Ronald de Bloeme in het Stedelijk Museum (2 persberichten)

21/10/2008 09:00

Stedelijk Museum Schiedam

Ronald de Bloeme. Piracy

26 oktober 2008 - 11 januari 2009

Het Stedelijk Museum Schiedam presenteert van 26 oktober 2008 tot en met 11 januari 2009 de eerste solotentoonstelling in Nederland van Ronald de Bloeme (Leeuwarden, 1971).

De kunstenaar noemt zijn werk piraterij: hij pikt fragmenten uit logo's, merktekens en verpakkingen. Deze kleurige vormen voegt hij samen in grote, blinkende schilderijen.

Zijn ritmische composities zijn beweeglijk en complex, en op de grens van het herkenbare een onherkenbare. Met hun uitgestrekte, vaak horizontale formaat, tonen zij De Bloeme's persoonlijke remix van de dagelijkse informatieovervloed. Ronald de Bloeme. Piracy omvat een royale keuze uit de recente schilderijen. Sinds 2000 woont en werkt De Bloeme in Berlijn. In 2007 ontving hij de belangrijke Duitse prijs voor de schilderkunst Energie van het bedrijf Vattenfall Europe Mining and Generation.

De schilder Ronald de Bloeme eigent zich fragmenten toe uit logo's, reclame- en verkeersborden, pictogrammen voor bewegwijzering of de verpakking van kauwgom, sigaretten en meeneemkoffie. Met afwisselend matte en hoogglanzende lak worden deze fragmenten op het schildersdoek in een nieuwe ordening ondergebracht. Ook het testbeeld, motieven van vlaggen of fragmenten uit video- en computerspelletjes gaan mee. Dynamische schilderijen zijn het resultaat, die met hun uitgestrekte, vaak horizontale formaten het ritme van de 21ste eeuw weerkaatsen.

De Bloeme verhuisde in 2000 naar Berlijn. Met een stipendium van het CBK-Rotterdam kon hij een half jaar terecht in het Künstlerhaus Bethanien. Sindsdien is hij in Berlijn gebleven. In de acht jaar dat hij er nu woont, vond hij er professionele erkenning. In 2007 won De Bloeme de belangrijke Duitse prijs voor de schilderkunst Energie, van energiebedrijf Vattenfall. Daarbij hoorde een tentoonstelling in de Berlinische Galerie, Museum voor Moderne Kunst, Architectuur en Fotografie in Berlijn. Tegelijkertijd verscheen een overzichtscatalogus. In dit boek Ronald de Bloeme, Piracy zijn teksten opgenomen van Jörn Merkert (directeur Berlinische Galerie) en Christoph Tannert, curator en auteur van spraakmakende publicaties over eigentijdse schilderkunst, zoals New German Painting uit 2006.

Gezien in het licht van de moderne kunstgeschiedenis, is het werk van De Bloeme een mengeling van pop art en geometrische abstractie. Maar zijn ritmische composities zijn zo beweeglijk, en ook zo complex, dat het onmogelijk is ze uitsluitend in een kunsthistorisch verband te bezien.

De Bloeme balanceert met opzet op de grens van het herkenbare en onherkenbare. Hij schept er een vilein plezier in om met zijn bonte lijnen de overzichtelijkheid van een metroplattegrond te paren aan de onnavolgbaarheid van het labyrint. En het formaat van zijn doeken versterkt die verwarring nog: zijn het macro- of microwerelden? Een uitzondering, omdat het zo heerlijk helder is, vormt het kleine schilderij Identität uit 2007. Hierin laat De Bloeme een beeldmerk zonder opsmuk of omvorming zien, in zijn oorspronkelijke kleur, duidelijk herkenbaar en uitvergroot in een isolement dat er de betekenis ervan versterkt. Het doek wordt gedomineerd door het sterretje van een bekend biermerk: een knipoog naar De Bloeme's Nederlandse herkomst.

Behalve in het Stedelijk Museum Schiedam (26 oktober 2008 - 11 januari 2009), is werk van Ronald de Bloeme dit najaar te zien bij Galerie Nouvelles Images, Den Haag (8 november - 10 december 2008), onder de titel Ronald de Bloeme, True Colour, nieuwe schilderijen.

Winkel

In de museumwinkel is de monografie Ronald de Bloeme, Piracy verkrijgbaar. Een tweetalige uitgave (Duits en Engels) van Vattenfall Europe Mining en Generation. Hamish Morrison Galerie en Galerie Nouvelles Images in 2008 - een rijk geïllustreerde catalogus met teksten van Jörn Merkert (directeur Berlinische Galerie) en Christoph Tannert, criticus, curator en auteur van publicaties over de eigentijdse schilderkunst. Het boek is uitgegeven door Kehrer, Duitsland.

