Gerechtelijke organisatie

Inhoudelijke behandeling strafzaak tegen van oorlogsmisdrijven verdachte Rwandees

Den Haag, 8 oktober 2008 - De rechtbank 's-Gravenhage begint maandag 13 oktober 2008 met de inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen de 40-jarige Rwandees Joseph M. die verdacht wordt van oorlogsmisdrijven in Rwanda in 1994. De behandeling van deze zaak duurt naar verwachting tot en met 24 november 2008.

Zittingen
De zittingen vinden plaats in zittingszaal F2 (2e etage) van het Paleis van Justitie, Prins Clauslaan 60, 2595 AJ Den Haag. Aanvang: 9.30 uur.

Schema behandeling
Het geplande schema van de behandeling van deze zaak is als volgt:
- weken 42, 43 en 44: behandeling van de feiten (alle werkdagen m.u.v de woensdagen vanaf 9.30 uur)

- week 45: uitloop en/of pauze

- week 46 (maandag 10 en dinsdag 11 november): requisitoir
- week 47 (maandag 17 en dinsdag 18 november): pleidooi; mogelijk repliek op vrijdag 21 november

- week 48: mogelijk repliek op maandag 24 november, later in de week: dupliek (1 dag)

Beschuldigingen
De oorlogsmisdrijven die aan verdachte ten laste zijn gelegd betreffen vijf feitencomplexen.


1. Ambulancemoorden. Het doden van een aantal vrouwen en kinderen die in een ambulance werden vervoerd;

2. Zevendedags Adventisten complex Mugonero. Het doden van en/of toebrengen van (zwaar) lichamelijk en/of geestelijk letsel aan een grote groep mensen die waren gevlucht naar dit complex;
3. Gijzelen/ vernederen/ bedreigen van de familie X;
4. Verkrachtingen en aanslagen op het leven van een aantal vrouwen;
5. Het weghalen van en de moord op de kleinkinderen van de familie Y.

Deze feitencomplexen zijn - kort gezegd - primair telastgelegd als oorlogsmisdrijven (artikel 8 Wet Oorlogsstrafrecht) en subsidiair als foltering (artikelen 1 en 2 Uitvoeringswet Folteringsverdrag).

OM niet-ontvankelijk in vervolging M. wegens genocide Aanvankelijk waren alle vijf feitencomplexen mede telastgelegd als genocide (artikel 1 Uitvoeringswet genocideverdrag). Op 24 juli 2007 heeft de rechtbank het openbaar ministerie echter niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van M. voor genocide. (zie LJN BB0494). Het openbaar ministerie is tegen deze beslissing van de rechtbank in hoger beroep gegaan. In hoger beroep kwam het hof 's-Gravenhage op 17 december 2007, deels op andere gronden, tot dezelfde conclusie als de rechtbank (zie LJN BC0287). Het openbaar ministerie heeft hiertegen cassatieberoep ingesteld. De advocaat-generaal bij de Hoge Raad heeft inmiddels geconcludeerd tot verwerping daarvan. De Hoge Raad heeft nog geen uitspraak gedaan.

Voor informatie over dit bericht kunt u contact opnemen met de afdeling voorlichting van de rechtbank 's-Gravenhage, tel. 070 381 1943.

LJ Nummers

BB0494
BC0287

Bron: Rechtbank 's-Gravenhage Datum actualiteit: 8 oktober 2008 Naar boven