Gemeente Maassluis

Beantwoording schriftelijke vragen over luchtkwaliteit

De CDA fractie in de Maassluise gemeenteraad heeft op 1 maart 2005 schriftelijke vragen gesteld over luchtkwaliteit. Deze vragen heeft het college van burgemeester en wethouders als volgt beantwoord:


1.Hebt u kennis genomen van de recente uitspraken van de Raad van State op grond van het Besluit Luchtkwaliteit?

"Wij zijn op de hoogte van de recente uitspraken van de Raad van State. In het kort kan uit de uitspraken in hoofdlijnen worden afgeleid, dat:

* De grenswaarden met betrekking tot luchtverontreiniging in acht moeten worden genomen, afwijken is niet mogelijk ;
* Het gaat niet alleen om bronnen van luchtverontreiniging, maar ook de aanleg van bijvoorbeeld een woonwijk die zelf geen luchtverontreiniging veroorzaakt maar waardoor - als gevolg van verkeersaantrekkende werking - de luchtkwaliteit wel (ook in geringe mate) verslechtert;

* Besluiten bij de uitoefening waarvan het Besluit luchtkwaliteit een rol speelt zijn o.a.: artikel 19 vrijstelling, bestemmingsplan vaststellen, milieuvergunning enz.
* Ook al is PM10 (fijn stof) een verantwoordelijkheid van het Rijk, gemeenten toch inzichtelijk moeten maken hoe het voorgenomen plan van invloed is op PM10;

* Een beperkte bijdrage aan de overschrijding van grenswaarden is al voldoende om te concluderen dat de grenswaarden niet in acht zijn genomen.


2. Op een aantal wegen in Maassluis worden plandrempels op het punt van luchtkwaliteit overschreden. Bent u met ons van mening dat in verband met de uitspraken van de Raad van State extra onderzoek zal moeten worden ingesteld naar de luchtkwaliteit op/langs de drukke wegen in Maassluis en naar het antwoord op de vraag in hoeverre verdere verkeersbelasting op deze wegen nog verantwoord is.

Extra onderzoek
Zoals u weet heeft de Gemeente Maassluis opdracht verleend om een verkeersstudie uit te voeren gericht op 2015/2020 (zie bijlage voor vraagstelling verkeersstudie). Uit deze studie komen knelpunten op het vlak van verkeersintensiteit en -capaciteit alsmede knelpunten op het gebied van luchtkwaliteit en geluid.
Er zullen een aantal varianten door berekend worden. Hierin zal ook de " CDA variant " (motie CDA) meegenomen worden. Wij zullen u over deze ontwikkelingen nauwgezet op de hoogte houden. Daarnaast wordt voor alle wegvakken de verwachte concentratie luchtverontreinigende stoffen in 2015 berekend. Dit ten behoeve van een midden lange termijn inschatting maar ook ten behoeve van de bestemmingsplanontwikkelingen. Door de provincie wordt in het kader van bestemmingsplanherzieningen gevraagd een onderbouwing te geven van de te verwachten luchtverontreiniging gedurende de looptijd van het bestemmingsplan. Deze berekeningen zullen vermoedelijk eind mei gereed zijn.
Daarnaast moet de gemeente als gevolg van het "Besluit luchtkwaliteit" jaarlijks aan de provincie rapporteren over de luchtkwaliteit van het voorgaande jaar. Beide onderzoeken zijn ons inziens toereikend om een inschatting te kunnen maken ten aanzien van een verantwoorde verkeersbelasting.