Erzsébet Baerveldt en Caren van Herwaarden. Hoge Ogen

tekeningen, collages, sculptuur en video

26 oktober 2008 - 11 januari 2009

Het Stedelijk Museum Schiedam presenteert van 26 oktober 2008 tot en met 11 januari 2009 de tentoonstelling Erzsébet Baerveldt en Caren van Herwaarden. Hoge Ogen. In deze presentatie staat de tragiek van de sterfelijkheid van de mens centraal. Erzsébet Baerveldt past op geheel eigen wijze in haar werk de traditionele Christelijke iconografie toe, waarbij de Piëta het verlies van geliefden en de onontkoombare (eigen dood) verbeeldt. Caren van Herwaarden maakt in haar werk de gedachten en gevoelens zichtbaar die een mensenleven kunnen verheffen of kapotmaken. Voor beide kunstenaars is Piëta, het menselijk lijden, een belangrijk thema.

Caren van Herwaarden (Tilburg, 1961)

"Als kind wilde ik al een röntgenbril om door de kleren en de huid van anderen heen te kijken. Want daarbinnen bevinden zich de ideeën en de emoties, de sturende krachten van ons lichaam. Onzichtbaar maar toch zo aanwezig." Om er achter te komen hoe dat kan heeft Van Herwaarden enkele jaren de anatomische collecties van de Leidse universiteit getekend. "Het was niet zozeer de anatomie op zich die mij boeide, maar wel wat je ermee uit kunt drukken over het innerlijk." Alle culturen en religies hebben volgens Van Herwaarden rituelen voor ingrijpende momenten in het leven zoals geboorte, ouderschap, ziekte en sterven. "In tegenstelling tot onder andere het joodse en islamitische geloof, kent het rooms-katholieke geloof geen verbod op figuratie. Deze religie toont in haar figuratieve kunst hoe mensen door de eeuwen heen dachten over hun plaats en verantwoordelijkheid op aarde. Religie representeert een mensbeeld waarbinnen we door de eeuwen heen een strijd aangaan tussen wat wenselijk en wat menselijk is."

Caren van Herwaarden maakt werk op papier, veelal collages. Zij schildert met een losse en subtiele toets mensfiguren die transparant zijn. Het is alsof je dwars door de buitenkant van de lichamen kijkt naar het gevoelsleven van de mens, kwetsbaar in zijn naaktheid. Het gaat Van Herwaarden in haar werk om de innerlijke gedachten van de mens, zijn troost en lijden, zichtbaar te maken.

Erzsébet Baerveldt (Nijmegen, 1968)

In de presentatie Hoge Ogen heeft Baerveldt gekozen voor communicatieve beelden, waarin de zoektocht van de mens centraal staat. Voor Baerveldt is dit "een mens op zoek naar macht; macht over zichzelf en over anderen. Met dat doel verzamelt een mens een bepaald soort kennis. De relaties zijn door deze houding ook ingekleurd. Liefde, erbarmen en mededogen staan in sterke betrekking tot zichzelf."

Zoals in de houtskooltekening Hoc est Corpus (2003) (Zie hier het lichaam). Drie analisten onderzoeken het kadaver van een mens. De listige slangen komen uit hun hoofd. Hier viert de wetenschap hoogtij! Maar met alles wat zij van het kadaver te weten komen zijn zij niet in staat het lijk weer tot leven te wekken en tegelijkertijd ontgaat hen het mysterie van de dood.

In het werk van Baerveldt treedt een vermenging op van de iconografie van de Westerse religieuze kunst met symbolen en begrippen uit de antieke en Joodse tradities. Het werk krijgt een gelaagdheid door de combinatie van diverse Christelijke symbolen en verhalen. Dit brengt raadselachtige, soms ongerijmde beelden voort. Een goed voorbeeld hiervan is in de tentoonstelling de nieuwe bronzen sculptuur Heilige Paulus (2008), die in zijn verschijningsvorm meer doet denken aan het hoofd van Holofernes, dan aan de apostel zelf. In de video Piëta (1992) probeert een vrouw tevergeefs een liggende, mensgrote figuur van klei tot leven te wekken.

Een foto van dit onderwerp is (rechtenvrij) beschikbaar op ANP Fotonet (www.anp-photo.com) en zichtbaar op www.perssupport.nl.





http://www.stedelijkmuseumschiedam.nl