Ministerie van Algemene Zaken

Antwoord op Kamervragen over Innovatieplatform

Kamerstuk | 11-11-2008

De minister-president heeft vragen beantwoord van Tweede Kamerlid Aptroot over het Volkskrantartikel 'Innovatieplatform: gekibbel. Ex-secretaris maakt gehakt van stokpaardje premier'.

Hierbij zend ik u mede namens de Minister van Economische Zaken en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de antwoorden op de schriftelijke vragen van het lid Aptroot (VVD) over het Volkskrantartikel "Innovatieplatform: gekibbel. Ex-secretaris maakt gehakt van stokpaardje premier". De vragen werden mij toegestuurd op 24 oktober 2008 onder nummer 2008Z04961 / 2080903460.

DE MINISTER-PRESIDENT,

Minister van Algemene Zaken, mr.dr. J.P. Balkenende

2008Z04961 / 2080903460

Vragen van het lid Aptroot (VVD) aan de minister-president, minister van Algemene Zaken en de minister van Economische Zaken over het artikel "Innovatieplatform: gekibbel. Ex-secretaris maakt gehakt van stokpaardje premier". (Ingezonden 23 oktober 2008)

Vraag 1

Kent u het artikel "Innovatieplatform: gekibbel. Ex-secretaris maakt gehakt van stokpaardje
premier"?

Antwoord

Ja.

Vraag 2

Onderschrijft u de kritiek op het Innovatieplatform, waarin macht en status bijeenkomen, dat sprake is van gekibbel en resultaten uitblijven?

Antwoord

Nee.

Vraag 3

Is het waar dat u in 2005 opdracht hebt gegeven successen, hoewel niet aanwezig, uit te
venten?

Antwoord

Nee. Het kabinet heeft veelvuldig gerapporteerd over de voortgang van het IP (TK27406, nr. 9, 25, 35, 65, 90, 101). Deze resultaten spreken voor zichzelf.

Vraag 4

Hoe kan het dat de secretaris van het Innovatieplatform een volkomen andere weergave geeft
van het functioneren en de resultaten van het Innovatieplatform dan de regering tot heden
heeft gegeven?

Antwoord

De eerste secretaris van het IP heeft ruim een jaar gefunctioneerd in de beginperiode van het IP, hierna is hij nog een jaar als lid aangebleven. Zijn boek is gebaseerd op ervaringen in die periode. Meer resultaten werden geboekt naarmate het IP langer bestond. De minister-president en de andere ministers die indertijd lid waren van het IP delen de visie van de eerste secretaris op deze periode overigens niet.

Vraag 5

Kunt u een nieuwe stand van zaken geven over functioneren en resultaten van het
Innovatieplatform en

Vraag 6

Kunt u daarbij concreet zijn over de door het Innovatieplatform gedane voorstellen en de
realisatie ervan?

Antwoord

Een laatste update van de stand van zaken m.b.t. het Innovatieplatform is uw Kamer op 28 mei jl. toegezonden (TK27406, nr.119) en zal een agendapunt vormen tijdens het AO op 27 november 2008. Het kabinet zal de Kamer jaarlijks rapporteren over het functioneren van het IP en zijn resultaten.

Vraag 7

Kunt u aangeven of voortzetting van het Innovatieplatform zinvol is? En

Vraag 8

Zo ja, kunt u dat onderbouwen met concrete feiten?

Antwoord

Het tweede IP is, evenals het eerste IP, ingesteld voor één kabinetsperiode. Aan het einde van deze kabinetsperiode zal duidelijk zijn wat het Innovatieplatform in de gehele periode bereikt heeft. Discontinuering van het IP is vóór dat moment niet aan de orde. Voor concrete resultaten verwijs ik kortheidshalve naar de onder vraag 5 en 6 genoemde brief van 28 mei jl.

Vraag 9

Hoeveel heeft het Innovatieplatform tot heden gekost en hoeveel zijn de nog geplande
uitgaven?

Antwoord

In de jaren vanaf 2004 had het IP een begroting van 1 miljoen euro per jaar. De uitgaven lagen in die orde van grootte. De begroting bedraagt vanaf 2008 3,5 miljoen euro per jaar. Dit verschil wordt veroorzaakt doordat ook middelen zijn vrijgemaakt voor onderzoek, experimenten en evenementen. In de eerste periode werd daarvoor ad hoc beroep gedaan op de departementen.

Vraag 10

Kunt u deze vragen binnen twee weken beantwoorden, gelet op het geplande algemeen overleg over innovatie op 27 november a.s.?

Antwoord

Ja.