Plandrempeloverschrijding
NO2
De gemeente moet in het kader van het "Besluit luchtkwaliteit" jaarlijks aan de provincie rapporteren over de luchtkwaliteit. Geconstateerd is (rapportage luchtkwaliteit 2003) dat de luchtkwaliteit in 2003 beduidend minder was dan in het jaar er voor. De belangrijkste oorzaak hiervoor was het mooie weer in 2003. Zie hiervoor ook de bijlage met als onderwerp " Het verslag over de luchtkwaliteit in Zuid-Holland "(ligt bij de griffier ter inzage). De lange droge zomer heeft gezorgd voor relatief hoge concentraties van stikstofdioxide en fijn stof. De grenswaarde die in 2010 gehaald moet zijn voor stikstofdioxide werd in de gemeente Maassluis op een aantal plaatsen bij de doorgaande wegen overschreden. Daarnaast was er een wegvak waar ook de plandrempel voor stikstofdioxide werd overschreden. De inschatting is dat de plandrempeloverschrijding voornamelijk te wijten is aan de mooie zomer. Daarnaast is de verwachting dat er in de komende jaren in Europa bij de industrie en het wegverkeer allerlei maatregelen genomen zullen worden, waardoor de luchtverontreiniging af zal nemen.
Over het jaar 2004 worden opnieuw berekeningen uitgevoerd. De versie 4.0 van het rekenprogramma CAR II is nu beschikbaar (sinds medio maart). In deze versie zijn de achtergrondconcentraties, emissiefactoren en meteodata ingevoerd voor 2004. Wij hebben er voor gekozen, evenals voorgaande jaren, voor alle wegvakken de concentraties luchtverontreiniging in 2004 te laten berekenen. De gemeente dient dit jaar voor 1 juni een rapportage luchtverontreiniging 2004 aan de provincie te overleggen. Het jaar 2004 was een relatief normaal jaar voor de luchtkwaliteit, na het ongunstige jaar 2003. De verwachting is dat de te berekenen concentraties luchtverontreiniging over 2004 lager uitvallen dan die over 2003 en dan in Maassluis voor stikstofdioxide niet langer plandrempel overschrijding gevonden gaat worden. PM10
Met betrekking tot de jaargemiddelde concentratie van PM10 is de verwachting dat in 2010 de grenswaarde (40 g/m3) nergens wordt overschreden. Echter voor PM10 is in het Besluit luchtkwaliteit ook een grenswaarde gesteld voor de daggemiddelde concentratie. Er mogen maximaal 35 dagen per jaar voorkomen met een 24-uursconcentratie van meer dan 50 µg/m3. In 2010 het aantal overschrijdingen van de 24-uurgemiddelde concentratie van PM10 in de gehele gemeente groter dan het wettelijke toegestane aantal. Het aantal overschrijdingen is wel aanzienlijk afgenomen ten opzichte van 2003. Op dit moment dienen gemeenten deze grenswaarden nog " in acht te nemen ". Er is een ministeriële regeling in voorbereiding (verwacht mei 2005), hierin wordt grenswaarden voor fijn stof anders geformuleerd, vanaf dat moment dienen gemeenten " aan te tonen dat ze zich inzetten voor verlaging van de concentratie fijn stof ".

Luchtverontreiniging in relatie tot extra verkeersbelasting De luchtverontreiniging is een lastige materie omdat een groot deel van de concentratie bepaald worden door de achtergrondwaarde (voor fijn stof is de achtergrondwaarde op het drukste punt in Maassluis dicht bij de weg nog steeds circa 87 % van het totaal, voor stikstofdioxide is dit circa 75 % van het totaal). Voor fijn stof geldt bijvoorbeeld dat met behulp van een oriënterende berekening voor een binnenstedelijke weg met 10.000 motorvoertuigen per etmaal, dat zo'n weg 1 µg/m3 aan de achtergrondwaarde zal toevoegen. De verlaging van de concentraties luchtverontreinigende stoffen is ten gevolge van diverse maatregelen is verhoudingsgewijs ook minimaal. Uiteraard zijn wij van mening dat, voorzover het binnen onze mogelijkheden ligt, we er alles aan moeten doen om een bijdrage te leveren aan verbetering van de luchtkwaliteit.


3. In aansluiting op vraag 2 wijzen wij op de toekomstige ontwikkelingen in Maassluis, waaronder Het Balkon, De Dijk en het Conline-terrein. Bent u met ons van mening dat in het kader van de luchtkwaliteit deze projecten niet los van elkaar kunnen worden gezien? Het toekomstige verkeer van en naar deze projecten zal immers grotendeels over de al drukke Laan 1940-1945 gaan.

In de gegevens van de verkeersintensiteiten waarmee voor de rapportage van 2003 is gerekend was reeds rekening gehouden met de toename als gevolg van het Balkon en De Dijk. Voor wat betreft het Conline-terrein zijn nu nog te veel onzekere factoren om daar reeds mee te rekenen. In de eerder genoemde verkeersstudie zullen deze ontwikkelingen uiteraard aandacht krijgen. In de keuze voor de optimale variant zal ook rekening gehouden worden met de situatie op de Laan 1940-1945.


4. In de nota van Uitgangspunten Dijkpolder staat vermeld dat de luchtkwaliteit van de Westlandseweg en de Maasdijk nu al tamelijk dicht bij de maximaal toegestane grenswaarde komt. Hoe moet deze uitspraak worden gezien in relatie tot de gedachte verkeersafwikkeling (waaronder het bedrijvenverkeer) uit deze nieuw te ontwikkelen wijk? De verkeersontsluiting van Dijkpolder is zeker nog niet definitief. De optimale afwikkeling zal eveneens meegenomen in de eerder genoemde verkeersstudie. Uiteraard krijgt ook het aspect Luchtverontreiniging aandacht in het Milieu Effect Rapport over de Dijkpolder.


