Gemeente Utrecht

Toelichting op besluiten van het college van burgemeester en wethouders

Persconferentie naar aanleiding van de collegevergadering om 16.00 uur in de perskamer van het stadhuis.


1. Ruimtelijke Visie Overvecht nodigt uit tot vernieuwing van de wijk. De afgelopen anderhalf jaar is hard gewerkt aan een ruimtelijke toekomstvisie voor Overvecht. Na verwerking van de inspraak heeft het college besloten de visie ter vaststelling voor te leggen aan de gemeenteraad.

De Ruimtelijke Visie Overvecht geeft corporaties en andere investeerders houvast bij de gewenste en noodzakelijke vernieuwing van deze grootste naoorlogse wijk van Utrecht. Met name de woningcorporaties hebben om deze visie gevraagd. Zij hebben 80 procent van woningvoorraad in Overvecht in eigendom. De gemeente verwacht dat de corporaties nu snel met uitgewerkte plannen komen voor de vernieuwing en herstructurering van hun bezit.

De ruimtelijke visie laat zien dat Overvecht voor investeerders een zeer kansrijke wijk is. Dat heeft te maken met de gunstige ligging ten opzichte van binnenstad, spoor en uitvalswegen, met het grootwinkelcentrum in het hart van de wijk, de parken en het vele groen en met de nabijheid van recreatiegebieden. Gemeente, marktpartijen en corporaties investeren nu al in parken, winkelcentra en renovatie van woningen. Verdere investeringen zijn gewenst omdat zowel de eenzijdige samenstelling van de woningvoorraad als de huidige invulling van de openbare ruimte de leefbaarheid, veiligheid en sociale samenhang onder druk zetten.

De visie kent twee speerpunten: het vergroten van de variatie in woonmilieus om de uniformiteit van deze flatwijk uit de jaren zestig te doorbreken; per buurt wordt aangegeven welk woonmilieu voor de toekomst wenselijk en mogelijk wordt geacht; voor de buurt rond winkelcentrum Gagelhof is gekozen voor eengezinswoningen en niet al te hoge appartementengebouwen rond gemeenschappelijke binnentuinen; in de directe omgeving van het grootwinkelcentrum voor wonen in hoge dichtheid, terwijl er nabij de Vecht en het Noorderpark ruimte is voor exclusieve appartementencomplexen; in totaal onderscheidt de visie zes woonmilieus, die de buurten van Overvecht een eigen gezicht kunnen geven.

Daarnaast geeft de visie aan hoe het raamwerk van de wijk (hoofdverkeersstructuur en hoofdgroenstructuur) kan worden versterkt. In acht programma's laat de Ruimtelijke Visie Overvecht zien hoe de kwaliteit en de gebruikswaarde van parken en het vele groen langs water en verbindingswegen kan worden vergroot.

De hoofdlijnen van de visie zijn in de inspraak onderschreven. Er zijn door 57 insprekers veel kanttekeningen gemaakt en vragen gesteld, die er toe hebben geleid dat de tekst waar nodig is verduidelijkt en verbeterd. Er zijn ook enkele wijzigingen. De belangrijkste wijziging betreft het vastleggen van een woonbotenzone langs de Vecht. Verder is vastgelegd dat bij het streven naar 'buitenplaatsen' in de Vechtzoom het accent ligt op vervanging van huidige bebouwing en niet op het toevoegen van extra bebouwing. Fel verzet is er tegen de ruimtereservering voor een nieuwe fiets- en voetgangersbrug over de Vecht. Bewoners verwachten door de brug een toename van (jongeren)overlast. De ruimtereservering is gehandhaafd omdat de brug onderdeel is van de door de gemeenteraad vastgestelde Fietsnota 2002.


2. Uitbreiding Karel V op plek met minste overlast. Grand Hotel Karel V mag uitbreiden in het zuidelijk tuingedeelte van het monumentale hotelcomplex tussen Catharijnesingel en Springweg. Na consultatie van omwonenden kiezen burgemeester en wethouders definitief voor model Paviljoen, waarvan de effecten voor omwonenden minder groot zijn dan het uitbreidingsmodel Molenwiek.

Bij uitbreiding op basis van het voorkeursmodel komen er twee gebouwen bij met in totaal 22 hotelkamers, en ruimte voor fitness, sauna en personeelsvoorzieningen. In de tuin ontstaat door de nieuwbouw een hovenstructuur, die goed past bij historische bebouwing.

Bij het afgewezen model Molenwiek zou de uitbreiding plaats vinden in één gebouw op de parkeerplaats achter het nieuwe gedeelte van het hotel. Door zijn omvang zou dit gebouw meer uitzichtverlies en schaduwwerking opleveren.

