Ministerie van Algemene Zaken


1red16607
17-3-2006, NOS, Gesprek met de minister-president, Nederland 2, 18.40 uur

MINISTER-PRESIDENT BALKENENDE, NA AFLOOP VAN DE WEKELIJKSE MINISTERRAAD, OVER HET HUURBELEID EN OVER HET OVERLIJDEN VAN VOORMALIG SERVISCH PRESIDENT MILOSEVIC


VAN DE GRAAF:
Er is vandaag in het kabinet gesproken over het liberaliseren van de huur. Dat wil zoveel zeggen als: de huur van een aantal huizen vrijgeven, zodanig dat die op de bewegingen van de markt kan stijgen . want het zal wel niet om dalen gaan. Vandaag is gezegd: dat gaan we echt doen voor een bepaald aantal huizen, maar we doen het niet voordat de voorraad huizen op peil is. Eerst bijbouwen, dan liberaliseren. Kunt u echt beloven dat die huren niet zullen worden vrijgemaakt voordat er is bijgebouwd?


BALKENENDE:
Het is precies zoals u zegt. Het is een duidelijke stellingname vanuit de Tweede Kamer dat je eerst moet bouwen voordat je ook echt veel kunt doen in de sfeer van ingrepen in het prijsbeleid van de woningen. Dat is ook terecht. Dat betekent dat het de ambitie is de komende jaren om ruim 400.000 woningen te gaan bouwen. Het is natuurlijk altijd zo: je kunt een markt pas laten werken als er voldoende aanbod is. Iedereen weet ook dat als er sprake zou zijn van liberalisering terwijl er onvoldoende wordt gebouwd, dan zal dat een prijsopdrijvend effect hebben. Het kabinet is zich daarvan bewust, de Kamer is zich daarvan bewust, en dat is de reden dat minister Dekker heel goed heeft gekeken naar de vraag: wat betekent het voor huurders? Het kabinet heeft ook oog voor de zittende huurders, die gewoon meer waarborgen krijgen, juist om te voorkomen dat zij nu in situaties terecht komen waarin ze zeggen: dit is een ongewenste ontwikkeling.


VAN DE GRAAF:
450.000 woningen in vier jaar, dat is een ongekend aantal. Mag ik dan veronderstellen dat u het ook hebt over betaalbare huizen bijbouwen en niet alleen maar villa's?


BALKENENDE:
Nee, we praten natuurlijk over meer woningen in Nederland. Dat moet ook. Daar is grote behoefte aan. Maar heel terecht is gezegd dat bouwen nodig is. Woningbouwcorporaties zullen voor meer dan 100.000 woningen gaan zorgen. Dat betekent het maken van afspraken met corporaties van: hoe kan die woningvoorraad door de corporaties worden gerealiseerd.


VAN DE GRAAF:
Dat is nou net wat in het afgelopen jaar niet zo best lukte, afspraken met corporaties. Die haalden hun eigen doelstellingen al niet. Die hebben de afgelopen jaren 10, 12 duizend woningen per jaar gebouwd. Nu wilt u dat ze er meer dan 100.000 in vier jaar gaan bouwen. Wie geeft u de garantie dat dat ook echt gebeurt.


BALKENENDE:
Als u het debat van de afgelopen weken eens ziet, hoe het is gegaan met de Tweede Kamer, die zeer kritisch is en ook terecht zegt: laten we oog hebben voor waarborgen voor huurders; laten we zorgen dat er evenwicht is tussen bouwen aan de ene kant en meer vrijheid van de prijs voor huur aan de andere kant. Dan kunt u er natuurlijk ook zeker van zijn dat dit proces goed zal worden gemonitord. We weten allemaal dat je ook als kabinet er op hebt toe te zien dat die bouw ook wordt gerealiseerd. Zo zit minister Dekker er in. Ik vind het ook heel goed dat nu is gewerkt aan een systeem waarin je rekening houdt met die verschillende belangen. Het gaat uiteindelijk er om dat we werken aan een situatie dat mensen een woning krijgen die bij hun inkomen past; dat de huurverhoging redelijk en reëel is. Bovendien, laat ik er nog iets aan toevoegen: als we kijken naar de huurverhogingen van dit moment en je vergelijkt dat met eerdere tijden, dan is het op het ogenblik nog betrekkelijk laag.


VAN DE GRAAF:
Welk machtsmiddel hebt u nou om af te dwingen dat die corporaties gaan doen wat ze moeten doen, namelijk meer dan 100.000 woningen in vier jaar bouwen?


