Ministerie van Defensie

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Plein 2
2511 CR Den Haag
Datum
Ons kenmerk DRMV/2007010095
Onderwerp Kamervragen over Soesterbergbrief d.d. 14 december 2006 Ministerie van Defensie
Postbus 20701
2500 ES Den Haag
Telefoon (070) 318 81 88
Fax (070) 318 78 88

Pagina 1/8

Hierbij bied ik u, mede namens de ministers Verburg (LNV) en Cramer (VROM) en staatssecretaris De Jager (Financiën), de antwoorden aan op uw vragen naar aanleiding van mijn brief van 14 december 2006 over de intentieovereenkomst in zake de overdracht van de vliegbasis Soesterberg (30 800 X, nr. 49).
Ik maak van deze gelegenheid gebruik om u mee te delen dat vliegbasis Soesterberg langer open blijft, na 1 januari 2008, omdat er enige vertraging is bij de bouw van een deel van de nieuwe infrastructuur voor de helikopters op vliegbasis Gilze Rijen. Deze vertraging is het gevolg van een combinatie van factoren, waaronder de complexiteit van het project en de aantrekkende economie, die leidt tot lange levertijden voor staalconstructies. Hierdoor wordt een deel van de infrastructuur op Gilze Rijen later opgeleverd. Dat betekent dat vliegbasis Soesterberg langer operationeel moet blijven en pas op 31 december 2008 zal sluiten. Ik heb in een gesprek de Commissaris van de Koningin in de provincie Utrecht, mr. B. Staal, en de burgemeesters A. Noordergraaf van de gemeente Soest en drs. J.J.L.M. Janssen van de gemeente Zeist hierover geïnformeerd.
DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE,
Ministerie van Defensie