Vanwege vermindering van woongenot hebben omwonenden tijdens de consultatieronde aangegeven liever helemaal geen uitbreiding van het hotel te willen. In hun reacties waren de bewoners verdeeld over een keuze tussen de twee uitbreidingsmodellen mocht de uitbreiding toch doorgaan.

In de nu vastgestelde Nota van Uitgangspunten geeft de gemeente aan onder welke voorwaarden wordt meegewerkt aan de hoteluitbreiding. Tot die voorwaarden horen nieuwe, schriftelijk vast te leggen, afspraken. Het gaat om de openbaarheid van de tuin (vanaf 1 uur vóór zonsopgang tot 1 uur na zonsondergang), de kwaliteit van tuininrichting in aansluiting op de nieuwbouw, het in stand houden van het aantal parkeerplaatsen op het terrein, en een mobiliteitsplan om bezoekers zoveel mogelijk gebruik te laten maken van parkeergarages en openbaar vervoer. Het bouwplan moet binnen deze randvoorwaarden worden ontwikkeld. Alleen dan wil de gemeente meewerken aan de procedure om voor de uitbreiding ontheffing te verkrijgen van het geldende bestemmingsplan (art 19 WRO).

Grand Hotel Karel V wil op bedrijfseconomische gronden het aantal hotelkamers uitbreiden. De noodzaak van de uitbreiding is al eerder door middel van onafhankelijk onderzoek bevestigd.


3. Parkeertarieven Grifthoekgarage vastgesteld Het college heeft de parkeertarieven voor de Grifthoekgarage vastgesteld. Automobilisten die hun auto in de Grifthoekgarage gaan parkeren, moeten daarvoor ¤ 0,90 per uur betalen. Het maximum dagtarief is

¤ 6,80. De nieuwe parkeergarage heeft 320 plaatsen en wordt halverwege 2005 in gebruik genomen. Voor abonnementshouders gelden de volgende tarieven; een 7-daags abonnement kost ¤ 140 per maand en ¤ 1.400 per jaar en voor een 5-daags abonnement moet ¤ 100 per maand worden betaald en ¤ 1.000 per jaar. Bij het vaststellen van de tarieven zijn de uitgangspunten uit de Parkeernota 2003 gehanteerd. Zo is voor de abonnementen een kostendekkend tarief opgesteld en zijn de uurtarieven van de Grifthoekgarage lager dan de uurtarieven voor parkeren op straat. Zo wordt het gebruik van parkeergarages gestimuleerd ten opzichte van het straatparkeren.


4. Utrecht positief-kritisch over Samenwerkingsverband Randstad De gemeente vindt deelname aan het Samenwerkingsverband Randstad belangrijk. Utrecht heeft zo de gelegenheid met andere overheden op randstedelijk niveau beleid af te stemmen en gezamenlijke standpunten te bepalen voor het overleg met de rijksoverheid. Wel denkt de stad dat er binnen het samenwerkingsverband efficiënter gewerkt kan worden. Naar aanleiding van een evaluatie-onderzoek door organisatiebureau Berenschot doet de stad een aantal aanbevelingen. Zo wil Utrecht het Algemeen Bestuur en het Dagelijks Bestuur van het Samenwerkingsverband Randstad samenvoegen, de vergaderfrequentie verminderen tot 8 maal per jaar, het takenpakket terugbrengen tot hoofdzakelijk ruimtelijke, infrastructurele en economische aangelegenheden en daarmee samenhangend snijden in ambtelijke en portefeuillehoudersoverleggen.

In het Samenwerkingsverband Randstad zijn vertegenwoordigd: de vier grote steden, de vier grootstedelijke samenwerkingsverbanden en de provincies Noord- en Zuid-Holland, Utrecht en Flevoland.


5. Stroomlijning modernisering bestemmingsplannen De gemeenteraad heeft in 2003 opdracht gegeven om vóór 2011 alle bestemmingsplannen ouder dan tien jaar te actualiseren. Het maken van bestemmingsplannen is vaak een ingewikkeld en langdurig proces. Om aan de opdracht van de gemeenteraad te kunnen voldoen is het nodig om zo efficiënt mogelijk te werken. Zo zijn inmiddels de voorschriften gestandaardiseerd, die horen bij de plankaart waarop de bestemming van gronden staat aangegeven. Ook zijn standaard-toelichtingsteksten gemaakt. Hetzelfde geldt voor besluitvormingsdocumenten, aanbiedingsbrieven en dergelijke.

