Gemeente Utrecht


2005 SCHRIFTELIJKE VRAGEN
49 Vragen van mevrouw N.R. Schipper
(ingekomen 9 mei 2005)


Toelichting
Recent zijn er diverse artikelen verschenen over vuilniswagens, roetfilters en biodiesel. Eerder heeft GroenLinks met enkele andere partijen het College gesuggereerd roetfilters op gemeentelijke (diesel)wagens te plaatsen. Het College heeft dit toen als te duur terzijde geschoven. Zij beperkte zich overigens toen alleen tot de vuilniswagens.

In februari 2005 meldt GRAM dat de ontwikkeling van het E-CRT roetfiltersysteem een doorbraak is op het gebied van roetfiltertechniek. Zelfs wanneer de voor regeneratie benodigde temperatuur niet kan worden behaald, zoals bij de meeste huisvuilauto's het geval is.

Op 3 maart 2005 meldt het Rotterdams Dagblad: "De vuilniswagens en bussen in Rotterdam worden schoner. Het college van burgemeester en wethouders heeft besloten dat op duizend voertuigen van de Roteb roetfilters worden gemonteerd."

Op 21 april 2005 meldt de Volkskrant dat:
Provincie en gemeentes eisen dat het Kabinet zo snel mogelijk roetfilters voor dieselauto's verplicht moet stellen.
Bovendien betogen Provincies en gemeentes dat een deel van de vervuiling te wijten is aan oorzaken waar zij zelf geen invloed op kunnen uitoefenen.
Daarnaast geven IPO en VNG aan dat Den Haag de 'relatief eenvoudige' vervuilers op korte termijn aanpakt.

In april 2005 meldt GRAM dat er diverse gemeentes vuilniswagens en veegwagens hebben rondrijden of gaan aanschaffen op koolzaadolie.

Op 3 mei 2005 meldt het Dagblad van het Noorden: "Het wagenpark van de gemeente Groningen moet het milieuvriendelijke biodiesel als brandstof krijgen.

Dit brengt ons tot de volgende vragen aan het College:

1. Deelt het College met GroenLinks de mening dat het uiterst eigenaardig is dat het College via de VNG bij de minister een pleidooi houdt om roetfilters voor dieselauto's zo spoedig mogelijk te verplichten, en de 'relatief eenvoudige' vervuilers op korte termijn aan te pakken en dat het Utrechtse College er weinig voor lijkt te voelen de roetfilters op haar diesel voertuigen te monteren? Dit terwijl deze actie toch binnen de directe invloedsfeer van het College ligt.
2. Is het College bekend met het in Gram van februari 2005 pagina 19 genoemde onderzoek van de NVRD-commissie Inzameling en Transport?
3. Het College geeft in haar beantwoording van vragen nr 3 2005 aan dat het technisch mogelijk is om de vuilniswagens te voorzien van een roetfilter, maar dat ook de uitlaatgastemperatuur een probleem vormt.
a. Is het College bekent met het E-CRT systeem?
b. Heeft het College overwogen om de vuilniswagens uit te rusten met het E-CRT systeem?
c. Speelt het uitlaatgassentemperatuurprobleem niet bij de Rotterdamse
vuilniswagens?


4. Het College geeft in haar beantwoording van vragen nr 3 2005 aan dat als alle voertuigen die nog minimaal drie jaar operationeel zijn voorzien worden van een roetfilter hiermee 800.000 euro gemoeid zou zijn. Ook geeft zij aan dat er de kosten per voertuig ongeveer E 10.000 bedragen en dat er momenteel 110 dieselvoertuigen operationeel zijn. Hieruit leiden wij af dat er binnen 3 jaar 30 dieselvoertuigen bij de RHD vervangen gaan worden.
a. Is het College op de hoogte van de voortgang van de subsidie mogelijkheden voor het gebruik van roetfilters via de NVRD?
b. Welke kosten zijn er in Rotterdam gemoeid per voertuig met het monteren van roetfilters?
c. Is het College bereid om voor de vervanging van de 30, binnen 3 jaar te vervangen, dieselvoertuigen serieus te onderzoeken of voertuigen op biodiesel een reële optie is?
d. Is VVD wethouder van Zanen, net zo nieuwsgierig als GroenLinks naar de ontwikkelingen in Groningen?