Pagina 2/8

1.
Onderschrijft u de stelling dat verdere versnippering en bebouwing van het "Hart van de Heuvelrug", waarbinnen de vliegbasis Soesterberg ligt, zoveel mogelijk moet worden voorkomen, en dat derhalve bij de overdracht van de grond voldoende waarborgen moeten worden ingebouwd voor een duidelijke versterking van het bestaande gebied?
Het Rijk en de Provincie onderschrijven de ruimtelijke doelstellingen van het programma Hart van de Heuvelrug, dat onder meer voorziet in de ontwikkeling van een robuuste groene hoofdstructuur door middel van ontsnippering en de realisatie van groene corridors ten westen en ten oosten van Soesterberg. Door de bereidheid de verkoopprijs te bepalen op de prijs van natuurgebied, indien de gehele vliegbasis de bestemming 'natuur' krijgt, draagt het Rijk bij aan de verwezenlijking van de doelstellingen van Hart van de Heuvelrug. Wordt er toch gebouwd op de vliegbasis, dan zal over de mogelijke meerwaarde daarvan een aanvullende afspraak worden gemaakt tussen het Rijk en de Provincie. 2.
Heeft het Rijk c.q. de Regionale Directie Domeinen op basis van de "residuele grondwaardebepaling" inmiddels een vraagprijs bepaald voor de aan de provincie over te dragen grond? Zo ja, is bij het bepalen van de prijs uitgegaan van een vervolgbestemming die in hoofdzaak uit natuurgebied c.q. de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) zal bestaan? Of is bij het bepalen van de vraagprijs toch rekening gehouden met substantiële 'rode ontwikkelingen' in de vorm van een flink aantal woningen en een bedrijfsterrein?
Zoals in antwoord op vraag 1 staat, is gekozen, op bepaalde voorwaarden, voor de prijs van natuurgebied. Daarmee is voor de verkoop van vliegbasis Soesterberg afgestapt van de methode van de "residuele grondwaardebepaling".
Ministerie van Defensie
Pagina 3/8
3.
Bent u bereid af te wijken van het uitgangspunt dat de overdracht van overbodig geworden defensieterreinen budgetneutraal moet geschieden, indien door dit uitgangspunt rode ontwikkelingen in natuurgebieden of in gebieden die als EHSgebied zijn bestemd worden uitgelokt?
Budgetneutraliteit is in het algemeen geen uitgangspunt voor de afstoting van defensieterreinen. Zoals gezegd levert het Rijk via deze intentieovereenkomst een goede stimulans voor natuurontwikkkeling op Soesterberg. 4.
Bent u bereid om de kosten van het slopen van opstallen en weghalen van verhardingen voor eigen rekening te nemen, indien hierdoor kan worden voorkomen dat ter bekostiging van deze sloop- en saneringswerkzaamheden het terrein van de vliegbasis straks substantieel moet worden bebouwd? Nee, deze kosten neemt Defensie niet voor haar rekening. Eventuele kosten van sloop en herinrichting kunnen in beginsel worden verevend met opbrengsten van rode ontwikkelingen, de zgn. "rood-voor-groen-benadering".
5.
In de intentieovereenkomst en in de begeleidende brief wordt aangegeven dat bij rode ontwikkelingen op de vliegbasis aanvullende afspraken zullen worden gemaakt over de verdeling van de opbrengsten hiervan. Hoe verhoudt zich dit tot het feit dat in het betreffende streekplan de gehéle vliegbasis (dus niet slechts een deel hiervan) aangemerkt wordt als onderdeel van de EHS?
De intentieovereenkomst onderstreept het belang dat het Rijk hecht aan de realisatie van de EHS en de robuuste ecologische verbindingen. De clausule over een mogelijke aanvullende afspraak is opgenomen voor het geval de Provincie, ondanks de eerder geformuleerde Ministerie van Defensie
Pagina 4/8
intenties voor het Hart van de Heuvelrug, alsnog zou kiezen voor "rode" ontwikkelingen. (zie ook het antwoord op vraag 1)
6.
Bent u bereid om bij de definitieve overdracht van de grond aan de provincie Utrecht expliciet in de overeenkomst vast te leggen dat er - afgezien van de gebouwen en infrastructuur die nodig zijn voor het museum en "Camp New Amsterdam" - geen sprake mag zijn van substantiële extra bebouwing van het terrein van de vliegbasis en dat de realisatie van de bestemming EHS door de provincie primair gefinancierd wordt vanuit het haar ter beschikking staand Investeringsbudget Landelijk Gebied (ILGgebied) en niet vanuit opbrengsten van rode ontwikkelingen? De herbestemming van Soesterberg is primair een zaak voor de regio. Het Rijk kan bepaalde ontwikkelingen aanmoedigen en stimuleren, maar legt die niet dwingend op. Het provinciale ruimtelijk beleid, waaronder het streekplan, geeft de kaders aan. Binnen die kaders passen ook de ruimtelijke doelstellingen van het Hart van de Heuvelrug die, zoals al opgemerkt, ook door het Rijk worden onderschreven. Binnen bepaalde randvoorwaarden zijn rode ontwikkelingen mogelijk.
7.
Bent u bereid om in overleg te treden met uw collega's binnen het kabinet om aanvullende financiering te vinden vanuit bijvoorbeeld het FES, indien blijkt dat het daadwerkelijk realiseren van de bestemming EHS voor het vliegveld niet mogelijk is zonder substantiële extra bebouwing van het gebied dan wel zonder een extra financiële bijdrage aan de provincie bovenop het haar ter beschikking staande ILGbudget? De mogelijkheid tot aanvullende financiering vanuit het Rijk is niet aan de orde, zeker niet zolang allerlei andere manieren ter bekostiging van de beoogde natuurontwikkeling van de vliegbasis niet uitputtend zijn onderzocht.
