Algemene Rekenkamer

Bescherming van natuurgebieden

21-6-2007

De Algemene Rekenkamer publiceert vandaag het rapport Bescherming van natuurgebieden.

Natuurbeschermingsbeleid draagt onvoldoende bij aan bescherming natuur

Compensatie natuurschade beperkt nageleefd.

De wijze waarop de procedures bij ingrepen in natuurgebieden worden doorlopen biedt natuurgebieden onvoldoende bescherming tegen aantasting; projecten ondervinden hooguit enige vertraging. Dat betekent dat natuur wordt aangetast waar dat had kunnen en moeten worden vermeden. Als een ruimtelijke ingreep al wordt toegestaan, moet schade aan de natuur worden gecompenseerd. Bij de door de Algemene Rekenkamer onderzochte projecten voerden initiatiefnemers de verplichte compensaties niet of slechts gedeeltelijk uit. Daarbij negeerden ze ook verplichte schadebeperkende maatregelen. Dit staat in het rapport Bescherming van natuurgebieden dat de Algemene Rekenkamer vandaag publiceert.

Natuurbescherming
Er zijn drie soorten beschermde natuurgebieden:de ecologische hoofdstructuur (EHS), de Natura-2000 gebieden en de beschermde natuurmonumenten. Het uitgangspunt van het natuurbeschermingsbeleid is dat ingrepen in natuurgebieden niet zijn toegestaan als ze de natuur beschadigen. Uitsluitend als er geen alternatieven voor een ingreep zijn en het maatschappelijk/ openbaar belang ervan groot is zijn geldt een uitzondering. Dit wordt aangeduid als het 'nee, tenzij'-regime. De natuurschade bij ingrepen moet zoveel mogelijk worden beperkt. De resterende natuurschade moet worden gecompenseerd met gelijkwaardige natuur. Dit is het zogenaamde compensatiebeginsel. Provincies werken het rijksbeleid voor natuurbescherming verder uit en gemeenten en inititatiefnemers, zoals bedrijven en projectontwikkelaars, voeren het beleid daadwerkelijk uit.

Toepassing 'nee, tenzij'-regime onvoldoende nageleefd Bij ingrepen in natuurgebieden moet de initiatiefnemer van een project de relevante ecologische gevolgen bepalen. Uit het onderzoek blijkt dat er op lokaal niveau vaak onvoldoende ecologische expertise aanwezig is. Ook ontbreekt het aan voldoende kennis van het natuurbeschermingsbeleid. Het vaststellen van de schade aan de natuur leidt regelmatig tot meningsverschillen, hetgeen niet zelden ontstaat door de open normen in de wet- en regelgeving. Alternatieve locaties worden beperkt overwogen. Initiatiefnemers hebben vaak min of meer al een locatie vastgelegd. In bestuurlijke overeenkomsten veelal op gemeentelijke niveau is bijvoorbeeld al bepaald waar een woonwijk of bedrijventerrein komt. Ook wordt niet nagegaan of op een andere manier invulling kan worden gegeven aan gewenste doelen. Er valt in de praktijk het nodige af te dingen op de onderbouwing van geplande ruimtelijke projecten: belangenafwegingen vinden niet expliciet plaats en een heldere argumentatie ontbreekt. Een verklaring hiervoor is dat de wetgever er voor heeft gekozen om de termen, zoals 'groot openbaar belang' niet nader te omschrijven. Hierdoor ontstaat ruimte voor maatwerk op decentraal niveau. Dit geeft echter ook ruimte voor bezwaar- en beroepprocedures. Dat betekent meestal vertraging en uitstel, maar zelden of nooit afstel.

Compensatiebeginsel slechts gedeeltelijk ingevuld
Gemeenten en initiatiefnemers uit de onderzochte projecten zijn vaak niet goed bekend met de verplichting tot schadebeperking bij een ingreep en houden er onvoldoende rekening mee. In een aantal gevallen blijft de compensatie achterwege of wordt deze slechts gedeeltelijk uitgevoerd. Geschikte locaties voor compensatie zijn vaak schaars en dus duur. Bovendien is er nauwelijks toezicht op het goed uitvoeren van het compensatiebeginsel en zijn er meestal geen sancties aan verbonden. De verplichting om beschadigde natuur te compenseren met natuur van gelijkwaardige kwaliteit, vereist een goed beheer, maar dit is bij unieke natuurgebieden praktisch onmogelijk.

Handhaving en voorlichting verbeteren, toezicht verscherpen De Algemene Rekenkamer vindt dat het toezicht op de uitvoering van het natuurbeschermingsbeleid scherper moet. Daarvoor zijn een goed registratiesysteem van ruimtelijke ingrepen in de natuur en betere handhavingsinstrumenten voor gemeenten gewenst. De VROM-Inspectie zou het compensatiebeleid kunnen toetsen in haar regulier gemeenteonderzoek. Daarnaast zou de ecologische kennis en expertise op lokaal niveau moeten worden verbeterd door bijvoorbeeld training en voorlichting. De minister van LNV heeft mede namens de minister van VROM gereageerd op het rapport. Ze geeft aan dat veel verbeteringen al in gang zijn gezet. Ze wijst daarbij naar de 'Spelregels EHS', waarin ze samen met provincies en gemeenten het beschermingsbeleid heeft uitgewerkt. Daarmee vindt ze het voorkomen van aantasting van natuur voldoende verankerd en acht ze verscherpte toezicht niet nodig. De Algemene Rekenkamer vindt dat naast spelregels ook verbeterd toezicht op de daadwerkelijke uitvoering een meer prominente rol moet spelen.