Een belangrijke nieuwe stap is het opstellen van een procesbeschrijving. Doel is om meer routine in de organisatie te brengen, doublures in het besluitvormingsproces te voorkomen en waar mogelijk tijdwinst te boeken. De procesbeschrijving geeft precies aan wanneer, welke bijdrage wordt verwacht van al degenen die een rol spelen in het planproces. Daarbij is rekening gehouden met de duale verhoudingen in het gemeentebestuur: de gemeenteraad stuurt het beleid op hoofdlijnen en burgemeester en wethouders zijn belast met de uitvoering.

Het college heeft met deze nieuwe procesbeschrijving ingestemd.

De verandering ten opzichte van de huidige werkwijze zit vooral in de voorbereidingsfase van een bestemmingsplan. De vaststellingsfase is een wettelijk voorgeschreven proces. Volgens de nieuwe werkwijze start de voorbereidingsfase met het vaststellen van een kadernota door het college en de raadscommissie Stedelijke Ontwikkeling. Daarmee krijgt de gemeenteraad de mogelijkheid op hoofdlijnen instructies mee te geven aan het college voor een nieuw bestemmingsplan. Op basis van de kadernota wordt een raamwerk gemaakt, dat als basis dient voor een voorontwerp bestemmingsplan. In deze voorbereidingsfase wordt ook de wijkraad nadrukkelijk geïnformeerd en geconsulteerd. Vervolgens vindt inspraak plaats over het voorontwerp bestemmingsplan. Omdat de inspraak over het voorontwerp behoort tot voorbereidingsfase, is ook de verwerking van de inspraakreacties een bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Voorgesteld wordt om in deze fase de raadscommissie geen expliciete rol meer te geven. Door het horen van insprekers door de raadscommissie achterwege laten kan veel tijd worden gewonnen. De raadscommissie blijft natuurlijk wel bevoegd om naderhand de indieners van zienswijzen (op de wijze waarop het college de inspraak heeft verwerkt) te horen, evenals het aan de raad is voorbehouden om het bestemmingsplan vast te stellen.

Verder kan tijdswinst geboekt worden door bij het actualiseren van bestemmingsplannen uit te gaan van de geldende bestemming en het bestaande (legale) gebruik. Dat betekent dat niet meer zoals voorheen gewacht wordt op mogelijk nieuwe ontwikkelingen op locaties in het plangebied, waardoor het maken van een bestemmingsplan meer dan eens forse vertraging opliep.

Het college stelt de gemeenteraad voor om kennis te nemen van de procesbeschrijving bestemmingsplannen en in te stemmen met de rol die in het proces aan wijkraad en raadscommissie is toebedeeld.


6. Nieuwe kunstgrasvelden voor sportparken Vechtzoom en Lunetten Sportpark Vechtzoom en sportpark Lunetten krijgen elk een nieuw kunstgras voetbalveld. De nieuwe velden zijn in maart 2006 klaar. Dit is een belangrijke verbetering voor de sportparken, omdat kunstgrasvelden het hele jaar door bespeeld kunnen worden. Op een natuurgrasveld kan maximaal 250 uren per jaar gevoetbald worden. Op beide parken is nu een gebrek aan veldcapaciteit.

Op sportpark Vechtzoom, waar voetbalvereniging DSO-Trajectum speelt, komt een kunstgras wedstrijd- en trainingsveld. Dat is hard nodig, want het bestaande trainingsveld voldoet niet meer. Met het nieuwe veld krijgt de vereniging de mogelijkheid om verder groeien. Er kunnen meer wijkbewoners lid worden, waardoor het sportpark een grotere betekenis krijgt voor de wijken Overvecht en Noordwest. Het kunstgrasveld kan ook voor wijkactiviteiten gebruikt worden. Voor de aanleg van het kunstgrasveld op dit sportpark moeten 56 bomen gekapt worden. Het plan is, om als compensatie hiervoor, de openbare ruimte (de Vechtoever) in te richten als natuurlijke oever.

Op sportpark Lunetten krijgen de voetbalclubs DVSU, Faja Lobi, RUC en VVUA met het nieuwe kunstgrasveld meer ruimte. In de stad zijn tot nu toe acht kunstgrasvelden aangelegd. Met succes: de velden worden intensief gebruikt, vooral ook door de jeugd. De aanleg van de nieuwe kunstgrasvelden op sportparken Vechtzoom en Lunetten kost ¤ 1,2 miljoen. Dit wordt betaald uit het geld dat voor dit doel beschikbaar is gesteld bij de herijking van het collegeprogramma.


