Ministerie van Buitenlandse Zaken
Kamerbrief over informele bijeenkomst van de EU-staatshoofden en regeringsleiders te Brussel, 8 en 9 maart 2007

13-03-2007 | Kamerstuk | Nederlands Ministerie van Buitenlandse Zaken

Graag bieden wij u hierbij, mede namens de minister-president, het verslag aan van de informele bijeenkomst van de EU-staatshoofden en regeringsleiders die te Brussel op 8 en 9 maart 2007 plaatsvond.

De minister van Buitenlandse Zaken,
Drs. M.J.M. Verhagen

De staatssecretaris voor Europese Zaken,
Drs. F.C.G.M. Timmermans

Verslag van de bijeenkomst van de Europese raad, Brussel, 8 en 9 maart 2007

De Europese Raad, die op 8 en 9 maart in Brussel bijeenkwam onder voorzitterschap van de Duitse bondskanselier Angela Merkel, stond vooral in het teken van energie en klimaat. Met het besluit van de Europese Raad om eensgezind ambitieuze en bindende doelstellingen over de reductie van CO2-emissie vast te leggen, evenals doelstellingen over het aandeel van hernieuwbare energie en biobrandstoffen in het totale energieverbruik, is door de Europese Unie, zowel in kwalitatief als in kwantitatief opzicht, een flinke stap vooruit gezet. Kwalitatief, omdat met deze besluiten door de Europese Unie een concrete duurzaamheidsstrategie wordt geformuleerd die economie en ecologie in de samenleving nauw met elkaar verbindt.

Kwantitatief, omdat ambitieuze percentages en tijdspaden worden vastgelegd. Hierbij neemt de Unie een leidersrol in de wereld op zich. Wat niet zo lang geleden onmogelijk leek te zijn is nu mogelijk gebleken. Nederland kan terugzien op een geslaagde Europese Raad. De uitkomst sluit aan bij de door de minister-president en de Britse premier Blair in hun brief van oktober 2006 aan de leden van de Europese Raad bepleite aandacht voor klimaat en energie. Hij sluit ook aan bij de nationale ambities op het terrein van energie en klimaat in het coalitieakkoord.

De Europese Raad nam tevens conclusies aan over het Lissabon-proces, gericht op de versterking van de Europese economie en het bevorderen van de werkgelegenheid, en het terugdringen van administratieve lasten als gevolg van EU-wetgeving.

De Europese Raad wijdde tijdens zijn werkdiner ook een gedachtewisseling aan de inhoud van de Verklaring van Berlijn die op 24 en 25 maart tijdens een feestelijke plechtigheid ter herdenking van 50 jaar verdragen van Rome zal worden aanvaard.

De ministers van Buitenlandse Zaken spraken over de stand van zaken van het Midden-Oosten vredesproces, evenals Libanon en Irak. De ministers van Financiën hadden een eerste informele bespreking over de toekomstige inzet van beleidsinstrumenten om de energie- en klimaatdoelstellingen te bereiken.

Voorafgaand aan de Raad vond, zoals gebruikelijk, een gedachtewisseling plaats met de onlangs verkozen nieuwe voorzitter van het Europees Parlement, de heer Poettering. Deze riep in zijn interventie de Raad op om leiderschap te tonen bij het nemen van ambitieuze besluiten op het terrein van energie en klimaat(interventie als bijlage opgenomen). Tevens treft u in de bijlage van deze brief de conclusies van de Europese Raad aan.

Energie en klimaat
Bondskanselier Merkel leidde het thema in met een verwijzing naar het motto van het Voorzitterschap "Europa gelingt nur gemeinsam". Dit motto was met name relevant voor het thema energie en klimaat, waar het evident is dat lidstaten niet meer afzonderlijk kunnen opereren. Haar pleidooi voor het afspreken van ambitieuze, kwantitatieve doelstellingen kreeg brede steun van de lidstaten en de Commissie.

In zijn conclusies legde de Raad vast dat de EU zich committeert aan een reductiedoelstelling van 30% uitstoot van broeikasgassen wereldwijd, waarbij de EU zich in ieder geval zelf een reductiepercentage van 20% opgelegd. Wanneer de andere geïndustrialiseerde landen zich ook aan de 30%-doelstelling verbinden, is de EU bereid om zelf ook een 30% reductie te realiseren. Deze doelstelling dient te worden bereikt in 2020 met als uitgangspunt het jaar 1990.

