Ingezonden persbericht


PERSBERICHT

Aan de redactie

Datum: 19 mei 2005

Algemeen Bestuur Holland Rijnland unaniem over tracékeuze Rijnlandroute

De regio Holland Rijnland werkt namens en voor de zestien gemeenten in het gebied. Doelstelling van Holland Rijnland is de kwaliteit van wonen, werken, ondernemen en recreëren van burgers, bedrijven en instellingen in het gebied te bevorderen. Holland Rijnland biedt het kader waarbinnen de gemeenten op deze terreinen kunnen samenwerken om efficiencyvoordelen te behalen, overleg en afstemming te plegen en streekbelangen te behartigen.

Tijdens de extra vergadering van het Algemeen Bestuur van Holland Rijnland lagen gisteravond de tracévarianten van de Rijnlandroute voor. Het Algemeen Bestuur stemde unaniem in met de door het Dagelijks Bestuur voorgestelde keuzes.

Daarmee is de inzet van de regio Holland Rijnland in de Stuurgroep Rijnlandroute van 2 juni a.s bepaald. Deze Stuurgroep adviseert Gedeputeerde Staten van de Provincie Zuid-Holland over de tracévarianten die meegenomen worden in de planstudie Rijnlandroute, welke daarover een besluit neemt. De minister van Verkeer en Waterstaat wordt vervolgens door Gedeputeerde Staten verzocht de planstudie op te nemen in het Meerjarenprogramma Infrastructuur en Transport (MIT).

Op 18 maart vroeg de provincie aan de regio om voor 2 juni advies uit te brengen met betrekking tot de kansrijke alternatieven van de route. In de afgelopen weken is de studie breed behandeld in diverse commissies en raden met uiteindelijk de advisering in het Algemeen Bestuur van 18 mei. Reeds in april had het Dagelijks Bestuur van Holland Rijnland zich uitgesproken en was helder in haar bevindingen. Het advies dat voorlag aan het Algemeen Bestuur betrof vier tracévarianten.

Op basis van de Verkenning van de Rijnlandroute (d.d. 17 april 2005) stelde het Dagelijks Bestuur voor een aantal tracés als kansrijk te beschouwen en mee te nemen in de planstudiefase.

Als het aan de regio ligt, zal het tracé van de Rijnlandroute zal tussen Katwijk en de A44, het zogenaamde Valkenburg Zuid, door of ten zuiden van het te ontwikkelen gebied van Marinevliegkamp Valkenburg lopen. Daarnaast wordt een verbreding van de N206 eveneens in relatie tot de bebouwing van het Marinevliegkamp in de planstudie opgenomen.

Voor de verbinding tussen de A44 en de A4 stemde het Algemeen Bestuur in met een wegverbinding op het tracé van Rijksweg 11. De uitvoeringsvorm, het aantal aansluitingspunten en de wijze van inpassing zullen nader worden onderzocht. Naast deze variant, zal ook het zogenaamde 'Korte Vliettracé' zoals dat door gemeente Voorschoten recentelijk is voorgesteld, meegenomen worden in de verdere uitwerking in de planstudie.

Tijdens de vergadering kregen alle gemeenten in twee ronden de gelegenheid om vragen te stellen aan portefeuillehouder Verkeer en Vervoer Marc Witteman, of opmerkingen te maken met betrekking tot het advies en de voorstellen voor de volgende planfase. De AB-leden maakten hier dankbaar gebruik van.

Zoeterwoude kreeg geen bijval voor haar voorstel om verdere studie te doen naar de mogelijkheden op de Churchilllaan in Leiden, de huidige verbindingsweg tussen A44 en A4. Een Churchilllaan in twee lagen, een ondergrondse voor regionaal verkeer en een bovengrondse voor lokaal verkeer.

Voorschoten bracht nogmaals de voordelen in beeld van de door hun voorgestelde uitvoering van het Korte Vliettracé en bedankte de overige leden voor hun steun en bijval omtrent dit tracé.

Voorhout wees er nogmaals op dat het hier een regionaal probleem betreft en maakte zich sterk voor een gedragen regionale financiering bijvoorbeeld door een mobiliteitsfonds.

De gemeenten Katwijk, Valkenburg en Rijnsburg toonden zich bezorgd over het Valkenburg Zuid-tracé. De sobere uitvoering zoals gepresenteerd in de Verkenning biedt weinig kansen voor de woningbouwopgave op Marinevliegkamp Valkenburg, zo constateerden zij. Witteman lichte het DB advies op dit punt toe door te zeggen dat zowel dit tracé als de verdubbeling van de N206 onlosmakelijk verbonden zijn met de planvorming omtrent het vliegkamp en als een integraal ontwerpproces moeten worden gezien. Burgemeester van der Lee van Rijnsburg pakte gelijk de handschoen op door zelf onderzoek te gaan doen naar de mogelijkheden van een verdiepte of ondergrondse weg ten zuiden van Valkenburg, als onderdeel van de zogeheten Rijnlandroute. Wel waarschuwde hij ervoor dat eventuele meerkosten in de totale beoordeling van de Rijnlandroute bezien moeten worden.

Sassenheim pleite enerzijds voor het verbreden van de studie door in de vervolgfase ook andere alternatieven een kans te geven zoals die bijvoorbeeld door de Werkgroep Milieubeheer zullen worden aangedragen, maar anderzijds te beginnen bij het alternatief dat mogelijk het meeste draagvlak heeft: het Korte Vliettracé. Hiervoor kreeg zij weinig bijval evenals voor de stelling dat de Rijnlandroute een Rijksprobleem is en dus ook volledig door het Rijk gefinancierd moet worden.

Noordwijk wees op de bedreigingen die er momenteel zijn rond de financiering van infrastructurele projecten in deze regio als gevolg van de onderhandelingen in het kader van de Deltametropool (in het bijzonder de Noordvleugel van de Randstad). Leiderdorp hield een vurig pleidooi voor mogelijkheden van dubbel ruimtegebruik als baten voor de weg. Leiden is nieuwsgierig naar de technische feiten achter het Korte Vliettracé, zoals Voorschoten dat gepresenteerd heeft. Naast de effecten voor natuur en milieu zijn er ook effecten voor omwonenden zoals in Stevenshof. Hillegom wees tenslotte nogmaals op de financiering en de bijdrage van de provincie daarin.

Na een uitgebreide beantwoording van de heer Witteman, waarbij hij niet alleen inging op het proces en de mogelijkheden voor financiering, maar ook de beantwoording van de technische vragen niet uit de weg ging. De portefeuillehouder benadrukte in dit verband dat het belangrijk is dat de regio nu kiest en een duidelijk signaal afgeeft richting het Rijk om sterk te staan bij de financiële onderhandelingen van de Rijnlandroute. Daarna ging voorzitter Henri Lenferink over tot stemming. De vergadering bleek unaniem het DB te willen volgen.

Marc Witteman toonde zich ingenomen met de steun van het AB en zal het voorstel samen met Ruud Hessing, Hans Horlings en Arie van der Lee voor het voetlicht te brengen in de stuurgroep.



Ingezonden persbericht