Een onderzoek naar het vermogensbeheer van Joodse oorlogswezen

14/11/2008 12:52

Geke Beek Secretariaats Bureau

REKENSCHAP

Een onderzoek naar het vermogensbeheer van Joodse oorlogswezen

Over het vermogensbeheer van Joodse oorlogswezen, vallend onder de Gefusioneerde Instellingen voor Joodse Kinderbescherming, bestaat al jaren ongerustheid, o.m. door de publicatie "Kind van de rekening" van Elma Verhey in 2005. Het beheer zou zeer omstreden zijn geweest. Historisch en financieel wetenschappelijk onderzoek, uitgevoerd in de laatste twee jaar, heeft uitgewezen dat het beheer evenwel naar behoren is geweest en zich positief onderscheidt van het destijds geldende overheidsbeleid. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat er misbruik is gemaakt van vermogens van Joodse minderjarige oorlogswezen. Bij het beheer zijn overigens op onderdelen vraagtekens geplaatst.

Dit zijn de voornaamste conclusies van het onderzoeksrapport "Rekenschap". Het rapport is in opdracht van drie betrokken partijen opgesteld:


- Stichting Samenwerkingsverband - JMW/ Stichting Joods Maatschappelijk Werk


- het Verbond Belangenbehartiging Vervolgingsslachtoffers


- de Stichting (Israël) Nederlands-Joodse Oorlogswezen in Israël

Het onderzoek is uitgevoerd door de historicus dr. J. Joor en door de registeraccountant drs. F. Hoek en is begeleid door een commissie bestaande uit: drs. A.J. van Gils (oud-directeur van de Pensioen-en Uitkeringsraad), drs. C.J. Ruppert (projectdirecteur bij het Ministerie van Financiën en in de periode 1997-2001 projectleider Tegoeden Wereldoorlog II bij het Ministerie van Financiën) en drs. E. van Thijn (oud-burgemeester van Amsterdam en destijds lid van de Eerste Kamer der Staten-Generaal).

Het onderzoek is gebaseerd op algemene bestuurlijke en financiële bronnen. De individuele financiële dossiers van de vermogens van de wezen bestaan niet meer. Die zijn in het kader van een reguliere opschoning eind 1975/begin 1976 vernietigd (in 1965 was de laatste oorlogswees meerderjarig geworden). De dossiers zijn dus niet vernietigd als een soort "cover-up" voor vermeend onregelmatig handelen, zoals wel beweerd is. Ook zijn er geen aanwijzingen gevonden dat gelden van Joodse wezen een deel hebben gevormd van het vermogen dat de Gefusioneerde Joodse Instellingen voor Kinderbescherming in 1981 hebben overgedragen aan de Stichting Samenwerkingsverband - JMW.

Het overheidsbeleid t.a.v. (Joodse) voogdijkinderen was kil en zakelijk en had geen oog voor het individuele leed, zeker beschouwd vanuit de huidige tijd. Tegenover deze houding van de overheid staken de materiële en sociale zorg van de Joodse voogdij-instellingen gunstig af. Onder zeer moeilijke omstandigheden heeft men zich met veel toewijding voor de belangen van de Joodse oorlogspleegkinderen ingezet. Van toezicht op die instellingen door de Nederlandse overheid was overigens maar in zeer beperkte mate sprake. Ook het toezicht van de kantonrechter op het beheer van individuele vermogens lijkt niet altijd optimaal te zijn geweest. De Commissie Vermogensbeheer Pupillen van de gefusioneerde instellingen kwam voorts maar weinig bij elkaar. Ten aanzien van de financiële verantwoordingen bestaan hier en daar onduidelijkheden. Tezamen vormen dit de vraagtekens die in de praktijk bij het vermogensbeheer te plaatsen zijn.

Zoals gezegd is het directe bewijsmateriaal wat betreft het vermogensbeheer van Joodse oorlogswezen niet meer aanwezig. Er zullen daardoor vragen blijven bestaan. Binnen deze beperking is het rapport een zeer complete historische en financiële studie. Aan de naoorlogse geschiedschrijving is met "Rekenschap" een indringend hoofdstuk over de Joodse oorlogswezen toegevoegd.