Voorts kwam de Raad een bindend streefcijfer overeen van 20% voor het aandeel van hernieuwbare energie in het totale energieverbruik in 2020. Voorts ging de Raad akkoord met een bindend minimumstreefcijfer van 10% dat alle lidstaten moeten halen voor het aandeel biobrandstoffen in het totale EU-gebruik van olie en diesel in de vervoerssector, uiterlijk in 2020. Ten aanzien van hernieuwbare energie erkende de Raad dat lidstaten ieder een eigen uitgangspositie hebben. Dat wil zeggen dat bij het uitwerken van de nationale streefcijfers rekening worden gehouden met de op dit moment bestaande ´energiemix´ in de desbetreffende lidstaten. Het is dus niet zo dat nieuwe opwekkingscapaciteit van kernenergie kan worden meeberekend in het percentage hernieuwbare energie.

Voorts werd de wenselijkheid herbevestigd om een daadwerkelijke scheiding aan te brengen in de gas- en elektriciteitssector tussen leverings- en productiediensten enerzijds en de netwerkexploitatie anderzijds (ontbundeling), waarbij wordt uitgegaan van op onafhankelijke wijze geleide en naar behoren gereguleerde netwerk- exploitatiesystemen die gelijke, open toegang tot transmissie-infrastructuur en onafhankelijke besluitvorming over infrastructuurinvesteringen waarborgen. De Europese Raad heeft de Commissie verzocht om hierover voorstellen in te dienen.

De minister-president benadrukte in zijn interventie de doelstellingen van het voorzitterschap van harte te ondersteunen, daar deze goed stroken met de ambitie zoals die is verwoord in het coalitieakkoord. In zijn interventie ging hij voorts in op de plannen om in Nederland een schone kolencentrale te bouwen, waarbij de CO2 wordt afgevangen en opgeslagen in lege gasvelden. Hij bepleitte dat dit plan als een van de twaalf EU-brede demonstratieprojecten in EU-kader zou worden beschouwd.

De ministers van Financiën hadden in hun parallelle werksessie een eerste discussie aan de mogelijke inzet van beleidsinstrumenten om de afgesproken klimaat- en energiedoelstellingen te bereiken. De staatssecretaris voor Buitenlandse Zaken verving bij deze gelegenheid de minister van Financiën. Het voorzitterschap is voornemens deze discussie in Ecofin-kader voort te zetten. Afgesproken werd dat de door de lidstaten reeds ingezette instrumenten zullen worden geïnventariseerd met het oog op het uitwisselen van "best practices" mede in het licht van het kader dat wordt gesteld door staatssteun- en mededingingsregels. Tevens werd het belang van voldoende infrastructuur en interconnectiviteit alsmede een goed functionerende interne markt voor energie benadrukt. Met betrekking tot de inzet van fiscale instrumenten werd, mede op voorstel van Nederland, overeengekomen de mogelijkheden te bekijken van, onder andere, een belasting op vliegtuigbiljetten. De Europese Investeringsbank zal worden uitgenodigd na te gaan in hoeverre een aantal leenfaciliteiten geschikt is voor het stimuleren van energie-efficiënte projecten.

Lissabon-doelstellingen
De Raad herbevestigde, ook in het huidige gunstige Europese economische getij, de noodzaak tot verdere implementatie van de Lissabon-doelstelling gericht op versterking van de Europese economie, innovatie en werkgelegenheid door middel van de nationale hervormingsprogramma's. In de conclusies verwelkomt de Raad het voornemen van de Commissie om tot een ambitieuze, algehele evaluatie van de interne markt te komen, omdat het vertrouwen van de consument en het bedrijfsleven -met name het midden- en kleinbedrijf- in de interne markt verder moet worden versterkt. De Commissie is verzocht zo vroeg mogelijk tijdens het Portugese voorzitterschap voorstellen voor een dergelijke evaluatie te presenteren aan de Raad. Op instigatie van Nederland is in de conclusies bij het subthema innovatie opgenomen dat innovatie niet een op zich zelf staand doel is, maar moet worden geplaatst in het bredere kader van beter functionerende markten. Voorts heeft Nederland met succes de conclusies inzake werkgelegenheid in balans gebracht, door een verwijzing toe te voegen over de noodzaak van verhoogde arbeidsparticipatie.

Betere regelgeving
De Raad heeft zich tot doel gesteld dat op voorstel van de Europese Commissie de administratieve lasten ten gevolge van de EU-wetgeving in 2012 met 25% verlaagd moeten zijn. Zowel qua cijfer als qua berekeningswijze (standaardkostenmodel) baseert de Raad zich hier op de succesvolle ervaringen in Nederland. De Raad roept de lidstaten op om ieder voor zich uiterlijk in 2008 nationale streefcijfers met een vergelijkbaar ambitieniveau vast te stellen.

