Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

logoocw

De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Postbus 20018


2500 EA Den Haag

Den Haag Ons kenmerk uli 2007

2 j PO/KO/2007/27030

Onderwerp
Bekostiging godsdienstonderwijs en
levensbeschouwelijk vormingsonderwijs

Tijdens de behandeling van de onderwijsbegroting 2007 is in uw Kamer gesproken over rijksbekostiging voor het godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs (GVO/HVO) binnen het openbaar basisonderwijs. Daarbij heeft de toenmalige minister mevrouw van der Hoeven in reactie op de motie De Vries (Tweede kamer, vergaderjaar 2006-2007, 30800 VIII, nr. 29) toegezegd om met de samenwerkende organisaties in gesprek te gaan over een mogelijke vorm van bekostiging. Zij wees daarbij nadrukkelijk op de financiële implicaties van een structurele vergoeding van de salarissen van de leraren GVO/HVO en gaf aan daarom niet de garantie te kunnen geven dat de komende Voorjaarsnota ook middelen voor een personele bekostiging van het GVO/HVO zou bevatten.

Conform de toezegging van de vorige minister is er zowel door mij als op ambtelijk niveau met de organisaties gesproken. De organisaties hebben daarbij een voorstel hebben gedaan voor zowel een structurele bekostiging van de salarissen van de leraren GVO/HVO (inclusief de scholingskosten) volgens de lumpsum opzet als voor de (structurele) kosten van een landelijke organisatie. Volgens de eigen schatting van de organisaties bedragen deze structurele kosten, uitgaande van een participatie van 70.000 leerlingen, ruim 9,6 miljoen euro op jaarbasis.

In opdracht het ministerie is onderzocht of de vraag naar GVO/HVO op middellange tot lange termijn (mogelijk) zou stijgen als gevolg van rijksfinanciering en een verbetering van de kwaliteit van de bedoeld onderwijs (Godsdienst en humanistisch vormingsonderwijs, onderzoek naar huidig lesaanbod en verwachte vraag, Research voor beleid, 7 juni 2007). Dit blijkt het geval te zijn en de onderzoekers schatten in dat het aantal leerlingen zal stijgen tot (maximaal) 105.000 als aan beide voorwaarden is voldaan. Indien het alleen gaat om financiering wordt de stijging op de helft ingeschat. Dit betekent dat de salariskosten uiteindelijk tussen de 2,3 miljoen en 4,6 miljoen euro hoger kunnen uitvallen dan de schatting door de organisaties. Het onderzoek heeft 38.000 euro (exclusief BTW) gekost. Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Rijnstraat 50, Postbus 16375, 2500 BJ Den Haag T +31-70-412 3456 F +31-70-412 3450 W www.minocw.nl E

blad 2/2

In de gesprekken met de organisaties betrokken bij het GVO/HVO zijn vele facetten van dit onderwijs aan de orde geweest, waaronder de bijdrage die ook het GVO/HVO kan leveren aan de waarden- en normenontwikkeling. Het onderwijs kan en dient aan goed burgerschap ­ dat dit impliceert ­ een bijdrage te leveren. Dit kan het onderwijs op vele manieren. Dat GVO/HVO hier ook een bijdrage aan kan leveren onderken ik. Ik beschik echter, gezien het financiële beslag die de bestaande taken en opdrachten van het regeerakkoord op de middelen leggen, niet over de benodigde gelden voor de gevraagde structurele personele bekostiging. Structurele bekostiging zou daarom ten koste gaan van de andere beleidsprioriteiten die naar mijn oordeel zwaarder wegen. Ik zal daarom niet tot de gevraagde bekostiging over gaan.

Ik heb dit standpunt op 5 juni jl. aan de organisaties medegedeeld. Daarbij heb ik mij wel bereid verklaard om het GVO en het HVO gedurende enkele jaren te stimuleren met een bijdrage ten behoeve van de landelijke organisatie voor GVO/HVO en de kosten die voortvloeien uit de scholingseisen van de Wet op de beroepen in het onderwijs tot een bedrag van euro 700.000 op jaarbasis. De organisaties hebben echter aangegeven voornoemd bedrag niet los te kunnen zien van een structurele vergoeding van de salarissen van de leraren GVO/HVO.

U ontvangt hierbij het rapport van Research voor beleid.

Ik neem aan u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Sharon A.M. Dijksma