Antwoord van Burgemeester en wethouders
(verzonden 31 mei 2005)


1. Het College deelt de mening van GroenLinks over de discrepantie in haar handelen niet. De
reden dat de roetfilters niet per direct in het hele wagenpark worden ingevoerd, is niet dat het College roetfilters afkeurt of onbelangrijk vindt. Het College was tot voor kort van mening dat het invoeren van roetfilters voor een deel van het huidige wagenpark niet mogelijk danwel buitenproportioneel duur was.

De gemeente Utrecht en daarbinnen ook de Reinigings- en Havendienst (RHD) probeert de belasting van het milieu tot een minimum te beperken. Een van deze maatregelen tot verbetering van het milieu is het gebruik van duurdere zwavelarme brandstof. Recent heeft de Reinigings- en Havendienst een fabrikant gevonden die een vervangende demper produceert die in het huidige uitlaatsysteem geplaatst kan worden zonder verdere aanpassing. Daarnaast reduceert dit systeem ook het uitlaatlawaai met 15 db (A). Dit maakt de nabijheid van de machine, behalve door de "schonere" lucht rondom het voertuig een betere werkplek voor de chauffeur en de beladers.

2. Ja, het college is bekend met het onderzoek.
In de periode na februari 2005 had de Reinigings- en Havendienst een vervangende vuilniswagen nodig in verband met benodigde extra capaciteit. De Reinigings- en Havendienst heeft hiervoor een voertuig gehuurd met een E-CRT systeem om dit systeem te kunnen testen in de praktijk. Het E-CRT systeem van de huurwagen bleek niet bedrijfszeker en viel 2 keer met een storing uit.

Op basis van metingen konden wij wel concluderen dat het voertuig inderdaad minder roet uitstoot dan een normale vrachtwagen. Op grond van de meetmethode is gebleken dat het E-CRT systeem werkt en dat montage een reële optie is als de betrouwbaarheid op een gewenst niveau is.

3a. Ja, het College is hiermee bekend.

3b. Ja, het College heeft dit overwogen. Gelet op de kosten (ongeveer 10.000 euro per wagen) is
echter ook gekeken naar alternatieven van soortgelijke systemen. Dit heeft erin geresulteerd dat er een aanzienlijke kostenreductie mogelijk is met behoud van vermindering van de roetuitstoot in combinatie met de gewenste betrouwbaarheid van het roetfilter. Bij nieuwe aanschaf kan met deze alternatieven (bijvoorbeeld het IMSO-filter) rekening gehouden worden

3c. Het probleem met de temperatuur van de uitlaatgassen speelt minder bij de Rotterdamse
vuilniswagens. Dit komt doordat de remise van de Reinigings- en Havendienst dichter tegen de stad gelegen is, waardoor de rijafstanden zo kort mogelijk zijn. De motor blijft daardoor relatief op een te lage bedrijfstemperatuur.

4a. Ja, het College is hiervan op de hoogte.
Uit onderstaand overzicht blijkt dat er tot en met 2008 31 voertuigen vervangen dienen te worden.

Inmiddels is gebleken dat er nog ongeveer 300.000 euro benodigd zal zijn om het gehele wagenpark van de Reinigings- en Havendienst te voorzien van een roetfilter. Er heeft dus een aanzienlijke reductie plaatsgevonden van de kosten. Bij de aanschaf van nieuwe voertuigen zal de Reinigings- en Havendienst deze standaard uitrusten met een roetfilter, ook wanneer de betreffende leverancier deze niet standaard meelevert. Voor een volledig overzicht dient onderstaande informatie:

Gelet op hun leeftijd zal de Reinigings- en Havendienst in 2008 starten met een grootschalige vervanging van vuilniswagens. Het gaat jaarlijks om de volgende aantallen te vervangen voertuigen:

|Jaar|aantal         |aantal         |
|    |vuilniswagens  |haakarmauto's  |
|2006|               |13 stuks       |
|2007|               |2 stuks        |
|2008|14 stuks       |2 stuks        |
|2009|5 stuks        |               |
|2010|3 stuks        |               |
|2011|7 stuks        |               |

Een Europees bestek voor de vervanging van vuilniswagens is in voorbereiding. In de eisen neemt de Reinigings- en Havendienst op dat ze alleen voertuigen en werktuigen aanschaft die voorzien zijn van een roetfilter om zo de uitstoot van roetpartikels en fijnstof te reduceren. De wens is dat de aan te schaffen voertuigen zo min mogelijk vervuilend zijn.

