap te vervullen en kan toch een conciërge aan het werk. Ook door de gemeente zal een inspanning moeten worden geleverd om dit arrangement mogelijk te maken. In maart 2005 moet duidelijk zijn of het lukt om deze oplossing te realiseren.


-----------------------
Het ministerie kent subsidie toe op naam en kijkt niet naar het volume. Er loopt een bezwaarprocedure op dit punt.

---- --