Raad van de Europese Unie

Verklaring over individuele Oezbeekse gevallen
http://www.consilium.europa.eu/uedocs/cms_data/docs/pressdata/nl/cfsp/103633.pdf

Brussel, 28 oktober 2008
14760/08 (Presse 303)

P 132
(OR. fr)

Verklaring van het voorzitterschap namens de Europese Unie over individuele Oezbeekse gevallen

In aansluiting op het door de Raad Algemene Zaken en Externe Betrekkingen van 13 oktober 2008 genomen besluit neemt de Europese Unie met voldoening nota van de vrijlating van twee Oezbeekse mensenrechtenactivisten, de heren Dilmurod Mukhiddinov en Mamarajab Nazarov. Zij dringt er bij de Oezbeekse autoriteiten met klem op aan ook alle andere mensenrechtenverdedigers vrij te laten en de gevangenen op wier situatie de Europese Unie meerdere malen hun aandacht heeft gevestigd. De Europese Unie is ingenomen met het feit dat aan mevrouw Tadzjibajeva, een voorwaardelijk in vrijheid gesteld en bekend mensenrechtenverdediger, toestemming is verleend om naar het buitenland te reizen, met name om de Martin Ennalsprijs 2008 in ontvangst te nemen, die elk jaar wordt toegekend aan een persoon die blijk heeft gegeven van bijzonder engagement in de strijd tegen schendingen van de mensenrechten. De Europese Unie spreekt niettemin haar diepe bezorgdheid uit over de recente veroordeling tot tien jaar gevangenisstraf van de heer Solijon Abdurakhmanov, onafhankelijk journalist, en van de heer Agzam Turgunov, mensenrechtenactivist. De Europese Unie verzoekt de Oezbeekse autoriteiten dringend de verplichting na te komen om gevangenen tegen slechte behandeling te beschermen, en volledige opheldering te verschaffen over de door de heren Solijon Abdurakhmanov en Agzam Turgunov tijdens hun respectieve proces geuite beschuldigingen. De Europese Unie hoopt dat zij spoedig kunnen worden vrijgelaten en een billijke beroepsprocedure kunnen volgen. De kandidaat-lidstaten Kroatië* en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië*, de landen van het stabilisatie- en associatieproces en mogelijke kandidaat-lidstaten Albanië, Bosnië en Herzegovina, Montenegro en Servië, en de EVA-landen IJsland, Liechtenstein en Noorwegen, die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, alsmede de Republiek Moldavië sluiten zich bij deze verklaring aan.
* Kroatië en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië blijven deelnemen aan het stabilisatie- en associatieproces.