Totaal heeft de Reinigings- en Havendienst 122 dieselmotoren in gebruik en twee boten die kunnen worden uitgerust met een roetfilter.

Gelet op bovenstaande vervanging van het wagenpark kan in 2008 al 25% daarvan voorzien zijn van een roetfilter.

Van de huidige voertuigen zijn er 36 jonger dan 3,5 jaar. Op deze voertuigen, die nog een werkbaar leven hebben van 5 jaar, is het mogelijk een roetfilter te monteren. Voordat de RHD alle voertuigen ombouwt, zal de dienst een proef doen met één vuilniswagen. Deze proef start 1 juli 2005 en duurt twee maanden. Hiertoe is kosteloos door een leverancier een roetfilter ter beschikking gesteld. De resultaten daarvan zijn bepalend voor de verdere planning van het invoeren van de roetfilters. Bij de voertuigen ouder dan 3,5 jaar is de technische staat, de geplande inzet en de te verwachten gebruiksduur bepalend voor de beslissing om al of niet een roetfilter te monteren.

Wij hebben overwogen bij een groter aantal van de bestaande voertuigen op korte termijn roetfilters in te bouwen. Dit is mogelijk, zonder dat dit tot meerkosten leidt. Dit geniet echter niet de voorkeur. Immers, gezien de snelle technologische ontwikkeling is het niet wenselijk alle voertuigen van een zelfde (type) roetfilter te voorzien. De ontwikkelingen op dit terrein verlopen dusdanig snel dat bij een snelle inbouw de indruk ontstaat dat wij voorop lopen terwijl de techniek ons snel inhaalt met vernieuwde systemen die het zogenaamde fijnstof opnieuw nog beter filteren. Een geleidelijke introductie is wenselijker, omdat we dan beter en effectiever gebruik maken van de laatste technologische ontwikkelingen. Dit ook gelet op de bedrijfsvoering.

Ook lopen we bij versneld inbouwen van roetfilters een zeker risico. Bij het op maat bouwen van de filters zal kunnen blijken dat er bij enkele van onze voertuigen geen montage mogelijk is, omdat de ruimte voor de uitlaat te gering is of dat het systeem niet past op de motorconfiguratie.

Versneld inbouwen van relatief nieuwe systemen brengt daarnaast risico's in de sfeer van betrouwbaarheid en het aan het licht komen van kinderziektes met zich mee. Dit is niet alleen verstorend voor onze bedrijfsvoering, gevolg daarvan is mede, dat Utrecht als proefkonijn door een fabrikant gebruikt wordt in zijn eigen voordeel.

4b. De Roteb in Rotterdam heeft 4 voertuigen voorzien van een roetfilter in bedrijf. De kosten
bedragen daar tussen de 5.000 en 10.000 euro afhankelijk van het type voertuig. Daarnaast heeft de Roteb ook de betrouwbaarheidsproblemen nog niet opgelost. Ook in Rotterdam blijft ondanks de langere rijafstanden, hetgeen gepaard gaat met een temperatuurstijging, (zie antwoord op vraag 3c) de uitlaatgastemperatuur te laag om te kunnen concluderen dat de roetfilter goed functioneert.

4c Ja, het College zal dit onderzoeken. Bij de selectie van leveranciers en producten in mogelijke
Europese aanbestedingen zal het college de optie van biodiesel opnemen. Ook investeringen voor opslag en distributie van biodiesel, plus de kosten van benodigde aanpassingen aan bestaande voertuigen, boten etc. zullen meewegen bij dergelijke beslissingen. Hierbij merkt het college overigens wel op dat de keuze voor biodiesel mogelijk gepaard gaat met reukoverlast van de uitlaatgassen (frituurlucht).

4d. Ja, wij volgen de ontwikkelingen in Groningen graag. Tot slot merkt het college op dat de Reinigings- en Havendienst naast het onderzoek naar roetfilters ook de mogelijkheden om haar schone brandstof nog schoner te krijgen, besproken heeft met leveranciers. De toevoeging van een additief aan de brandstof moet er volgens de gerenommeerde fabrikant zorg voor dragen dat de roetuitstoot en het brandstofverbruik verminderen. De fabrikant heeft een grote hoeveelheid van dit additief kosteloos ter beschikking gesteld om proeven mee te nemen. De Reinigings- en Havendienst is op 17 mei 2005 begonnen met deze proeven. Wij zullen hierover na het zomerreces rapporteren.


---- --