BALKENENDE:
Dat is gewoon een kwestie van het maken van afspraken. Iedereen weet dat er koppelingen zijn tussen en het een en het ander. Ook corporaties hebben te maken met overheidsbeleid, met faciliteiten, met verplichtingen. Corporaties hebben vaak eigen vermogen. Kortom, wat je nu moet doen is zorgen - en corporaties kennen hun verantwoordelijkheid natuurlijk wel; ze weten wat hen te doen staat.


VAN DE GRAAF:
Nou . er zijn er een heleboel die hebben de laatste jaren meer gesloopt dan gebouwd. Dat vind ik niet echt 'hun verantwoordelijkheid kennen' .


BALKENENDE:
Dat is natuurlijk waar. Ik zie ook dat er heel veel corporaties zijn die zich veel gelegen laten liggen aan het bijdragen aan de kwaliteit van wonen in de eigen omgeving. Ook dat gebeurt. Wat we nu nodig hebben is dat woningcorporaties, net als het kabinet en de Tweede Kamer en vooral de huurders, weten dat er gebouwd moet worden. De afspraken die nu zijn gemaakt met de corporaties, het hele beleid zoals het nu vorm krijgt, is geënt op deze gedachte.


VAN DE GRAAF:
U zegt: machtsmiddel nee; afspraken daar moet je op vertrouwen. U weet wat Jan Schaeffer zei het, over dat soort dingen .?


BALKENENDE:
Ik geloof dat zoals minister Dekker daar nu mee bezig is en dat een Tweede Kamer zegt: het één kan niet zonder het ander, kortom: we gaan wel gemeenschappelijke belangen krijgen. Huurders moeten gewoon goede woningen hebben. Wil je meer liberalisering hebben, een meer vrije prijsvorming, dan moet er gebouwd worden. Al die dingen hangen met elkaar samen. Dat is vandaag in het kabinet besproken en dat zal dus ook het uitgangspunt vormen voor het debat met de Tweede Kamer.


VAN DE GRAAF:
Maar misschien moet u het nog een keer zeggen voor alle duidelijkheid. U zegt vandaag tegen alle huurders: zolang die 450.000 woningen niet zijn bijgebouwd, gaan die huren niet worden vrijgemaakt?


BALKENENDE:
Er is gezegd: de zittende huurders, zolang ze in hun eigen woning zitten, hebben te maken met een reguliere huurverhoging. Dat is een stukje zekerheid dat je biedt aan zittende huurders. Dat is een ding dat belangrijk is. Voorlopig hebben we gewoon te maken met een gematigde huurverhoging. Wat wij zeggen is dat wanneer je spreekt over huurverhogingen in de toekomst, dan zul je dat ook in samenhang moeten zien met het realiseren van de bouw. Zo ligt het.


VAN DE GRAAF:
Maar in één simpele zin, betekent dat nou: geen 450.000 woningen erbij, geen extra huurverhogingen?


BALKENENDE:
Er is gewoon duidelijk gezegd, ook in de Kamer . het is niet een mathematische relatie. Er is wel gezegd: wij willen dat er gebouwd wordt voordat we veel meer liberalisering krijgen. Voor het overige heb je gewoon een gereguleerde markt. Het grootste gedeelte van de huurmarkt blijft gewoon gereguleerd. 5% wordt geliberaliseerd en 20% is overgangsgebied.


VAN DE GRAAF:
Maar dat zijn er 600.000 he .


BALKENENDE:
We moeten de zaken niet dramatiseren. Het signaal is heel duidelijk geweest, van de Kamer en dat hebben wij als kabinet opgepakt dat je het bouwen in samenhang moet zien met die liberalisering. Zo ligt het.


VAN DE GRAAF:
Het zit niet mathematisch aan elkaar, aard- en nagelvast?


BALKENENDE:
Het is een politieke koppeling. Iedereen weet dat een kabinet, ook in de komende jaren nooit zomaar dingen zou kunnen doen, dingen zou moeten willen doen, zonder dat je dat bouwen hebt gerealiseerd. Daar wordt buitengewoon nauw op toegezien. Het debat over huren de afgelopen weken in de Kamer geeft precies aan dat er een grote mate van zorgvuldigheid bestaat ten aanzien van 'wat doe je met de huurders in Nederland?' En dat is ook terecht.


- OVERLIJDEN MILOSEVIC -


VAN DE GRAAF:
Niemand weet op dit moment precies hoe Milosevic aan zijn hartaanval is gekomen. De gekste geruchten doen de ronde. Wat we kunnen vaststellen dat er bepaald luchtig werd gefouilleerd als er bezoek kwam. Er was geen cameratoezicht als hij bezoek had. Zelfs zijn er geen extra medische controles geweest nadat er al een vreemde stof in zijn bloed was aangetroffen. Is dat goed aangepakt?