Verklaring van Berlijn
Tijdens het werkdiner van de staatshoofden en regeringsleiders schetste bondskanselier Merkel de contouren van de op 25 maart in Berlijn af te leggen verklaring ter viering van de vijftigste verjaardag van de oprichtingsverdragen van Rome. Hoewel niet is gesproken over een concrete tekst waren de staatshoofden en regeringsleiders unaniem van oordeel dat de Europese Unie ter gelegenheid van de aanvaarding van deze verklaring eenheid zou dienen uit te stralen. Daarbij zouden zowel de verworvenheden van vijftig jaar integratie als de noodzaak om gezamenlijk de grote uitdagingen van de toekomst aan te gaan, dienen te worden onderstreept. Ook steunde de Europese Raad het voorzitterschap in het schenken van aandacht in de verklaring aan onze gemeenschappelijke waarden, het belang van sociale cohesie, het unieke karakter van de "communautaire methode" en het beginsel van subsidiariteit. Tevens was er overeenstemming om het aanvaarden van deze verklaring niet aan te grijpen om een vroegtijdige discussie over het EU-hervormingsproces te beginnen. De vraag omtrent de toekomst van een nieuw EU-verdrag zal immers voorliggen aan de Europese Raad van juni 2007 naar aanleiding van een dan door bondskanselier Merkel uit te brengen verslag.

Extern beleid
De ministers van Buitenlandse Zaken spraken tijdens hun diner over Irak en Libanon. Het voorzitterschap had ook voorzien om over de ontwikkelingen in Somalië te spreken, maar wegens tijdgebrek ging dit niet door.

Irak
De ministers waren het eens dat de veiligheidssituatie in Irak nijpend is. Buiten Bagdad is de situatie hoopgevender dan in de hoofdstad. Ministers spraken de hoop uit dat de in Irak aanwezige troepen voor meer stabiliteit kunnen zorgen. Stabiliteit is een noodzaak, ook gezien de vele vluchtelingen en ontheemden. De voor medio maart voorziene regionale conferentie werd verwelkomd. Onderstreept werd dat deze bijeenkomst een belangrijk keerpunt voor Irak zou kunnen betekenen vanwege de betrokkenheid van de buurlanden, de P5, de Arabische Liga, de Organisatie van Islamitische landen en de VN. Positief is dat dit initiatief van Irak kan leiden tot een betekenisvolle regionale dialoog. Gesproken werd ook over de inzet van de Europese Unie in Irak en de aanwezigheid van de EU bij de regionale conferentie. Het voorzitterschap, de Hoge Vertegenwoordiger en de Commissie zullen deelnemen aan de conferentie. Onder leiding van het voorzitterschap zal in raadskader de inzet van de EU bij de conferentie worden voorbereid. Ministers waren het erover eens dat de EU Irak zowel financieel kan steunen als ook het politieke proces over de toekomst van Irak. Over Irak werden geen conclusies getrokken door de Europese Raad.

Libanon
Op initiatief van Frankrijk werd gesproken over Libanon en met name over het Internationale Tribunaal voor het berechten van de daders van de moord op premier Hariri begin 2005. Ministers waren het erover eens dat Syrië aangespoord dient te worden om zich constructief op te stellen, zowel ten aanzien van het Tribunaal als waar het de Syrische invloed in Libanon betreft. Benadrukt werd dat de EU het VN-onderzoekscomité (UN Independent International Investigation Committee) steunt en belang hecht aan de spoedige oprichting van het Tribunaal. In de conclusies is dit weergegeven.

MOVP
De Europese Raad nam voorts een conclusie aan ten aanzien van het Midden Oosten Vredes proces waarin het recente akkoord van Mekka werd verwelkomd. Nadrukkelijk werd waardering geuit voor de inzet van onder meer Saoedi-Arabië« ter ondersteuning van de pogingen van president Abbas om te komen tot een nieuwe Palestijnse regering van nationale eenheid, terwijl ook expliciet aan de bekende drie Kwartet-voorwaarden wordt gerefereerd waaraan het programma van een regering van nationale eenheid moet voldoen alvorens de EU zijn samenwerking zal kunnen normaliseren.

Afrika Top 2007
Op verzoek van het inkomende Portugese voorzitterschap werden enkele zinnen opgenomen in de conclusies waarin de voor dit najaar voorziene Top van de EU met Afrika wordt verwelkomd. Over de datum en modaliteiten van deze Top zal te gelegener tijd door de Razeb worden gesproken.
* Ministerie van Buitenlandse Zaken
* Bezuidenhoutseweg 67
* Postbus 20061
* 2500 EB Den Haag
* Tel.: 070-3 486 486
* Fax: 070-3 484 848
* Internet: www.minbuza.nl