Ministerie van Defensie
Pagina 5/8
8.
Blijven de terreindelen die buiten de overdracht vallen eigendom van Defensie of zullen die worden overgedragen aan een ander dan de provincie Utrecht? Defensie behoudt Camp New Amsterdam. In de Kamerbrief van 10 juli 2006 over de Herinrichting museaal bestel Defensie is meegedeeld, dat het op Soesterberg op te richten Defensiemuseum zal worden ondergebracht bij de Stichting Nationaal Militair Museum. Deze stichting wordt buiten de Defensieorganisatie geplaatst. Wat dit betekent voor de eigendom van de grond en de opstallen van het museum is nog niet vastgesteld. 9.
Wordt de bestaande koppeling tussen Soesterberg met het Wallaert Sacrekamp en het Kamp van Zeist losgelaten?
Defensie blijft de komende jaren gebruik maken van het Wallaert Sacrékamp en zal te zijner tijd besluiten wat er op langere termijn met het kamp gebeurt. Zodra het nieuwe Defensiemuseum gereed is zal het Militair Luchtvaartmuseum daarin worden ondergebracht en ontruimt Defensie Kamp van Zeist.
10.
Wat kan thans worden gemeld over de te verwachten omvang van Camp New Amsterdam? Welke onderdelen van Defensie zullen daar worden ondergebracht? De noodzakelijke omvang van Camp New Amsterdam is bepaald op 63 hectare. Hierdoor kan Camp New Amsterdam ruimte bieden aan onderdelen van de Defensie Telematica Organisatie, de Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie en de Koninklijke Marechaussee. Bij een maximaal bebouwingspercentage van 20% en een maximale bouwhoogte van 20 meter behoudt Defensie op het Camp nog een zekere reserve voor mogelijke toekomstige huisvestingsbehoeften.
Ministerie van Defensie
Pagina 6/8
11.
Wat zijn thans de voornemens met betrekking tot de tanktestbaan bij Soesterberg? Wordt deze opgeheven en zo ja, hoe wordt dan in de betreffende behoefte voorzien? Voor de voorzienbare toekomst houdt Defensie in deze omgeving behoefte aan een tanktestbaan. In antwoord op een vraag van de gemeente Soest heeft Defensie zich bereid verklaard dit terrein te verkopen, op voorwaarde dat eerst in de omgeving een nieuwe tanktestbaan wordt aangelegd en de kosten hiervan ten minste worden gedekt door de opbrengst van het te verkopen terrein. De onderhandelingen hierover zijn nog gaande. 12.
Zijn de kosten van (eventuele) bodemsanering bekend? En zo ja, zijn deze kosten op de een of andere manier verdisconteerd in de overdrachtsprijs? Defensie heeft de Provincie voorzien van de nodige onderzoeksrapporten op grond waarvan deskundigen voor de Provincie zich een goed beeld hebben kunnen vormen van de te verwachten kosten voor bodemsanering. Vervolgens heeft de Provincie ermee ingestemd die kosten voor haar rekening te nemen, in ruil voor de bereidheid van Defensie om de opsporing en ruiming van niet-gesprongen explosieven op zich te nemen. 13.
Betreft het restrisico met betrekking tot de bodemverontreiniging de kosten van de bodemsanering of de restverontreiniging die eventueel later naar boven komt? De term "restrisico" heeft betrekking op de mogelijkheid dat na de overdacht alsnog ernstige bodemverontreiniging wordt aangetroffen die ten tijde van de overdracht nog niet bekend was.
Ministerie van Defensie
Pagina 7/8
14.
Hoe wordt de noodzaak tot een bijdrage van Defensie aan investeringen van bovenwijkse voorzieningen bepaald en door wie?
In de intentieovereenkomst bepalen de partijen dat in overleg, "overeenkomstig de toetsingscriteria genoemd in de wet Grondexploitatie". 15.
Geldt het stedebouwkundig plan uit artikel 6 alleen voor defensiebedrijven of ook voor burgerbedrijven?
Camp New Amsterdam zal in beginsel alleen defensiebedrijven huisvesten en geen burgerbedrijven.
16.
Welke termijn wordt bedoeld bij de korte termijn die genoemd wordt in artikel 5? Die termijn kan niet precies worden vastgesteld. Snelle duidelijkheid omtrent de nadere invulling van de museale plannen en behoeften is niet alleen in het belang van de regio, maar ook van Defensie zelf. Dan gaat namelijk zo min mogelijk tijd verloren tussen het vertrek van het Commando Luchtstrijdkrachten van Soesterberg en het begin van de bouwactiviteiten voor het museum. Overigens is hierover nu al overleg gaande met de Provincie. 17.
Is er overleg geweest over de in artikel 6 genoemde bouwhoogte van maximaal 20 meter met de gemeente Zeist of is dit afgestemd met het nieuwe bestemmingsplan? Voor de Utrechtse partijen heeft de Commissaris van de Koningin de intentieovereenkomst getekend. Dat neemt niet weg dat de gemeenten Soest en Zeist nauw betrokken waren bij de Ministerie van Defensie
Pagina 8/8
totstandkoming van deze tekst. Er is nog geen nieuw bestemmingsplan voor dit gebied waarin deze maximale bouwhoogte is vastgelegd.