BALKENENDE:
Het verbaast me dat u mij deze vraag stelt, want daar ga ik helemaal niet over. De heer Milosevic is hier, bij het Joegoslavië-tribunaal. Hij valt dus formeel onder de zorg en verantwoordelijkheid van het tribunaal en niet onder de verantwoordelijkheid van de Nederlandse minister-president. Ik vind het ook helemaal niet op mijn weg liggen om uitlatingen te gaan doen over wat zich precies heeft afgetekend. Natuurlijk ben ik met u geïnteresseerd in de vraag: wat is er gebeurd.


VAN DE GRAAF:
Ik verschuil mij achter meneer Strijards, een hoogleraar strafrecht in Groningen, die schreef dat Nederland niet weg kan lopen voor de uiteindelijke verantwoordelijkheid voor hoe met een gevangene van het tribunaal wordt omgesprongen. Uiteindelijk omdat het op Nederlands grondgebied is. De VN heeft geen grondgebied. Ze huren hier een cel. Uiteindelijk, zegt hij, is Nederland weldegelijk de laatstveranwoordelijke in dit spel.


BALKENENDE:
Natuurlijk is het zo dat het Openbaar Ministerie betrokken is bij dit soort onderwerpen. Alleen het gaat nu om de vraag: wat heeft zich precies afgespeeld? Ik merk ook dat er allerlei speculaties zijn. Als ik de minister van Buitenlandse Zaken van Rusland hoor spreken over wat zich heeft afgespeeld, dan denk ik: nou, je loopt wel erg voor de muziek uit. Bovendien ben ik op dit moment nog wat terughoudender, en dat moet ik ook zijn, omdat het onderzoek nog loopt. Er is vastgesteld dat sprake zou zijn van een hartaanval. Er zijn speculaties. En dan kan het zo zijn dat we eerst moeten afwachten wat er gebeurt. Natuurlijk heeft Nederland een bepaalde rol daarin te spelen, maar ik begin wel te zeggen: het is natuurlijk toch een verantwoordelijkheid van het tribunaal, dat is één. Twee: we moeten precies afwachten wat de onderzoeken opleveren. Dan kun je definitieve conclusies trekken.


VAN DE GRAAF:
Heeft Strijards dan ongelijk als hij zegt dat wij uiteindelijk weldegelijk verantwoordelijk zijn voor hoe zo'n gevangene wordt behandeld?


BALKENENDE:
Het begint bij het tribunaal. Het OM is op het ogenblik ook betrokken met wat zich heeft afgespeeld. Maar om nu zomaar de verantwoordelijkheid 1-2-3 bij Nederland te leggen. Dat vraag ik me eerlijk gezegd af. Maar dat moeten we gewoon bekijken.


VAN DE GRAAF:
Voelt u zelf enige verantwoordelijkheid voor wat daar gebeurt? Er vallen daar opeens twee doden in een week.


BALKENENDE:
Het ene geval was een geval van zelfmoord, van suicide.


VAN DE GRAAF:
Dat pleeg je ook te willen voorkomen .


BALKENENDE:
Weet u, ik vind dat we ook op moeten passen om dan gelijk te gaan spreken over 'dit is dé verantwoordelijkheid van Nederland'


VAN DE GRAAF:
Ik vraag het omdat deze eminente geleerde zegt: we kunnen niet weglopen voor onze uiteindelijke verantwoordelijkheid.


BALKENENDE:
Mijn stelling is dit: Nederland is een gastland voor het Joegoslavië- tribunaal. Je moet onderscheid maken tussen het zijn van gastheer van een internationale instelling en de verantwoordelijkheid wanneer zich calamiteiten zouden. We hebben nu te maken met de dood van Milosevic. We weten nog lang niet de precieze toedracht. We hebben een indicatie dat het een hartaanval is geweest. Er zijn vervolgens die vragen 'hangt dat samen met bepaalde medicijnen?'. Het onderzoek loopt nog. Meer kan ik ook niet zeggen, want ik ben uiteindelijk afhankelijk van het onderzoek. Dan is het een kwestie van juristen om precies te bepalen: wie is nu exact verantwoordelijk voor wat? U geeft nu de opvatting van een jurist. Ik moet zeggen: die vraag kan ik niet beantwoorden. Er zullen ongetwijfeld juristen zijn die mogelijk andere opvattingen hebben. Dat kan ik gewoon niet overzien en doe er gewoon geen uitspraak over. (letterlijke tekst, ongecorrigeerd, LV)