Radboud Universiteit Nijmegen


Zorg chronisch zieken verbetert aanzienlijk door nieuw zorgmodel

De zorg aan chronisch zieken als diabeten en astma/COPD patiënten verbetert aanzienlijk wanneer de huisartsenzorg versterkt wordt door een praktijkondersteuner en een facilitaire dienst. Een nieuw zorgmodel waarbij de Diabetesdienst en COPD-dienst de patiënten oproepen en de praktijkondersteuner de uitslagen met de patiënt bespreekt, leidt tot een grote verbetering in het zorgproces. Dit concludeert Marianne Meulepas, werkzaam op de afdeling Kwaliteit van Zorg van het UMC St Radboud, op basis van onderzoek waarop ze op 4 september promoveert.

Diabeten en astma/COPD-patiënten (patiënten met een aandoening aan de luchtwegen) zijn langdurig aangewezen op zorg en begeleiding door de huisarts. Zo moeten mensen met diabetes regelmatig worden opgeroepen voor bloedonderzoek en voor jaarlijkse controle van onder meer ogen, voeten en urine; dat geldt ook voor astma/ COPD-patiënten die periodiek longfunctiemetingen moeten ondergaan en begeleiding moeten krijgen bij de inhalatie van medicijnen. Voor die zorg is de huisarts verantwoordelijk. "In een praktijk met een huisarts en een doktersassistent ontbreekt het echter aan capaciteit om die oproepen systematisch te verrichten", zegt Meulepas. "Verschijnen patiënten niet op een oproep, dan verdwijnen ze uit beeld en is de zorg niet optimaal."

Meulepas heeft onderzoek gedaan naar een zorgmodel voor chronische patiënten in Zuidoost Brabant. De Districts Huisartsen Vereniging (DHV) in die regio begeleidde destijds het proces waarbij de praktijkondersteuner in de huisartspraktijk geïntegreerd werd. Het moment werd aangegrepen om de zorg aan chronische patiënten opnieuw tegen het licht te houden en meer systematisch te gaan inrichten. De aandacht ging daarbij uit naar mensen met diabetes en astma/COPD. In het eerstelijns zorgmodel van Zuidoost Brabant roepen de Diabetesdienst en COPD-dienst de patiënten op. Deze diensten sturen hun onderzoeksuitslagen naar de huisartsenpraktijk waar een praktijkondersteuner spreekuur heeft. Tijdens het spreekuur legt deze de resultaten voor aan de patiënt en overlegt dan of er redenen zijn om de medicatie aan te passen of de patiënt te stimuleren tot een andere levensstijl.

Uit het onderzoek van Meulepas blijkt dat huisartsen en patiënten bijna unaniem aan het nieuwe zorgmodel hebben meegedaan. Huisartsen zijn enthousiast omdat alle patiënten met diabetes of astma/COPD nu de zorg krijgen die ze op basis van de landelijke richtlijnen behoren te ontvangen. Door het centrale oproepsysteem worden alle patiënten bereikt en komen zij ook vaker op controle. De zorg is laagdrempelig georganiseerd: voor testen en controles kan de patiënt terecht in de huisartspraktijk, de prikpoli van het lab of in het wijkgebouw. Alle controles en testen worden daar in één keer uitgevoerd.

Na twee jaren van onderzoek naar patiëntuitslagen concludeert Meulepas dat de verbetering in de kwaliteit van de eerstelijnszorg tot gezondheidswinst bij de patiënt heeft geleid. Door de structurele controles zijn astma- en COPD-patiënten beter gaan inhaleren. Daardoor nemen ze de juiste doseringen medicatie in. De belangrijkste vooruitgang ziet ze vooral bij mensen met diabetes. Meulepas: "Het blijkt dat patiënten die geregeld op controle komen, beter hun streefwaarden bewaken en later overstappen op insuline. Voor mij zegt dat in ieder geval dat praktijkondersteuners erin slagen om diabeten te stimuleren tot andere eetgewoonten en tot meer beweging. Voor de patiënt is dat pure winst."

(Persbericht UMC St Radboud)