Ernst and young

Ernst & Young: organisaties vrezen fraude in opkomende markten, maar blijven achter met effectieve maatregelen

ROTTERDAM, 21 JUNI 2006 -Organisaties vrezen fraude en corruptie in de zogenaamde 'emerging markets', maar ondernemen weinig om fraude risico's te minimaliseren. Dit blijkt uit recent onderzoek van Ernst & Young gericht op het management van multinationals in 19 landen wereldwijd, waaronder Nederland. Acht landen van de 'opkomende markten' zijn onderzocht: Brazilië, China / Hongkong, India, Mexico, Polen, Rusland, Singapore en Zuid-Afrika.

Een op de vijf organisaties zegt de laatste twee jaar een significante fraude mee gemaakt te hebben. Hoewel de perceptie bestaat dat de opkomende markten fraudegevoeliger zijn, blijkt 75 procent van de respondenten uit ontwikkelde markten fraude te hebben ervaren bij vestigingen in de ontwikkelde markten en slechts 32 procent in opkomende markten.

Bij de presentatie van het 9de Internationale Fraudeonderzoek (Global Fraud Survey) zegt Peter Schimmel, senior partner van Ernst & Young's Fraud Investigation & Dispute Services, Central Europe Area: 'Hoewel de perceptie niet overeenkomt met de ervaring, mag niet worden blindgevaren op die ervaring. Het blijkt dat bij vestigingen in opkomende markten het veelal nog ontbreekt aan een goed fraude beheersingsysteem dat fraude en corruptie eerder aan het licht brengt. Je ziet ook dat van de organisaties die een diepgaande fraude risico analyse maken alvorens in opkomende markten te investeren, er een kwart afhaakt. Verrassend was voor ons dat een ander kwart van de respondenten fraude en corruptie helemaal niet in ogenschouw neemt, alvorens in opkomende markten te investeren. Dit is vooral zo verrassend als je weet dat bijna negen van de tien respondenten uit opkomende markten geloven dat fraude en corruptie in opkomende markten vaker voorkomt.'

In alle markten beschouwen organisaties interne beheersingsmaatregelen zoals functiescheiding en autorisatie als het effectiefste middel als het om fraudebeheersing gaat. Minder dan de helft gelooft dat een klokkenluiderregeling veel bijdraagt. Ruim veertig procent van de respondenten zegt geen expliciet anti-fraudebeleid (bijvoorbeeld omvattende een gedragscode, klokkenluiderregeling en incidentopvolging) te hebben. Voorzover er een fraudebeleid is, wordt dat slechts zelden gecommuniceerd met afnemers of leveranciers, terwijl dergelijk beleid wel vaak zaken als het betalen van commissies of relatie management omvat. Voorts blijkt slechts een kwart van het eigen personeel te worden getraind in hoe om te gaan met het anti-fraudebeleid. Peter Schimmel: 'Hoewel wij weten dat er in de wereld van fraudebeheersing de laatste vijf jaar veel is verbeterd, viel het ons tegen dat er nog geen toename is te bespeuren in de organisaties die zeggen een formeel fraudebeleid te hebben. Als je daarnaast bedenkt dat slechts een kwart van de organisaties haar personeel traint op dat gebied, dan valt er nog veel te verbeteren. In de opkomende landen zijn deze cijfers nog minder florissant. Kennelijk nemen veel internationale ondernemingen het frauderisico nog niet serieus genoeg, zeker waar het gaat om de opkomende landen. Solide gedragsrichtlijnen en -codes die worden gecommuniceerd en geïmplementeerd, ondersteund door een adequaat beheersingsproces, dienen te worden verankerd in alle onderdelen van de organisatie en niet alleen als onderdeel van de hoofdkantoorcultuur. Zowel fraude als fraudebeheersing is mensenwerk en daarom zal je het beleid op dat gebied tussen de oren moeten zien te krijgen, omdat je beleid anders een dode letter is.'

Over het onderzoek
Ernst & Young onderzocht de perceptie van werkgevers van multinationals over fraude in 19 landen wereldwijd, waaronder Nederland. Acht daarvan waren landen uit opkomende markten: Brazilië, China / Hong kong, India, Mexico, Polen, Rusland, Singapore en Zuid-Afrika. Gedurende februari tot april 2006 werden bij bijna 600 senior decision makers telefonische interviews afgenomen. De studie is de negende in een reeks van onderzoeken naar fraude.


Noot voor de redactie,