---

Kamervragen en antwoorden
---

Vragen van het lid Aasted-Madsen-van Stiphout

19-5-2005 12:19:00

Hierbij bied ik u aan de antwoorden op de schriftelijke vragen van het lid Aasted Madsen van Stiphout (CDA) over opleidingen bij Defensie (nr. 2040513240, ingezonden 19 april 2005).

DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE

1. Deelt u de mening dat in het kader van de veranderingen in het personeelsbeleid een duidelijke visie op het opleidingsbeleid noodzakelijk is.

Ja.

2. Deelt u de mening dat het «up or out» beleid alleen een win-win situatie kan opleveren als er een goed opleidingsbeleid aan ten grondslag ligt.

Deze mening deel ik. Eén van de belangrijkste pijlers onder het up or out systeem is het tijdig aanbieden van voldoende opleiding en scholing aan de militair, zodanig dat hij optimaal in staat wordt gesteld om zich geschikt te maken voor een loopbaan binnen en - in voorkomend geval - buiten het ministerie van Defensie.

3. Deelt u de mening dat het van belang is om het opleidingsbeleid te bespreken op basis van een nota van de regering, waarin in ieder geval aandacht wordt besteed aan: het traject dat moet leiden tot meer civiele erkenningen van Defensie-opleidingen; de verhouding opleidingsduur - contractduur; de opleidingsfaciliteiten voor personeelsleden; «het uitbesteden, tenzij» principe; samenwerkingsrelaties met civiele opleidingsinstituten? Zo ja, op welke termijn kan de Kamer deze nota tegemoet zien?

Op de relatie tussen het up or out systeem en het opleidingsbeleid wordt ingegaan in de door mij bij het notaoverleg van 22 november jl. toegezegde integrale visie op het up or out systeem. Zoals ik u op 28 april jl. berichtte zal ik die u bij Memorie van toelichting op de wijziging van de Militaire ambtenarenwet doen toekomen.

Daarnaast zal ik in een nota de integrale visie ten aanzien van het opleidingsbeleid in brede zin toelichten. Daarbij zullen de in de vraag bedoelde onderwerpen aan de orde komen. Deze nota kunt u begin 2006 tegemoet zien.