persbericht / nr. 2008-5

Nieuwe EU gewasbeschermings-verordening grote economische effecten voor Nederland

Uit onderzoek van Wageningen UR blijkt dat een eventuele nieuwe EU Gewasbeschermingsverordening voor Nederland grote economische gevolgen zal hebben. Doordat er nauwelijks gewasbeschermingsmiddelen overblijven voor gewassen zoals roos, chrysant, komkommer, spruitkool, zaaiuien, tulp en sierheesters, zullen de opbrengsten met 50 tot 100 % afnemen. Dat zal deze teelten in Nederland onrendabel maken, waardoor de teelten wellicht helemaal uit Nederland zullen verdwijnen.

Wageningen UR onderzocht twee scenario's die op dit moment op tafel liggen. Ten eerste de EU-Parlementspositie, na eerste lezing van het Gemeenschappelijke Standpunt van Europese Commissie en Raad van ministers (het 'EP-cut-off' scenario) en ten tweede het Gemeenschappelijk Standpunt van Commissie en Raad van Ministers (het 'EC-CMR/ED' scenario).

Uit de studie blijkt dat er in het EP-cut-off scenario, door het grote aantal te vervallen middelen bij roos, chrysant, komkommer, spruitkool, zaaiuien, tulp en sierheesters, opbrengstverliezen van 50 tot 100 % te verwachten zijn. Dit maakt deze teelten in Nederland onrendabel en heeft extreme gevolgen voor de productie en internationale handel in deze gewassen. Teelten zouden wellicht geheel uit Nederland verdwijnen, wat grote economische en maatschappelijke gevolgen zal hebben. Hoewel het aantal stoffen dat binnen EC-CMR/ED scenario vervalt veel geringer is, heeft ook dit scenario voor de meeste genoemde teelten toch een behoorlijke economische impact.

In het voorstel van de Raad van ministers en de Europese Commissie voor een nieuwe Gewasbeschermingsverordening worden de criteria voor goedkeuring van stoffen niet langer alleen op risico gebaseerd. Andere criteria spelen ook een rol in de toelating, zoals intrinsieke carcinogene, mutagene, reprotoxische (CMR) en hormoonverstorende (ED: Endocriene disruptie) stofeigenschappen. Het Europees Parlement heeft in het najaar van 2007 een positie ingenomen waarbij nog veel meer actieve stoffen in de EU gaan verdwijnen.

Onderzoek
In opdracht van LTO Nederland en gefinancierd door Productschap Tuinbouw en Productschap Akkerbouw heeft Wageningen UR een studie uitgevoerd naar de economische impact van twee scenario's voor de gewassen: consumptieaardappelen, pootaardappelen, zaaiui, wintertarwe, suikerbieten, spruitkool, chrysant, roos, tomaat, komkommer, tulp, sierheesters en appel. Voor suikerbiet werd samengewerkt met het IRS.

EP-cut-off scenario
Uit de studie blijkt dat er door het grote aantal te vervallen middelen bij roos, chrysant, komkommer, spruitkool, zaaiuien, tulp en sierheesters opbrengstverliezen van 50 tot 100 % te verwachten zijn. Zowel voor deze gewassen als voor suikerbieten is de 'saldoderving' meer dan 50 %. Dit maakt deze teelten in Nederland onrendabel en heeft extreme gevolgen voor de productie en internationale handel in deze gewassen.

Voor pootaardappelen, consumptieaardappelen, wintertarwe, tomaat en appel is de geschatte opbrengstderving 15 tot 32 %. De saldi van deze gewassen nemen sterk af, waardoor de rendabiliteit zwaar onder druk komt. Van het verminderde gewassaldo kunnen de vaste kosten niet of nauwelijks meer betaald worden. Verder vallen er bij dit scenario dusdanig veel stoffen weg dat er problemen te verwachten zijn doordat de ziekten, plagen en/of onkruiden resistent worden tegen de middelen die nog wel gebruikt mogen worden. Daardoor zullen deze ziekten, plagen en onkruiden moeilijk of niet meer te bestrijden zijn. Andere lange-termijn-effecten zijn veronkruiding, een toenemende aaltjespopulatie en een toename van ziekten en plagen waartegen vroeger toegelaten middelen een nevenwerking hadden. Deze langere termijn effecten zijn binnen deze studie niet becijferd, maar kunnen ook een grote impact hebben.

EC-CMR/ED Scenario
Hoewel het aantal stoffen dat binnen dit scenario vervalt veel geringer is dan in het EP-scenario heeft dit voor de meeste teelten toch een behoorlijke economische impact.

Sierheesters, tulp, zaaiuien, roos en chrysant ondervinden zoveel schade als gevolg van een gebrek aan bestrijdingsmogelijkheden dat de teelt verliesgevend of economisch niet meer aantrekkelijk wordt. Van het afgenomen gewassaldo kunnen de vaste kosten niet of nauwelijks meer betaald worden. Ook voor pootaardappelen, consumptieaardappelen, suikerbieten, spruitkool, komkommer, tomaat en appel is er opbrengstderving en wordt de teelt economisch minder aantrekkelijk. Alleen de rendabiliteit van wintertarwe wordt nauwelijks negatief beïnvloed, hoewel er ook voor deze teelt een paar stoffen wegvallen. Ook bij dit scenario kunnen langere termijn effecten als toenemende resistentiedruk en toenemende aaltjespopulaties grote impact hebben.