5. Bent u bereid een integraal onderzoek naar deze luchtkwaliteitsproblematiek in te stellen en dat in relatie tot het in voorbereiding zijnde nieuwe verkeersplan en de ontwikkeling van nieuwe woon- en bedrijfslocaties?
Wij denken met de jaarlijkse rapportages luchtkwaliteit gecombineerd met berekeningen voor langere termijn in het kader van de verkeersstudie, voldoende zicht te houden op de te verwachte concentraties luchtverontreiniging. Omdat we ons er van bewust zijn dat binnen Maassluis de luchtverontreinigingsproblematiek extra aandacht verdient wordt tevens gewerkt aan een plan van aanpak in aanvulling op het provinciale Plan van Aanpak Fijn Stof (het provinciale Plan van Aanpak Fijn Stof ligt bij de griffier ter inzage). In dit plan geven wij aan hoe wij in Maassluis denken een bijdrage te leveren aan verlaging van de concentraties luchtverontreiniging, de afronding van dit plan vindt plaats in mei 2005. Samenvattend komt dit plan neer op de volgende activiteiten: actief werken aan een warmtenet, inventariseren mogelijkheden vervanging en onderhoud van gemeentelijke voertuigen gericht op schone voertuigen, aansturen op warmte-koude opslag (Burgemeesterswijk zeer waarschijnlijk, Balkon vermoedelijk ook mogelijk), plaatsingsonderzoek windmolens, aandacht voor " het nieuwe rijden ", voeren van een actief klimaatbeleid, regionale activiteiten gericht op snelheidsvermindering A20 en scheepvaartemissies.

Daarnaast hopen we met het verkeersonderzoek zicht te krijgen of de infrastructuur in de behoefte kan voorzien, of er als gevolg van deze belastingen knelpunten kunnen ontstaan en zo ja waar deze ontstaan en met welke maatregelen daar proactief op kan/moet worden ingespeeld. Hierbij gaat het om knelpunten in de capaciteit/intensiteit, geluidsbelasting en/of luchtverontreiniging. Op basis van dit verkeersonderzoek denken wij een integrale afweging te kunnen maken voor de inrichting van de infrastructuur in Maassluis, hierin worden relaties gelegd met de luchtkwaliteitsproblematiek en ontwikkelingen van nieuwe woon- en bedrijfslocaties.

Samenvattend, de luchtverontreinigingsproblematiek is in het Rijnmondgebied een aandachtvragende zaak. Bij alle planontwikkelingen zullen we gemaakte keuzen moeten verantwoorden en onderbouwen. Wij proberen door een aantal maatregelen een bijdrage te leveren aan de verlaging van de concentraties luchtverontreiniging. Ook zullen we op basis van het verkeersonderzoek een goede afweging moeten maken in de verkeersafwikkeling binnen Maassluis. Wij zullen er scherp op letten dat binnen Maassluis geen situaties ontstaan waarbij grenswaarden worden overschreden tengevolge van nieuwe ontwikkelingen. "

Stikstofdioxide: Het in acht nemen van de grenswaarden voor stikstofdioxide betekent dat een bestemmingsplan alleen gewijzigd mag worden, wanneer aangetoond kan worden dat deze in 2010 niet overschreden word. Wanneer er een plandrempel voor stikstofdioxide overschreden wordt, betekent dit dat het bestemmingsplan niet gewijzigd mag worden.
Zwevende deeltjes: Het in acht nemen van de grenswaarden voor zwevende deeltjes levert een complexe situatie op. Wanneer wijziging van een bestemmingsplan tot gevolg zal hebben dat mensen blootgesteld worden aan concentraties van deeltjes die de normen overschrijden, dient de situatie grondig geanalyseerd te worden. Hoe hoog zijn de concentraties? Zijn redelijkerwijs maatregelen denkbaar waardoor de luchtkwaliteit wel aan de normen voldoet of zo veel mogelijk? Dan moeten deze maatregelen getroffen worden. Is realisering van de betreffende bestemming ter plaatse noodzakelijk of zijn alternatieven denkbaar die tot gevolg hebben dat mensen niet of in mindere mate aan hoge concentraties fijn stof worden blootgesteld? Dan hebben deze alternatieven de voorkeur.
Wijziging van het bestemmingsplan is alleen mogelijk nadat de gemeente na grondige analyse van de situatie gemotiveerd tot de conclusie komen dat:

1. maatregelen niet tot een algehele oplossing voor het luchtkwaliteitsprobleem voor fijn stof leiden en
2. er evenmin alternatieven voorhanden zijn.