7. Geld voor buitenschoolse opvang op sportterrein Voorveldseweg Stichting SpoVo (Sporting '70 en UCK V.O.G.E.L.) krijgt ¤ 150.000 als stimuleringsbijdrage voor de kosten van het buitenschoolse opvanggedeelte van een geplande multifunctionele accommodatie aan de Voorveldsweg 4. Hier zijn de beide sportverenigingen ook nu al gehuisvest. De nieuwe accommodatie bevat kleedkamers, een kantine, vergaderruimte en buitenschoolse opvang voor 20 kinderen. De bouw gaat binnenkort van start. Om oneerlijke concurrentie te voorkomen wordt het buitenschoolse opvang gedeelte tegen een marktconforme huur aan exploitant Cumulus verhuurt.

Het college stelt dit bedrag beschikbaar uit de stimuleringsbijdrage van ¤ 750.000 bedoeld voor de combinatie van sport en kinderopvang. Het college wil hiermee de samenwerking tussen sport en kinderopvang in sportinstellingen bevorderen.

Er resteert nu nog een bedrag van ¤ 450.000. Eerder heeft sportpark Marco van Basten al ¤ 150.000 gekregen uit hetzelfde subsidiebudget. Stichting de Noordpunt realiseerde een accommodatie voor kinderopvang en buitenschoolse opvang in het sportpark.


8. Beperking wervingsactiviteiten op straat
Het college heeft ingestemd met de aanpak van de overlast van allerlei vormen van activiteiten op straat waarbij het publiek ongevraagd wordt aangesproken of spullen krijgt aangeboden. De aanpak is gemaakt op verzoek van de gemeenteraad, die meerdere keren aandacht heeft gevraagd voor dit onderwerp. De gemeente gaat minder vergunningen verlenen en de huur verhogen om de overlast te bestrijden. Bovendien komt er een protocol voor straatenquêteurs. Omdat het zonder vergunning niet is toegestaan in Utrecht materialen uit te delen, reclame te maken, te collecteren en ruimte in te nemen is het voor de gemeente mogelijk de overlast te beperken door het aantal vergunningen te verminderen. Ook kan de plaats, de tijd, het aantal gebruikers, de materialen en de huur worden aangepast per vergunning. In de regel zullen de vergunningen alleen voor de donderdagen en vrijdagen beschikbaar zijn en mogen per vergunning maximaal drie mensen aan de slag. Het zogeheten samplen, het uitdelen van productmonsters, wil het college verbieden voor een proefperiode van één jaar. Als dit inderdaad leidt tot een aanmerkelijk schonere stad, dan zal het college vervolgens voorstellen de APV te wijzigen zodat leveranciers bijvoorbeeld op schonere wijze kunnen samplen, zoals door het vragen van statiegeld voor de verpakkingen. Het college stelt voor de Stadhuisbrug uitsluitend voor ideële doeleinden te gebruiken en het Vredenburg (tussen de afsluitpaal en de Elizabethstraat) voor commerciële doeleinden.

Een paar activiteiten op straat kan en wil het college niet inperken. Het stellen van vragen in het openbaar is bijvoorbeeld niet te verbieden zonder de vrijheid van meningsuiting geweld aan te doen. Als vragen uitmonden in het aanbieden of verkopen van producten, dan valt de leverancier wel onder de vergunningplicht. Het college wil afspraken maken met enquêtebureaus over de frequentie, aantal medewerkers, de wijze van aanspreken en dergelijke.

De nieuwe aanpak gaat per 15 juni in; na een half jaar vindt er een evaluatie plaats.


9. Drie nieuwe projecten Groene Web
Het college heeft besloten het gereserveerde krediet van ¤ 172.000 voor Groene Web-projecten voor het jaar 2005 beschikbaar te stellen om drie projecten uit te voeren.

Met het krediet wordt een project in Vleuten - De Meern gefinancierd (Meerndijk). In dit nieuwe deel van Utrecht zijn nog geen gelden uit het Groene Web besteed. De groene verbinding vanuit de stad naar de Voorveldse polder en Polder De Hoogekamp wordt verbeterd voor zowel mens als dier. De tunnel onder de A27 langs de Voordorpse dijk krijgt beschutting voor dieren. In Voordorp wordt gewerkt aan het maken van broedplekken voor de gierzwaluw. Door het aanbrengen van nesten in de geluidswal van de A27 en met behulp van gierzwaluwdakpannen op huizen gaat deze vogel hopelijk weer broeden in Voordorp.

In 1998 is de nota 'Het Groene Web' vastgesteld. Hiermee is ook een krediet voor natuurprojecten vrijgemaakt. Met dit krediet worden knelpunten in de ecologische infrastructuur opgelost.