College ter Beoordeling van Geneesmiddelen

Nieuws en publicaties

---

Actueel

4 juli 2007

Nieuwe Geneesmiddelenwet van kracht

Op 1 juli is de nieuwe Geneesmiddelenwet in werking getreden. De nieuwe Geneesmiddelenwet (GW) is de opvolger van de Wet op de geneesmiddelenvoorziening (WOG) en is na een lange tijd van voorbereiding en beraadslagingen aanvaard door zowel de Eerste als de Tweede Kamer. Voor de werkzaamheden van het CBG veranderen er een aantal zaken.

Aangezien het CBG ook de status van geneesmiddelen bepaalt is de nieuwe indeling voor de Niet-Receptplichtige
(zelfzorg)geneesmiddelen relevant. In de nieuwe wet zijn vier categorieën benoemd voor de afleverstatus van geneesmiddelen: UR = Uitsluitend op Recept;
UA = Uitsluitend verkrijgbaar via de apotheek; UAD = Uitsluitend verkrijgbaar via de apotheek en de drogist; AV = Verkrijgbaar in de algemene verkoop (dus ook bij supermarkt en benzinepomp).

Voor indeling in de categorie AV is in de wet een vijftal criteria opgenomen. Aanvankelijk werd in het tweede criterium gesteld dat er sprake moest zijn van een 'relatief laag potentieel risico' van het geneesmiddel. De Tweede Kamer heeft dit begrip echter in een motie aangescherpt door te spreken van een 'verwaarloosbaar risico'. Deze term is in de wet opgenomen, in de toelichting staat dat er altijd een risico aanwezig blijft (Zie voor meer informatie ook ons bericht van 2 juli).

Een tweede belangrijke wijziging is dat Geneesmiddelenbewaking een wettelijke verplichting van het College is geworden. Het CBG heeft hierop geanticipeerd met een forse groei van de afdeling Geneesmiddelenbewaking in afwachting van het in werking treden van de wet.

In de nieuwe wet is tevens vastgelegd dat homeopathica met een indicatie (de art. 6 homeopathica, de 'zelfzorghomeopathica') werkzaamheid dienen aan te tonen. Dit geldt óók voor reeds geregistreerde homeopathische middelen, ook zij dienen binnen anderhalf jaar voldoende klinische gegevens in te dienen om de werkzaamheid aannemelijk te maken. Eerder verbood de rechter de zogenaamde 'disclaimer', waarin staat dat het College de werkzaamheid van deze homeopathica niet op wetenschappelijke gronden heeft beoordeeld. Het feit dat de werkzaamheid dient te worden aangetoond is nu in de wet opgenomen.