Technische Universiteit Delft

IJsverlies op Groenland nauwkeurig in beeld

In samenwerking met het Center for Space Research (CSR) in Austin, Texas, USA, hebben onderzoekers van de TU Delft een methode ontwikkeld waarmee het krimpen van de ijskap over Groenland nauwkeurig in beeld kan worden gebracht. Met behulp van deze methode wordt de bijdrage van Groenland aan de zeespiegelstijging geschat op een halve millimeter per jaar wereldwijd. De resultaten worden begin oktober gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Geophysical Research Letters.

Voor het onderzoek werd gebruik gemaakt van gegevens van de DuitsAmerikaanse GRACE (Gravity Recovery And Climate Experiment) satellieten, twee satellieten die sinds midden 2002 achter elkaar rond de aarde cirkelen. Afwijkingen in het zwaartekrachtveld van de aarde veroorzaken schommelingen in de afstand tussen de satellieten, wat gemeten wordt met een nauwkeurigheid van een miljoenste van een meter. Aangezien de zwaartekracht direct gerelateerd is aan massa, kunnen met behulp van deze gegevens veranderingen in de waterhuishouding van de aarde, zoals het verdwijnen van de ijskappen, in kaart gebracht worden. Zulke satellietgegevens zijn uitermate geschikt voor metingen over gebieden zoals Groenland, waar plaatselijke metingen moeilijk zijn vanwege de extreme omstandigheden. Met dit doel werd er door onderzoekers van de TU Delft en het CSR een methode ontwikkeld waarmee veranderingen op Groenland en omgevingen nauwkeuriger dan voorheen in kaart kunnen worden gebracht.

Zeespiegel
Tussen 2003 en 2008 verloor Groenland jaarlijks gemiddeld 195 kubieke kilometer aan ijs, wat genoeg is om de zeespiegel wereldwijd met een halve millimeter per jaar te laten stijgen, of vijf cm gedurende de komende eeuw. In het onlangs gepubliceerde rapport van de Deltacommisie wordt er nog uitgegaan van een stijging van 13 tot 22 cm voor het jaar 2100 ten gevolge van het verdwijnen van de ijskap op Groenland. Toch hoeven deze twee cijfers elkaar niet noodzakelijk tegen te spreken: waar er tijdens de eerste twee jaren van de studie een verlies van 131 kubieke kilometer ijs per jaar werd gemeten, was dit tijdens de laatste twee jaren opgelopen tot 222 kubieke kilometer per jaar, een stijging van 70 per cent. Deze sterke toename werd voornamelijk veroorzaakt door de extreem warme zomer van 2007, toen in twee maanden tijd meer dan 350 kubieke kilometer aan ijs verloren gingen. Het is echter zeer de vraag of dit tempo behouden blijft gedurende de komende jaren, aangezien het ijsverlies sterk varieert van zomer tot zomer. Langere observaties zijn nodig om te komen tot een betrouwbare schatting van de bijdrage van Groenland aan de zeespiegelstijging gedurende de komende eeuw.

Patronen
De gebruikte methode laat ook toe om het massaverlies per regio in kaart te brengen, wat nieuwe inzichten oplevert in het patroon van het ijsverlies. Zo werd er in de extreem warme zomer van 2007 voor het eerst sinds de begin van de metingen afname van de ijsmassa op grote hoogtes (boven 2000 m) vastgesteld. Verder werd duidelijk dat het ijsverlies verder oprukt naar het Noorden van Groenland, met name aan de westkust. Ook in de gebieden rond Groenland, met name in IJsland, Spitsbergen en de noordelijke eilanden van Canada, blijkt ijs verloren te gaan. Een vervolgstudie zal zich toespitsen op de invloed van zulke kleinere gletsjers op de zeespiegel.

Meer informatie
Ernst Schrama en Bert Wouters, beide werkende bij Astrodynamics and Satellite Systems van de Faculteit Luchtvaart- en Ruimtevaarttechniek, via Ellie Verbarendse, 015-2782072, of met Charlotte de Kort, Marketing & Communicatiemanager TU Delft, 06 140 151 35, c.g.w.dekort@tudelft.nl. Voor de originele afbeeldingen zie o.a. http://www.csr.utexas.edu/grace/